Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

  

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Algemene bijstandswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2001

 

REGELING  VERZOEK  TOT  AANWIJZING  ALS  EXPERIMENTEERGEMEENTE

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2002
(art. 2a BrcagdeA)



23 oktober 1995, Stcrt. 1995, 208
Inwerkingtreding: 1 januari 1996
(T.a.v. art. 144:7 Abw)

 

 

 

 
23 oktober 1995/nr. BZ/VOL/95/3484
Directie Bijstandszaken

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 144, zevende lid, van de Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 199);

     Besluit:

 

 

Art. 1. [Aanvraagtermijn]
Verzoeken om toekenning van een bevoegdheid om bij wijze van experiment, in verband met het onderzoeken van een meer doelmatige bevordering van de zelfstandige bestaansvoorziening en van sociale activering van bijstandsgerechtigden, bij de uitvoering van de Algemene bijstandswet af te wijken van n of meer van de in het eerste lid van artikel 144 van die wet genoemde artikelen, kunnen worden ingezonden tot en met 31 december 1996.

 

Art. 2. [Voorwaarden verzoek]
-1. De in artikel 1 bedoelde verzoeken dienen in ieder geval te omvatten:
a. een aanduiding van de artikelen waarvan in het kader van het experiment wordt afgeweken;
b. omschrijving van de reikwijdte en de inrichting van het experiment, alsmede de wijze waarop het experiment zal bijdragen aan de bevordering van de zelfstandige bestaansvoorziening en de sociale activering;  
c. een omschrijving van de maatregelen die worden getroffen ten behoeve van een goede uitvoering, de begeleiding en de informatievoorziening voor de evaluatie van het experiment;
d. een omschrijving van de wijze waarop wordt voorzien in de waarborgen, genoemd in artikel 3 van het Besluit van 3 juni 1995, (Stb. 1995, 317);
e. een omschrijving van de wijze waarop wordt voorzien in voorlichting aan belanghebbenden omtrent hun rechten en plichten;
f. voor zover andere organisaties en instellingen bij de uitvoering van het experiment worden betrokken, een verklaring van die organisatie of instelling waaruit de medewerking aan het experiment blijkt.
-2. Voor de beantwoording van de punten, genoemd in het eerste lid en artikel 2 en 3 van het Besluit van 3 juni 1995 (Stb. 1995, 317), dient de gemeente gebruik te maken van het bij deze regeling behorende modelformulier.

 

Art. 3. [Afwijzing verzoek bij niet voldoen aan voorwaarden en waarborgen]
Een verzoek tot aanwijzing wordt niet gehonoreerd indien niet is voldaan aan het bepaalde in de artikelen 2 en 3 van het Besluit van 3 juni 1995 (Stb. 1995, 317) juncto artikel 2 van deze regeling.

 

Art. 3a. [Indieningstermijn verzoek tot voortzetting experiment]
Een verzoek tot voortzetting van een experiment als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder f, van het Besluit van 3 juni 1995 (Stb. 1995, 317) kan worden ingediend tot en met 30 november 1999.

 

Art. 4. [Inwerkingtreding]
Deze regeling zal worden gepubliceerd in de Staatscourant en treedt in werking op de dag waarop de Algemene bijstandswet in werking treedt.

 

 

s-Gravenhage, 23 oktober 1995.
De Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert.

 

 

 

TOELICHTING
[23 oktober 1995]

 


     Met de inwerkingtreding van de nieuwe Abw per 1 januari 1996 wordt de mogelijkheid geopend om in, door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, aan te wijzen gemeenten experimenten uit te voeren die zijn gericht op een meer doelmatige bevordering van de zelfstandige bestaansvoorziening en op sociale activering.
     Op 3 juni 1995 is de AMvB (Stb. 1995, 317) [Besluit houdende regels met betrekking tot de criteria voor de aanwijzing van gemeenten die deelnemen aan experimenten op grond van de Abw, red.] gepubliceerd waarmee een nadere invulling wordt gegeven van de criteria die worden gehanteerd bij de aanwijzing van gemeenten die experimenten als bedoeld in artikel 144 Abw kunnen gaan uitvoeren.
     Deze regeling stelt de termijn vast waarbinnen gemeenten verzoeken tot aanwijzing als experimenteergemeente dienen in te zenden en stelt de voorwaarden waaraan de verzoeken dienen te voldoen.
     Dergelijke verzoeken kunnen thans reeds worden ingediend. De beoordeling van de verzoeken zal waar mogelijk reeds vr 1 januari 1996 plaatsvinden, zodat zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van de wet op die verzoeken kan worden beslist.
     De termijn van indiening sluit op 31 december 1996. Bij de vaststelling van deze termijn is rekening gehouden met het feit dat de gemeenten de komende maanden in belangrijke mate bezig zullen zijn met de voorbereiding en implementatie van de nieuwe Algemene bijstandswet en met het feit dat de gemeenten in staat moeten zijn de experimenten in te bedden in hun eventueel nog te ontwikkelen activeringsbeleid.
     Verder bevat het besluit en de regeling enige organisatorische voorwaarden, zoals begeleiding en informatievoorziening. In dat kader kan van de gemeenten bijvoorbeeld worden gevraagd te komen tot toetsingscommissies en periodieke herbeoordeling, teneinde vast te stellen of voldaan blijft worden aan het bepaalde in artikel 3 van het besluit.
     Om een goed inzicht te krijgen in de verschillende projecten is ten slotte een modelvragenformulier ontwikkeld.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert.

 

 

 

MODELVRAGENFORMULIER

 

Bijlage behorende bij het verzoek van de gemeente ............
dd....... kenmerk:.....
om aanwijzing als experimenteergemeente o.g.v artikel 144 Algemene bijstandswet


I. Algemene gegevens

a.
Gemeente:                    prov.:
adres:
postcode:
plaats:
gemeenteklasse:
inwonertal per 1 januari 1995:
b.
Contactpersoon:
functie:
telefoonnummer:
faxnummer:
c.
Aantal bijstandsgerechtigden per 1 oktober 1995:
w.v.
mannen langer dan 1 jaar werkloos:
vrouwen langer dan 1 jaar werkloos:


II. Gegevens omtrent het uit te voeren experiment

a.
Het experiment heeft betrekking op:
artikel 8, tweede lid
artikel 8, vijfde lid
artikel 8, zesde lid
artikel 43, tweede lid, onderdeel h
artikel 43, tweede lid, onderdeel i
artikel 43, vierde lid
artikel 72
artikel 73
artikel 106
artikel 111
artikel 113
artikel 115
b.
Het experiment richt zich op de volgende doelgroep(en):
c.
De periode gedurende welke de bevoegdheid tot afwijking wordt gevraagd:
d.
Samenvatting van de belangrijkste kenmerken van het experiment:
(NB: een volledige beschrijving van het experiment dient op een afzonderlijke bijlage te worden bijgevoegd)
e.
Beknopte omschrijving van de wijze van uitvoering van het experiment:
f.
1. Zijn bij de uitvoering van het experiment andere dan gemeentelijke diensten/instellingen betrokken?: ja/neen
2. Zo ja, welke andere organisatie(s)/instelling(en) zijn dat?
3. Soort organisatie/instelling:
(NB: een verklaring van die organisatie(s)/instelling(en) waaruit de bereidheid tot medewerking blijkt, dient als afzonderlijke bijlage te worden bijgevoegd)
g.
1. Op welke wijze wordt voorzien in waarborgen tegen onaanvaardbare verdringing van andere arbeid?
2. Op welke wijze wordt voorzien in waarborgen tegen onaanvaardbare doorkruising van hetgeen overigens geldt met betrekking tot de bevordering van de zelfstandige bestaansvoorziening?
3. Op welke wijze wordt voorzien in waarborgen tegen onaanvaardbare doorkruising van andere maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid?
4. Op welke wijze wordt voorzien in waarborgen tegen onaanvaardbare mededinging jegens derden?
h.
1. Op welke wijze wordt voorzien in de voorlichting aan clinten over rechten en plichten bij deelname aan het experiment?
2. Op welke wijze wordt voorzien in de begeleiding van het experiment?
3. Op welke wijze wordt voorzien in de informatievoorziening t.b.v. de evaluatie?

1. S.v.p. doorhalen wat niet van toepassing is.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | inhoud Abw | Abw-praktijk | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x