Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

  

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

Algemene bijstandswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 1999

 

UITVOERINGSREGELING  INKOOP  ARBEIDSVOORZIENING  DOOR  GEMEENTEN

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2000
(Besluit van 25 november 1999, Stb. 1999, 532)



19 december 1996, Stcrt. 1997, 29
Inwerkingtreding: 1 januari 1997
(T.a.v. artt. 137a:2 Abw, 59a:2 Ioaw, 59a:2 Ioaz en 1:2, 3:3, 3:4, 3:5, 4a:1, 5:2 en 5:3 BidAg)

 

 

 

 
19 december 1996/nr. AM/ARV/96/2710
Directie Arbeidsmarkt

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 137a, tweede lid, van de Algemene bijstandswet, artikel 59a, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 59a, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de artikelen 1, tweede lid, en 3, tweede en derde lid, van het Besluit inkoop dienstverlening Arbeidsvoorzieningsorganisatie door gemeenten;

     Besluit:

 

 

1.  Begripsbepalingen

 

Art. 1. [Definities]
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. besluit: het Besluit inkoop dienstverlening Arbeidsvoorzieningsorganisatie door gemeenten;
c. registratie: de registratie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, onder 2, van het besluit.

 

 

2.  Onderbreking van werkloosheid of van registratie bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie

 

Art. 2. [Onderbreking van werkloosheid of registratie]
-1. Bij een onderbreking van de periode, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, onder 2, van het besluit, worden als dagen van werkloosheid en van registratie aangemerkt:
a. dagen waarop arbeid in dienstbetrekking of in eigen bedrijf of zelfstandig beroep is verricht, mits het aantal dagen of gewerkte uren per jaar niet meer dan 50 respectievelijk 400 bedraagt;
b. dagen waarop na toestemming van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, het Landelijk instituut sociale verzekeringen of de gemeente werkzaamheden zonder beloning zijn verricht;
c. dagen waarop een scholing of opleiding is gevolgd die door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, het Landelijk instituut sociale verzekeringen of de gemeente noodzakelijk wordt geacht voor de inschakeling in de arbeid.
-2. Bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, prevaleert de voor de uitkeringsgerechtigde meest gunstige berekeningswijze.

 

Art. 3. [Geen onderbreking vanwege hechtenis of gevangenisstraf]
Bij een onderbreking van de periode, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, onder 2, van het besluit, door het ondergaan van hechtenis of gevangenisstraf worden de perioden gelegen vr en na de onderbreking samengesteld als waren zij een ononderbroken periode.

 

 

3.  Aanwijzing van gemeenten

 

Art. 4. [Budget 1999]
Voor het jaar 1999 is het voor uitkeringen beschikbare bedrag 104,4 miljoen.

 

Art. 4a. [Aangewezen gemeenten]
Als gemeenten, bedoeld in de artikelen 137a, tweede lid, van de Abw, 59a, tweede lid, van de Ioaw, en 59a, tweede lid, van de Ioaz, worden voor de verdeling van het bedrag, genoemd in artikel 4, aangewezen:
a. de gemeenten Almelo, Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Bosch, Den Haag, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Enschede, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo (O), Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam, Tilburg, Utrecht, Venlo en Zwolle; en
b. de gemeenten Alkmaar, Almere, Alphen aan den Rijn, Amersfoort, Amstelveen, Apeldoorn, Assen, Bergen op Zoom, Brunssum, Capelle aan den IJssel, Delft, Delfzijl, Den Helder, Doetinchem, Ede, Emmen, Geleen, Gorinchem, Gouda, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heerenveen, Hellevoetsluis, Hilversum, Hoogeveen, Hoogezand-Sappemeer, Hoorn, Kerkrade, Landgraaf, Lelystad, Maassluis, Middelburg, Nieuwegein, Noordoostpolder, Oosterhout, Oss, Purmerend, Rheden, Ridderkerk, Rijswijk (Z-H), Roermond, Roosendaal, Sittard, Smallingerland, Sneek, Spijkenisse, Stadskanaal, Terneuzen, Tiel, Veenendaal, Velsen, Vlaardingen, Vlissingen, Waalwijk, Wageningen, Weert, Zaanstad, Zeist, Zoetermeer, Zutphen en Zwijndrecht.

 

Art. 4b. [Verdeelsleutel budget]
-1. Van het in artikel 4 genoemde bedrag wordt 54,921 miljoen met inachtneming van artikel 3, zesde lid, van het besluit, naar evenredigheid van de aantallen uitkeringsgerechtigden verdeeld over de gemeenten, genoemd in artikel 3, onderdeel a.
-2. Van het in artikel 4 genoemde bedrag wordt 49,479 miljoen, in afwijking van artikel 3, zesde lid, van het besluit, op gelijke wijze verdeeld over alle gemeenten, genoemd in artikel 4a.

 

 

4.  Modellen

 

Art. 5. [Modellen]
-1. Burgemeester en wethouders van de gemeenten, bedoeld in artikel 4 van de Uitvoeringsregeling inkoop arbeidsvoorziening door gemeenten, zoals deze regeling luidde tot inwerkingtreding van deze regeling, doen vr 20 september 1998 aan de minister opgave van de met de Arbeidsvoorzieningsorganisatie gesloten overeenkomsten en de daarmee verband houdende uitgaven en ontvangsten.
-2. De jaaropgave en de verklaring van de deskundige, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het besluit, zijn voor het jaar 1997 ingericht overeenkomstig de modellen die zijn vastgesteld bij de regeling, zoals de regeling luidde tot inwerkingtreding van deze regeling. De door de minister daartoe in genoemde modellen opgestelde nadere regels inzake de verklaring en het onderzoek dat resulteert in deze verklaring zijn van toepassing.
-3. De opgave, bedoeld in artikel 3, derde lid, van het besluit, de jaaropgave en de verklaring van de deskundige, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het besluit, en het onderzoek dat resulteert in de verklaring, bedoeld in artikel 5, derde lid, van het besluit, zijn voor het jaar 1999 ingericht overeenkomstig de in de bijlagen bij deze regeling behorende modellen.

 

 

5.  Peildatum

 

Art. 6. [Peildatum]
De peildatum, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van het besluit, is voor het jaar 1999 vastgesteld op 1 januari 1998.

 

 

6.  Informatie

 

Art. 6a. [Wijze van informatieverstrekking]
-1. Burgemeester en wethouders verstrekken aan de door de minister daartoe in artikel 6b aangewezen bewerker over ieder kwartaal de inlichtingen en gegevens voor de beleidsvorming met betrekking tot de uitvoering van het besluit volgens het in bijlage A bij de regeling behorende model.
-2. De inlichtingen en gegevens worden telkens binnen zes weken na afloop van een kwartaal door burgemeester en wethouders rechtstreeks aan de bewerker verstrekt.
-3. Burgemeester en wethouders verstrekken de inlichtingen en gegevens op een door de bewerker te bepalen wijze.

 

Art. 6b. [Informatieverstrekking aan CBS]
De bewerker van de in artikel 6a, eerste lid, bedoelde inlichtingen en gegevens is het Centraal Bureau voor de Statistiek.

 

Art. 6c. [Andere wijze van informatieverstrekking]
-1. In plaats van de inlichtingen en gegevens op de wijze, bedoeld in artikel 6a, eerste lid, aan de door de minister aangewezen bewerker te verstrekken, kunnen de inlichtingen en gegevens van burgemeester en wethouders ook op andere wijze door de minister worden verkregen.
-2. De in het eerste lid bedoelde andere wijze is het door de bewerker met elkaar in verband brengen van:
a. de gegevens en inlichtingen over inkooptrajecten die de Arbeidsvoorzieningsorganisatie verstrekt aan de minister en die in opdracht van hem door het Centraal Bureau voor de Statistiek als bewerker worden verwerkt; en
b. de statistische gegevens die burgemeester en wethouders krachtens artikel 133 van de Abw, 55 van de Ioaw en 55 van de Ioaz aan het Centraal Bureau voor de Statistiek verstrekken.
-3. Dit artikel wordt toegepast indien burgemeester en wethouders van een gemeente de bewerker volgens het model van bijlage B toestemming verlenen de gegevens op de wijze, bedoeld in het eerste en tweede lid, aan de minister te verstrekken.

 

Art. 6d. [Verstrekking geaggregeerde opgave door CBS]
-1. De bewerker verstrekt aan burgemeester en wethouders van een gemeente, bedoeld in artikel 6c, derde lid, over ieder kwartaal, binnen acht weken na afloop van dat kwartaal, een opgave van de inlichtingen en gegevens, bedoeld in artikel 6a, eerste lid. De eerste volzin is van toepassing op wijzigingen die door de bewerker na het verstrekken van een opgave worden aangebracht.
-2. Indien burgemeester en wethouders zich niet kunnen verenigen met de in het eerste lid bedoelde opgave, melden zij dit binnen zes weken na ontvangst van die opgave schriftelijk bij de bewerker.
-3. De bewerker deelt burgemeester en wethouders binnen zes weken na ontvangst van de mededeling, bedoeld in het tweede lid, mede of, en zo ja, in hoeverre correcties met betrekking tot de verstrekte inlichtingen en gegevens hebben plaatsgevonden.

 

 

7.  Slotbepalingen

 

Art. 7. [Inwerkingtreding]
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1997.

 

Art. 8. [Citeertitel]
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling inkoop arbeidsvoorziening door gemeenten.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

1. Raadpleeg voor de bijlagen Staatscourant 1998, 233, en Staatscourant 2002, 28, red.

 

's-Gravenhage, 19 december 1996.
De Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert.

 

 

 

TOELICHTING
[19 december 1996]

 

Algemeen

 

     Ingevolge de artikelen 137a, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw), 59a, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) en 59a, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz) verstrekt de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, aan gemeenten ten laste van s Rijks schatkist geldelijke bijdragen voor inkoop van scholings- en bemiddelingsactiviteiten ten behoeve van moeilijk plaatsbare bijstands- of Ioaw/Ioaz-gerechtigden. De regeling bij algemene maatregel van bestuur is te vinden in het Besluit inkoop dienstverlening Arbeidsvoorzieningsorganisatie door gemeenten (Stb. 1997, 48). De voorliggende ministerile regeling geeft uitwerking aan de artikelen 1, tweede lid, en 3, tweede en derde lid, van dat besluit.
     Verder strekt de regeling ertoe om, ingevolge de artikelen 137a, tweede lid, van de Abw, 59a, tweede lid, van de Ioaw en 59a, tweede lid, van de Ioaz, de rijksvergoeding te beperken tot 19 gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Groningen, Nijmegen, Arnhem, Almelo, Deventer, Enschede, Den Bosch, Tilburg, Breda, Eindhoven, Leeuwarden, Maastricht, Hengelo, Helmond en Zwolle). De keuze voor deze 19 gemeenten is gebaseerd op de noodzaak het sociaal en economisch fundament van deze grote steden, met hun specifieke problematiek, te versterken, opdat de ontwikkeling van werkgelegenheid, veiligheid en leefbaarheid weer in de pas gaat lopen met de ontwikkelingen elders in Nederland.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1

     Dit artikel bevat de voor de regeling nodige begripsomschrijvingen. Bij het begrip "registratie" gaat het om de registratie als werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie [zie Centrale organisatie werk en inkomen (CWI), red.], zoals bedoeld in de Arbeidsvoorzieningswet 1996.

 

Artikel 2

     In artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit inkoop dienstverlening Arbeidsvoorzieningsorganisatie door gemeenten is de definitie van moeilijk plaatsbare uitkeringsgerechtigde vervat. In deze bepaling wordt onder "moeilijk plaatsbare uitkeringsgerechtigde" verstaan: de uitkeringsgerechtigde die ofwel n jaar of langer algemene bijstand ingevolge de Abw of de Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet, onderscheidenlijk uitkering ingevolge de Ioaw of de Ioaz ontvangt, ofwel n jaar of langer werkloos is en gedurende die periode als werkzoekende is geregistreerd bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
     Voor de bepaling van de inschrijvingsduur bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie bevat artikel 2 een bijzondere regeling. Dagen waarop de periode van registratie is onderbroken door het verrichten van arbeid in dienstbetrekking of in eigen bedrijf of zelfstandig beroep worden beschouwd als dagen van registratie, mits het aantal dagen of gewerkte uren per jaar in totaal niet meer dan 50 respectievelijk 400 bedraagt. In het geval dat toepassing van het dagen- onderscheidenlijk urencriterium tot verschillende uitkomsten leidt, prevaleert de voor de belanghebbende meest gunstige berekening.
     Dagen waarop vrijwilligerswerk wordt verricht of wordt deelgenomen aan een voor arbeidsinschakeling noodzakelijke cursus, opleiding of scholing, worden eveneens beschouwd als dagen van werkloosheid en van registratie als werkzoekende. Wel moet de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, de bedrijfsvereniging [zie uitvoeringsinstelling (UWV), red.] of de gemeente voor dat vrijwilligerswerk of dat onderwijs toestemming hebben gegeven.

 

Artikel 3

     Bij een onderbreking van de periode van werkloosheid of van registratie bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie door het vervullen van de militaire dienstplicht of in de plaats daarvan vervangende dienst of door het ondergaan van hechtenis of gevangenisstraf, worden de perioden gelegen vr en na de onderbreking samengeteld als waren zij een ononderbroken periode.

 

Artikel 4

     De rijksvergoeding voor inkoop van dienstverlening bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie wordt ingevolge de artikelen 137a, tweede lid, van de Abw, 59a, tweede lid, van de Ioaw en 59a, tweede lid, van de Ioaz ingezet in het kader van het grotestedenbeleid. De vergoeding wordt derhalve verleend aan de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Groningen, Nijmegen, Arnhem, Almelo, Deventer, Enschede, Den Bosch, Tilburg, Breda, Eindhoven, Leeuwarden, Maastricht, Hengelo, Helmond en Zwolle.

 

Artikel 5

     De modellen van de opgave en de jaaropgave, bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, en 5, eerste lid, van het Besluit inkoop dienstverlening Arbeidsvoorzieningsorganisatie, zijn als bijlagen bij de regeling opgenomen.

 

Artikel 6

     Uitgangspunt bij de verdeling van het beschikbare budget tussen de G19-gemeenten onderling is het bestand (personen die algemene bijstand ingevolge de Abw of uitkering ingevolge de Ioaw of de Ioaz ontvangen) in de negentien gemeenten gezamenlijk en het relatieve aandeel van de betreffende gemeente in dat bestand. Als peildatum voor het jaar 1997 geldt daarbij 1 januari 1996. Jaarlijks zal deze peildatum worden bijgesteld.
     De verdeling van het beschikbare budget over het kalenderjaar 1997 is weergegeven in de bijlage bij deze toelichting.

 

Artikel 7

     De regeling werkt terug tot en met 1 januari 1997 en treedt daarmee gelijktijdig met het Besluit inkoop dienstverlening Arbeidsvoorzieningsorganisatie door gemeenten in werking.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | inhoud Abw | Abw-praktijk | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x