Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

  

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Algemene bijstandswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 1996

 

REGELING  OVERBRUGGINGSUITKERING  ABW

Vervallen
m.i.v. 1 januari 1997
(art. 145:3 Abw)



3 oktober 1995, Stb. 1995, 194
Inwerkingtreding: 1 januari 1996
(T.a.v. artt. 145:2 Abw en 58 IHABW)

 

 

 

 
3 oktober 1995/nr. BZ/UK/95/3405B
Directie Bijstandszaken

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 145, tweede lid, van de Algemene bijstandswet en artikel 58 van de Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet;

     Besluit:

 

 

Art. 1. [Kring van rechthebbenden]
Degene die recht heeft op algemene bijstand heeft tevens recht op een overbruggingsuitkering indien in het kalenderjaar 1996 als gevolg van de toepassing van artikel 73, eerste lid, van de Algemene bijstandswet, dan wel een wijziging in de wijze waarop toepassing wordt gegeven aan dat artikellid, tussen twee opeenvolgende tijdstippen van uitbetaling van bijstand een periode gelegen is die langer is dan het kalendertijdvak waarover de eerstbedoelde bijstand is betaald.

 

Art. 2. [Hoogte overbruggingsuitkering]
De overbruggingsuitkering is gelijk aan de algemene bijstand waarop recht bestaat over het aantal kalenderdagen waarmee het in artikel 1 bedoelde kalendertijdvak wordt verlengd.

 

Art. 3. [Overbruggingsuitkering als geldlening]
De overbruggingsuitkering wordt verleend in de vorm van een renteloze geldlening, die niet eerder dan bij beŽindiging van de algemene bijstand opeisbaar is.

 

Art. 4. [Ambtshalve verlening]
De overbruggingsuitkering wordt ambtshalve verleend.

 

Art. 5. [Uitbetaling]
De overbruggingsuitkering wordt op de eerste dag van de periode waarop deze betrekking heeft uitbetaald.

 

Art. 6. [Overbruggingsuitkering als algemene bijstand]
De overbruggingsuitkering wordt aangemerkt als algemene bijstand in de zin van de Algemene bijstandswet, met dien verstande dat artikel 26, vierde lid, van die wet geen toepassing vindt.

 

Art. 7. [Inwerkingtreding]
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1996.

 

Art. 8. [Citeertitel]
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling overbruggingsuitkering Abw.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

ís-Gravenhage, 3 oktober 1995.
De Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert.

 

 

 

TOELICHTING
[3 oktober 1995]

 

Algemeen

 

     Op grond van artikel 73 van de nieuwe Algemene bijstandswet dient de algemene bijstand maandelijks achteraf te worden betaald. Hierdoor ontstaat een stroomlijning met de betaling van andere uitkeringen en loon. Voor veel gemeenten betekent het "maandelijks achteraf" betalen dat zij hun betaalmoment naar achteren moeten schuiven. Uit signalen is gebleken dat daardoor reŽle risicoís bestaan dat bijstandscliŽnten in liquiditeitsproblemen raken.
     Uit vaste jurisprudentie met betrekking tot het verschuiven van de betaaldatum kan onder meer het volgende worden afgeleid. De gemeente heeft bij de uitvoering van de bijstandswet in het algemeen de bevoegdheid om tot wijziging van het betalingssysteem over te gaan, mits daarbij de belangen van de bijstandsgerechtigden niet worden geschaad en de totaal verleende bijstand niet meer en niet minder bedraagt dan de bijstand die zou zijn verleend wanneer niet tot wijziging van het betalingssysteem zou zijn overgegaan. Voorts brengt het karakter van de bijstand als laatste voorziening op minimumniveau in dit verband mee dat bij de uitbetaling van de uitkeringen zoveel als mogelijk moet worden voorkomen dat de continuÔteit in de uitbetaling wordt verstoord. (RvS, Afdeling bestuursrechtspraak 11 juli 1994, nr. G04.92.0387, JABW 94/296).
     In lijn met deze jurisprudentie worden in dit besluit regelen gesteld die de cliŽnt recht geven op een overbruggingsuitkering indien de gemeente overgaat tot het verschuiven van het betaalmoment.
     Juridische basis voor de onderhavige regeling van de overbruggingsuitkering is artikel 58 van de Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet. Dit artikel maakt het mogelijk om in het belang van een goede uitvoering van die wet bij ministeriŽle regeling regels te stellen. Alle verschuivingen van de betaaldatum die in het invoeringsjaar, dus in 1996, van de Algemene bijstandswet plaatsvinden, vallen onder deze regeling.
     In verband met de te betrachten spoed wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheid ex artikel 145, tweede lid om - vooruitlopend op een algemene maatregel van bestuur ter zake - nadere regels te stellen.
     Gewaarborgd dient te worden dat door deze verschuiving niemand zonder geld komt te zitten. Deze waarborg wordt in ieder geval gegeven in de vorm van een door de gemeente te verstrekken overbruggingsuitkering. De hoogte van deze uitkering is gelijk aan de uitkering gedurende het aantal dagen dat het betaaltijdstip naar achteren wordt geschoven. Indien betaling aan het eind van de derde week van de lopende maand gebruikelijk was en de gemeente besluit de uitkering voortaan aan het eind van de vierde week van de lopende maand uit te betalen, dan is de overbruggingsuitkering gelijk aan ťťn week uitkering.
     Hoewel voor bestaande gevallen de verplichting tot het achteraf betalen niet bestaat (artikel 13 Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet), is het denkbaar dat de gemeenten - om te voorkomen dat er verschillende betaalmomenten binnen ťťn maand blijven bestaan - ervoor kiezen om inderdaad het tot dusver gebruikelijke betaaltijdstip te veranderen en naar achteren verschuiven.
     Voor de persoon aan wie de overbruggingsuitkering waarop recht bestaat niet is toegekend, staat de reguliere beroepsgang open zoals die bij de Algemene bijstandswet van toepassing is.

 

Administratieve belasting


     Door de gelijkstelling aan de algemene bijstand zijn alle voorschriften van toepassing die ook voor de algemene bijstand gelden, zodat geen specifieke administratieve voorschriften met betrekking tot toezicht, declaratie, etc. nodig zijn.

     Voor de gemeente zal invoering van de regeling een toename van het debiteurenbestand inhouden. Deze zal zich echter ook nu al voordoen, voor zover overbruggingsuitkeringen worden verstrekt. Doordat sprake is van ťťn vorderingentype en ťťn vooraf bepaald bestand, is de afloopcontrole relatief eenvoudig.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1

     In dit artikel wordt geregeld dat indien in 1996 de betaaldatum wordt verschoven, met als gevolg dat er voor de betrokken bijstandsgerechtigden een financieel gat valt, recht bestaat op een overbruggingsuitkering voor diegene die op het moment dat de verschuiving plaatsvindt reeds recht heeft op algemene bijstand.

 

Artikel 2

     De hoogte van de uitkering wordt gekoppeld aan het recht op bijstand over de te overbruggen periode.

 

Artikel 3

     In dit artikel is geregeld dat de overbruggingsuitkering wordt verleend in de vorm van een renteloze lening. Hiermee wordt voorkomen dat men als bijstandsontvanger per saldo meer bijstand zou krijgen dan waarop men recht heeft. Tevens is vastgelegd dat de lening pas bij de beŽindiging van de bijstand opeisbaar wordt. De gemeenten treffen daartoe een regeling. In het algemeen mag worden aangenomen dat door de toename in het verworven inkomen een terugbetaling van de lening op dat moment de belanghebbende het beste uitkomt. Dit neemt overigens niet weg dat een belanghebbende desgewenst wel eerder mŠg terugbetalen.

 

Artikel 4

     Teneinde zoveel mogelijk alle belanghebbenden te bereiken en tevens de uitvoering zo eenvoudig mogelijk te houden, is in dit artikel gekozen voor ambtshalve toekenning van de overbruggingsuitkering.

 

Artikel 5

     Gelet op de strekking van de uitkering wordt in dit artikel voorgeschreven dat deze aan het begin van de te overbruggen periode wordt betaald. Hierdoor wordt voorkomen dat de bijstandscliŽnt in liquiditeitsproblemen komt te verkeren. Uit een oogpunt van uitvoerbaarheid verdient het nadrukkelijk aanbeveling dat de overbrugging in ťťn keer plaatsvindt. 

 

Artikel 6

     In dit artikel is geregeld dat de overbruggingsuitkering wordt aangemerkt als algemene bijstand in de zin van de Algemene bijstandswet. Door de gelijkstelling van de overbruggingsuitkering met algemene bijstand wordt bereikt dat de uitkering voor 90% voor rekening van het Rijk komt. Na terugbetaling van het geleende bedrag aan gemeenten zal dit uiteindelijk via de vigerende declaratiemethodiek weer voor 90% aan het Rijk ten goede komen, zodat in dat opzicht sprake is van een kostenneutraal effect. Tevens heeft ťťn en ander tot gevolg dat de financiŽle verwerking van de overbruggingsuitkeringen een onderdeel kan vormen van het normale declaratiestelsel. Eveneens in dit artikel is geregeld dat artikel 26, vierde lid, van de Abw geen toepassing vindt. Hierdoor wordt tot uitdrukking gebracht dat ten aanzien van de onderhavige renteloze leningen geen verhoging met en afdracht van loonbelasting, premies volksverzekeringen en ziekenfondspremie behoeft plaats te vinden.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | inhoud Abw | Abw-praktijk | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x