Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

  

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Algemene bijstandswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2000

 

REGELING  UITVOERINGS-  EN  ONDERZOEKSKOSTEN  ZELFSTANDIGEN

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2001
(Wet financiering Abw, Ioaw en Ioaz)


11 april 1996, Stcrt. 1996, 76
Inwerkingtreding: 1 januari 1996
(T.a.v. artt. 26:3 Bbz en 2:2 BoI)

 

 

 

 
11 april 1996
/nr. BZ/VOL/96/1570
Directie Bijstandszaken

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op de artikelen
26, derde lid, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen en artikel 2, tweede lid, van het Besluit onderzoekskosten Ioaz;

     Besluit:

 

 

Art. 1. [Definities]
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Ioaz: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
b. onderzoek: het onderzoek, bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen en artikel 1, onderdeel b, van het Besluit onderzoekskosten Ioaz.

 

Art. 2. [Maximale kosten onderzoek]
De kosten van onderzoek worden bepaald op maximaal:
a. É4530,00 voor een uitgebreid rapport betrekking hebbend op bijstandverlening aan een startende of een gevestigde zelfstandige;
b. É2680,00 voor een verkort rapport betrekking hebbend op bijstandverlening aan een startende of een gevestigde zelfstandige;
c. É1645,00 voor een rapport betrekking hebbend op bijstandverlening aan een oudere of een beŽindigende zelfstandige of een nader of vervolgrapport betrekking hebbend op bijstandverlening aan een zelfstandige;
d. É1850,00 voor een rapport betrekking hebbend op een aanvraag om uitkering op grond van de Ioaz.

 

Art. 3. [Maximale kosten onderzoek t.b.v. agrarische sector]
De kosten van onderzoek worden, indien het onderzoek betrekking heeft op aanvragen uit de agrarische sector, bepaald op maximaal:
a. É3860,00 voor een rapport betrekking hebbend op bijstandverlening aan een zelfstandige;
b. É1405,00 voor een nader of vervolgrapport betrekking hebbend op bijstandverlening aan een zelfstandige;
c. É2280,00 voor een rapport betrekking hebbend op een aanvraag om uitkering op grond van de Ioaz.

 

Art. 4. [Maximale kosten taxatie]
De kosten van taxatie, uitgevoerd door een beŽdigd makelaar of taxateur, worden bepaald op maximaal het tarief dat een makelaar, lid van de NVM, op basis van de geldende tabel hanteert.

 

Art. 5. [Herziening bedragen]
De bedragen, genoemd in de artikelen 2 en 3, worden herzien voor zover de ontwikkeling van de lonen van werknemers in particuliere bedrijven daartoe aanleiding geeft.

 

Art. 6. [Intrekking beschikking staatssecretaris]
De beschikking van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake rijksvergoeding rapportagekosten op grond van de Ioaz en het Bz (Stcrt. 1991, 252) wordt ingetrokken.

 

Art. 7. [Inwerkingtreding]
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1996.

 

Art. 8. [Citeertitel]
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoerings- en onderzoekskosten zelfstandigen.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

ís-Gravenhage, 11 april 1996.
De Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert.

 

 

 

TOELICHTING
[11 april 1996]

 

Algemeen

 

     Op grond op artikel 26, derde lid, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) en artikel 2 van het Besluit onderzoekskosten Ioaz worden thans regels gesteld voor de rijksvergoeding aan de gemeente van specifieke en noodzakelijke onderzoeks- en uitvoeringskosten in verband met de uitvoering van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz) en het Bbz.
     De uitgangspunten voor de rijksvergoeding aan de gemeente van specifieke en noodzakelijke onderzoeks- en uitvoeringskosten in verband met de uitvoering van de bijstandverlening aan zelfstandigen zijn vastgelegd in het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) (Stb. 1995, 203). De uitgangspunten voor de rijksvergoeding aan de gemeente van specifieke en noodzakelijke onderzoeks- en uitvoeringskosten in verband met de uitvoering van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz) zijn vastgelegd in het Besluit onderzoekskosten Ioaz (Stb. 1996, 154). De specifieke regels ten aanzien van de hoogte van de vergoeding worden vastgelegd in deze regeling.
     Eťn en ander komt in materieel opzicht in belangrijke mate overeen met de vorige beschikking inzake rijksvergoeding rapportagekosten op grond van de Ioaz en het Bz (Stcrt. 1991, 252) [Bz: Bijstandsbesluit zelfstandigen, red.]. Om formele redenen wordt de laatstgenoemde beschikking hierbij ingetrokken.
     Naast de noodzakelijke technische wijzigingen om de uitgangspunten in de genoemde besluiten vast te leggen en de overige regels in deze ministeriŽle regeling, zijn de volgende onderdelen inhoudelijk aangepast.
     In de eerste plaats is in het kader van een terugtredende rijksoverheid en terughoudend toezicht de bepaling dat de gemeente bij een onderzoek door een andere instelling dan het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK), de Landelijke Service bij Regelingen (LASER, vůůr 1 januari 1996 de Dienst Uitvoering Regelingen van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij: DUR), de Stichting Administratie, Beheer, Rechtshulp en Incasso (ABRI) en een beŽdigd makelaar of taxateur alleen maar voor rijksvergoeding in aanmerking kon komen indien de rijksconsulent op verzoek vooraf toestemming had gegeven, vervallen.
     Dat betekent dat de gemeente nu in alle gevallen in aanmerking kan komen voor een rijksvergoeding voor onderzoeks- en rapportagekosten ongeacht de eigen keuze van de adviserende deskundige instelling.
     Het betekent ook dat eerdergenoemde instellingen waarvoor men zonder meer voor een vergoeding in aanmerking kwam in dit verband niet meer apart benoemd behoeven te worden in de regeling. Dat wil echter niet zeggen dat deze instellingen bij de uitvoering van het Bbz en de Ioaz geen belangrijke rol meer spelen. Juist deze instellingen hebben in de loop der jaren een ruime ervaring en deskundigheid bij het onderzoek en de rapportage ten aanzien van zelfstandigen opgebouwd. Werkend vanuit een zekere onafhankelijkheid ten opzichte van de ondernemer hebben zij steeds verreweg de meeste van de aan derden opgedragen onderzoeksgevallen voor hun rekening genomen en zijn zij in staat om dit te blijven doen.
     Daarnaast blijft de beŽdigd makelaar of taxateur met het oog op diens specifieke deskundigheid bij taxatiegevallen van met name onroerend goed van belang.
     In de tweede plaats behoeven door het niet meer apart benoemen van bepaalde instellingen de onderzoeks- en rapportagekosten niet meer verdeeld te worden in aan de ene kant vaste bedragen per onderzoek voor de bij name genoemde instellingen en aan de andere kant de werkelijke kosten per onderzoek voor de door de rijksconsulent toegestane instellingen. In verband met een zekere beheersing van de tarieven is gekozen voor vaste maximale bedragen die gelden voor alle door de gemeente in te schakelen adviesinstanties. Daarbij is alleen nog onderscheid gemaakt tussen onderzoeks- en rapportagekosten uit de agrarische sectoren en die uit de andere sectoren. Dit in verband met de eigen financieringsstructuur van de Landelijke Service bij Regelingen van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
     Met het oog op de grotere keuzevrijheid van de gemeente en de daaraan gekoppelde verantwoordelijkheid voor de bewaking van deskundige en onafhankelijke advisering door derden ligt het voor de hand deze keuzevrijheid gezien tegen het licht van de medeverantwoordelijkheid ook financieel enigszins tot uitdrukking te laten komen. Eventuele meerkosten uitstijgend boven de genoemde tarieven als gevolg van een door de gemeente gemaakte keus voor een bepaalde duurdere adviesinstantie komen - naast de bestaande 10% eigen kosten - daarom dan ook voor rekening van de gemeente zelf.
     Ten aanzien van begeleiding van met name startende ondernemers is uit onderzoek bekend dat er in de eerste jaren na de start aanloopproblemen kunnen zijn zoals tegenvallende omzet, het nog ontbreken van naamsbekendheid en problemen met liquiditeit en kosten. Begeleiding, waarbij de ontwikkelingen in de startfase worden gevolgd en zo nodig maatregelen worden voorgesteld ter verbetering van de resultaten, is van belang voor zowel de betrokkene als de gemeente. Hierdoor kan in een aantal gevallen worden bereikt dat het bedrijf kan worden voortgezet, waardoor de aanvrager blijvend uit een uitkeringssituatie geraakt en in staat is zijn financiŽle verplichtingen, ook ten aanzien van de gemeente, na te komen. Begeleiding dient in principe door de ondernemer zelf te worden bekostigd. Eventueel kan voor dit doel het te verstrekken krediet worden verhoogd. Slechts in uitzonderlijke situaties ten aanzien van de vermogens- en inkomenspositie van de betrokkene en de gemeente rapportage van deze begeleiding nodig acht, kunnen voor dit doel de kosten van een vervolgrapport worden gedeclareerd.

 

 

Artikelsgewijze  toelichting

 

Artikel 1

     In onderdeel b van dit artikel is omschreven wat onder onderzoek dient te worden verstaan. Daartoe wordt verwezen naar de begripsbepalingen in artikel 1, onderdeel j, van het Bbz en in artikel 1, onderdeel b, van het Besluit onderzoekskosten Ioaz. Onder onderzoek wordt derhalve verstaan een bedrijfseconomisch of bedrijfstechnisch onderzoek, waaronder begrepen de taxatie van vermogensbestanddelen, afgerond met een schriftelijke rapportage, voor zover dit onderzoek noodzakelijk is voor de uitvoering van de Ioaz of van het Bbz.

 

Artikel 2

     In dit artikel worden de bedragen voor de kosten van onderzoek voor zover dat noodzakelijk is vastgelegd in bepaalde maximale tarieven. Aangezien de duur en het karakter van het onderzoek wordt beÔnvloed door de aard van de aanvraag om uitkering, gelden uiteenlopende bedragen voor verschillende categorieŽn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:
a. onderzoek, gericht op aanvragen van beginnende of gevestigde zelfstandigen resulterend in een uitgebreide rapportage. Een uitgebreid rapport zal uitgebracht worden ingeval het gaat om een bestaand bedrijf dat door interne problemen tijdelijk in financiŽle moeilijkheden is komen te verkeren. Een analyse van de oorzaken, het beoordelen van de levensvatbaarheid, het aangeven van een oplossingsrichting en het bepalen van de grootte en de vorm van de bijstand zullen bijvoorbeeld zaken zijn die in zoín rapport aan de orde komen. Bij startende zelfstandigen kan het bedrijfsverleden niet beoordeeld worden. Bij deze groep zal een analyse van het bedrijfsplan voor de opbouw van een volwaardig bedrijf meer het uitgangspunt zijn.
b. onderzoek, gericht op aanvragen van beginnende of gevestigde zelfstandigen resulterend in een verkorte rapportage. Soms zijn problemen vrij snel aan te geven, bijvoorbeeld wanneer het bedrijf door een duidelijke oorzaak in moeilijkheden is gekomen en direct duidelijk is dat het bedrijf niet levensvatbaar is of de aanvraag door een andere oorzaak moet worden afgewezen. Dan kan worden volstaan met een verkorte rapportage;
c. onderzoek gericht op aanvragen van oudere of beŽindigende zelfstandigen resulterend in een rapportage waarbij meestal alleen maar een uitkering levensonderhoud aan de orde is.
     Onder deze categorie valt ook een onderzoek gericht op aanvragen waarbij in eerdere instantie al een rapport is uitgebracht. Hierbij speelt geen rol tot welke doelgroep de zelfstandige behoort. Dit kan zowel aanvragen betreffen waarvoor ten behoeve van een eerste beslissing aanvullende gegevens nodig zijn als aanvragen waarbij de gemeente het bijvoorbeeld nodig acht na bijstandverlening de ontwikkelingen te blijven volgen. Dit laatste kan vooral van belang zijn bij bedrijven van beginnende zelfstandigen.
d. onderzoek gericht op aanvragen om een uitkering op grond van de Ioaz.
     Een rapport dat dient voor zowel een bijstandsbeslissing inzake een beŽindigende zelfstandige als voor een beslissing op grond van de Ioaz is slechts eenmaal declarabel.
     Dit maximale tarief is inclusief BTW.

 

Artikel 3

     Zoals in het algemene deel van de toelichting reeds is aangegeven, worden voor de onderzoeks- en rapportagekosten voor aanvragen uit de agrarische sector - evenals in het verleden - afwijkende tarieven gehanteerd. Er wordt uitgegaan van drie vaste onderzoekstarieven ongeacht tot welke doelgroep de zelfstandige behoort, namelijk:
a. een tarief voor een basisrapport;
b. een tarief voor een nader of vervolgrapport;
c. een tarief voor een rapport in verband met een aanvraag om uitkering op grond van de Ioaz.
     Een rapport dat dient voor zowel een bijstandsbeslissing inzake een beŽindigende zelfstandige als voor een beslissing op grond van de Ioaz is slechts eenmaal declarabel.

 

Artikel 4

     Het kan noodzakelijk zijn dat bepaalde vermogensbestanddelen door een beŽdigd makelaar of taxateur moeten worden gewaardeerd voor de vermogensvaststelling. Hierbij valt te denken aan taxatie van onroerende zaken, waaronder bij de bijstandverlening aan ondernemers in de binnenvaart de taxatie van schepen. Aangezien de hoogte van de tarieven in verband staan met de waarde van het te taxeren object is voor het maximaal te declareren tarief aangesloten bij de tabellen die door de makelaars worden gehanteerd.

 

Artikel 5

     De in dit artikel bedoelde bedragen worden aangepast voor zover de ontwikkeling van de lonen van werknemers in particuliere bedrijven daartoe aanleiding geeft. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij de loonontwikkeling zoals deze in de CBS-statistiek "Regelingslonen van volwassen werknemers in particuliere bedrijven inclusief vakantietoeslag en andere bijzondere uitkeringen" [CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, red.], lonen per week en per maand, categorie "Diensten", wordt weergegeven. De op basis van dit artikel herziene bedragen zullen in de Staatscourant bekend worden gemaakt.

 

Artikel 6

     De onderhavige regeling is de opvolger van de beschikkingen inzake rijksvergoeding rapportagekosten op grond van de Ioaz en het Bz. Die beschikking verliest met de intrekking van zijn wettelijke grondslag - de (oude) Algemene Bijstandswet - automatisch zijn werking voor zover het gaat om de op die wet gebaseerde nadere regels. Dit effect doet zich evenwel niet voor voor zover het gaat om de delen die gebaseerd zijn op de Ioaz; die wet behoudt immers na 1 januari 1996 gewoon haar gelding. Om elke twijfel omtrent de juridische status van de beschikking inzake rijksvergoeding rapportagekosten op grond van de Ioaz en het Bz na 1 januari 1996 uit te sluiten, wordt die regeling ingetrokken.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | inhoud Abw | Abw-praktijk | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x