Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

  

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

             

 
vorige

Algemene bijstandswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2003

 

REGELING  FRAUDEREGISTRATIE
ABW,  IOAW,  IOAZ  EN  WIK

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2004
(art. 7,b RsWIIW)



2 oktober 1995, Stcrt. 1995, 192
Inwerkingtreding: 1 januari 1996
(T.a.v. artt. 133 Abw, 55 Ioaw, 55 Ioaz en 35 Wik)

 

 

 

 
2 oktober 1995/nr. BZ/UB/95/3278/A
Directie Bijstandszaken

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 133 van de Algemene bijstandswet, artikel 55 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 55 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

     Besluit:

 

 

Art. 1. [Wijze en tijdstip gegevensverstrekking aan CBS]
Burgemeester en wethouders verstrekken aan de Directeur-Generaal van de Statistiek gegevens met betrekking tot personen en gezinnen bij wie zij een vermoeden van fraude hebben onderzocht met betrekking tot de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet inkomensvoorziening kunstenaars.
De gegevens hebben betrekking op onderscheidenlijk de eerste helft van een kalenderjaar en de tweede helft van een kalenderjaar en worden binnen tijdsbestek van twee kalendermaanden na afloop van het betreffende halfjaar verstrekt, overeenkomstig de bij deze regeling behorende "Bijstandsfrauderegistratie".

 

Art. 2. [Inwerkingtreding]
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1996.

 

Art. 3. [Citeertitel]
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling frauderegistratie Abw, Ioaw, Ioaz en Wik.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te Den Haag. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

 

ís-Gravenhage, 2 oktober 1995.
De Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert.

 

 

 

TOELICHTING
[2 oktober 1995]

 


     Met ingang van 1 januari 1991 verstrekken gemeenten op grond van het Besluit verantwoording en vergoeding uitkeringskosten ABW, Ioaw en Ioaz (Bvvu) volgens een modelgegevensformulier statistische informatie aan het Centraal Bureau voor de Statistiek [CBS, red.] met betrekking tot door de gemeente geconstateerde fraude met de Algemene Bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Deze fraudestatistiek wordt door gemeenten aangeleverd aan het Centraal Bureau voor de Statistiek naast de algemene statistische informatie over bijstandverlening [zie Regeling statistische gegevens Abw, red.].
     Met het vervallen van de huidige Algemene Bijstandswet is het noodzakelijk de regeling ten aanzien van de statistiek bijstandsfraude opnieuw vast te stellen.
     Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt om de gegevensverstrekking op een aantal onderdelen te wijzigen. Naast een aantal min of meer technische wijzigingen ten opzichte van het bestaande model-fraudestatistiek gaat het hierbij om twee inhoudelijke wijzigingen van meer algemene aard.
     De algemene vragen en de vragen naar persoonskenmerken zijn qua inhoud identiek gemaakt aan de wijzigingen die per 1 januari 1996 in de Statistiek Bijstandverlening worden doorgevoerd.
     In de nieuwe opzet van deze statistiek wordt het sociaal-fiscaal nummer opgenomen in de vragenset. Door deze opname is het CBS beter in staat een relatie te leggen tussen relevante formulieren van de fraudestatistiek en de registratie van de door Justitie afgehandelde fraudezaken. Het sofinummer biedt tevens de mogelijkheid om gegevens over verschillende perioden met elkaar te kunnen verbinden, bijvoorbeeld om recidive in kaart te brengen. Met het sofinummer is het mogelijk het bestand te volgen, ook bij verhuizingen tussen gemeenten. Teneinde zowel het aantal frauderende personen als het aantal fraudezaken te kunnen waarnemen, is in de fraudestatistiek ook de vraag naar het sofinummer van de frauderende partner opgenomen.
     Deze fraudestatistiek is van toepassing op de na 1 januari 1996 geconstateerde fraudegevallen. De thans aangebrachte wijzigingen zijn in overleg met de uitvoerders van de Algemene bijstandswet, de VNG [Vereniging van Nederlandse Gemeenten, red.] en Divosa [Vereniging van directeuren van overheidsorganen voor sociale arbeid, red.] tot stand gekomen. De wijzigingen zijn in algemene zin aan de Centrale Commissie voor de Statistiek voorgelegd en ontmoetten daar geen bezwaren.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | inhoud Abw | Abw-praktijk | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x