Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

  

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Algemene bijstandswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2003

 

TIJDELIJKE  STIMULERINGSREGELING  REGIONALE  PLATFORMS ARBEIDSMARKTBELEID  2003

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2004



17 december 2002, Stcrt. 2002, 246
Inwerkingtreding: 1 januari 2003
Vervalt m.i.v. 1 januari 2004
(T.a.v. art. 3:1 Kaderwet SZW-subsidies)

 

 

 

 
REGELING van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M. Rutte, van 17 december 2002, Directie Uitvoering Werk en Inkomen, nr. W&I/SIU/02/92119, tot het verstrekken van subsidie ter stimulering in 2003 van de ontwikkeling van regionale platforms arbeidsmarktbeleid voor de totstandkoming waarvan een subsidie is verstrekt op grond van de Tijdelijke stimuleringsregeling regionale platforms arbeidsmarktbeleid 2001 (Tijdelijke stimuleringsregeling regionale platforms arbeidsmarktbeleid 2003)

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M. Rutte;
     Gelet op artikel 3, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies;

     Besluiten:

 

 

Art. 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. CWI: een Centrum voor werk en inkomen, genoemd in artikel 24 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
b. regionaal platform arbeidsmarktbeleid: een regionaal platform als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
d. samenwerkingsovereenkomst: een overeenkomst waaruit blijkt welke partijen in het regionaal platform arbeidsmarktbeleid participeren en waarin het doel, functies en werkwijze van het regionaal platform arbeidsmarkt worden beschreven;
e. regio: het gebied waarbinnen het regionaal platform arbeidsmarktbeleid werkzaam is;
f. CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek;
g. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 

Art. 2. Subsidie voor een regionaal platform arbeidsmarktbeleid
-1. De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken ter stimulering in 2003 van een regionaal platform arbeidsmarktbeleid voor de totstandkoming waarvan een subsidie is verstrekt op grond van de Tijdelijke stimuleringsregeling regionale platforms arbeidsmarktbeleid 2001.
-2. De subsidie wordt aangevraagd door de gemeente aan wie de subsidie op grond van de Tijdelijke stimuleringsregeling regionale platforms arbeidsmarktbeleid 2002 is verstrekt.
-3. De subsidie wordt verstrekt aan de subsidieaanvrager.
-4. Voorafgaand aan de subsidievaststelling wordt geen beschikking tot subsidieverlening gegeven.
-5. De Algemene Regeling SZW-subsidies is niet van toepassing.

 

Art. 3. Subsidieaanvraag
-1. Bij de subsidieaanvraag wordt overgelegd:
a. een afschrift van de samenwerkingsovereenkomst indien deze samenwerkingsovereenkomst niet overeenstemt met de samenwerkingsovereenkomst waarvan een afschrift is overgelegd bij de subsidieaanvraag in het kader van de Tijdelijke stimuleringsregeling regionale platforms arbeidsmarktbeleid 2001 of de Tijdelijke stimuleringsregeling regionale platforms arbeidsmarktbeleid 2002;
b. een beschrijving van de wijze waarop een CWI in de regio bij het regionaal platform arbeidsmarktbeleid is betrokken.
-2. De minister ontvangt uiterlijk 1 juli 2003 de subsidieaanvraag.

 

Art. 4. Omvang subsidie
-1. De subsidie wordt verstrekt in de vorm van een lumpsumbedrag en bedraagt Ç|1,27 per hoofd van de beroepsbevolking in de regio.
-2. De omvang van de beroepsbevolking wordt vastgesteld op grond van de tabel "Driejaarsgemiddelde omvang beroepsbevolking per gemeente 1997-1999" van het CBS. Daar waar in deze tabel gegevens ontbreken over de omvang van de beroepsbevolking van een gemeente, wordt met betrekking tot die gemeente uitgegaan van de laatstbekende gegevens van het CBS over de omvang van de beroepsbevolking van die gemeente en wordt die omvang verhoogd met het percentage waarmee de omvang van de totale beroepsbevolking in Nederland is gestegen, vanaf het kalenderjaar waarop die laatstbekende gegevens betrekking hebben tot en met 31 december 1999.
-3. De omvang van de beroepsbevolking in de regio is slechts eenmaal bepalend voor de hoogte van de subsidie.

 

Art. 5. Weigeringsgrond
Geen subsidie wordt verstrekt indien blijkt dat binnen de regio bij de gemeenten, het UWV of vertegenwoordigers van de werkgevers en werknemers onvoldoende draagvlak bestaat voor het regionaal platform arbeidsmarktbeleid.

 

Art. 6. Verantwoording
Uiterlijk 30 april 2004 zendt de subsidieontvanger aan de minister een verantwoordingsverslag met betrekking tot de activiteiten die in 2003 door het regionaal platform arbeidsmarktbeleid zijn verricht.

 

Art. 7. Inwerkingtreding
-1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2003 en vervalt met ingang van 1 januari 2004.
-2. De regeling, zoals die vˇˇr de datum waarop deze vervalt geldt, blijft van toepassing op de financiŰle afwikkeling van de subsidie van de minister aan de subsidieontvanger.

 

Art. 8. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke stimuleringsregeling regionale platforms arbeidsmarktbeleid 2003.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Ĺs-Gravenhage, 17 december 2002.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte
.

 

 

 

TOELICHTING
[17 december 2002]

 

Algemeen

 

1. Inleiding


     De Tijdelijke stimuleringsregeling regionale platforms arbeidsmarktbeleid 2001, gericht op het bevorderen van de totstandbrenging van regionale platforms arbeidsmarktbeleid, is in 2002 aangevuld met een stimuleringsregeling gericht op de (verdere) ontwikkeling van de regionale platforms waarvoor eerder op grond van de Tijdelijke stimuleringsregeling regionale platforms arbeidsmarktbeleid 2001 subsidie is verleend. De onderhavige regeling voorziet erin dat de stimuleringsregeling uit 2002 de facto voor het jaar 2003, op nagenoeg dezelfde voet, wordt voortgezet. Zoals de aan de Tweede Kamer is medegedeeld, is voor de totstandkoming van de platforms voor de periode 2001-2003 jaarlijks een bedrag van Ç|9 075 604,- beschikbaar. Na afloop van deze periode vindt een evaluatie plaats (Kamerstukken II 2000-2001, 27 558, nr. 8).

 

2. Voorgeschiedenis


     Belangrijk element in de ontwikkeling van de nieuwe uitvoeringsstructuur sociale zekerheid is een structurele samenwerking tussen alle betrokkenen op het terrein van werk en inkomen. De samenwerking moet zowel op centraal (landelijk), regionaal als op lokaal niveau plaatsvinden. Op landelijk niveau wordt een belangrijke plaats toebedacht aan de Raad voor werk en inkomen (RWI), waarin zowel sociale partners als gemeenten zitting hebben. Op regionaal niveau wordt een belangrijke rol toebedeeld aan regionale platforms arbeidsmarktbeleid waarin gemeenten, sociale partners en vestigingen van het UWV elkaar ontmoeten. Aan de gemeenten is gevraagd de totstandkoming van een landelijk dekkend stelsel van deze regionale platforms te bevorderen. De platforms dienen als overlegorgaan met het oog op de onderlinge afstemming van beleid tussen de betrokken partijen en hebben derhalve geen zelfstandige bestuurlijke bevoegdheid. Binnen de overlegstructuur handelen alle betrokkenen vanuit hun eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
     Met de Tijdelijke stimuleringsregeling regionale platforms arbeidsmarktbeleid 2001 is door middel van subsidieverlening de totstandkoming van de platforms financieel ondersteund. Het ministerie van SZW heeft zich hierbij terughoudend opgesteld en de verantwoordelijkheid voor de totstandkoming van de platforms bij de betrokken partijen in de regio gelegd. Het initiatief voor de oprichting van de platforms lag uitdrukkelijk bij de gemeenten.
     Tegen de achtergrond hiervan heeft de VNG [Vereniging van Nederlandse Gemeenten, red.] het voortouw genomen om te komen tot een projectmatige aanpak. Basis hiervoor vormde het Bestuurlijk kader regionale platforms arbeidsmarktbeleid, opgesteld door de VNG, welk als bijlage bij het "Grofontwerp ontwerp van de Organisatie voor Centra voor Werk en Inkomen (CWI) en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV)" aan de Voorzitter van de Tweede Kamer is aangeboden (Kamerstukken II 2000- 2001, 26 448, nr. 19). De inhoud van de subsidieregeling uit 2001 sloot in belangrijke mate aan bij het genoemde bestuurlijk kader van de VNG. In het kader van de Tijdelijke stimuleringsregeling regionale platforms arbeidsmarktbeleid 2001 is een landelijk dekkend stelsel van overlegplatforms tot stand gekomen.

 

3. Hoofdlijnen van de regeling 2003


     De onderhavige stimuleringsregeling behelst een continuering in het jaar 2003 van de Tijdelijke stimuleringsregeling regionale platforms arbeidsmarktbeleid 2002.
     Primaire voorwaarde voor subsidieverlening is een samenwerkingsovereenkomst tussen (een representatief deel van) de bij de arbeidsmarkt betrokken partijen in de regio. In de platforms zijn in ieder geval vertegenwoordigd een representatief deel van de opdrachtgevers re´ntegratie (gemeenten, het UWV), individuele werkgevers en vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers. Het kabinet acht het van belang dat de platforms een brede samenstelling kennen. Het is daarom wenselijk dat ook andere relevante partijen en instanties op het gebied van de regionale arbeidsmarkt structureel, dan wel op ad-hocbasis betrokken worden bij de platforms. Hierbij kan gedacht worden aan Kamers van Koophandel, de provincie, re´ntegratiebedrijven, uitzendbureaus, scholingsinstellingen en cliŰntenorganisaties. Het is aan de regionale platforms zelf om de structuur te creŰren waarbinnen de deelnemers samenwerken, waarbij recht wordt gedaan aan het onderscheid tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers (re´ntegratiebedrijven) in de regio.
     Het CWI heeft in ieder geval een ondersteunende en faciliterende rol. Voor het goed kunnen functioneren van de platforms is met name de bij het CWI aanwezige informatie over de regionale arbeidsmarkt van groot van belang.
     In de samenwerkingsovereenkomst dienen doel, functie, werkwijze en overlegpartners te worden beschreven. Primaire doelstelling van de platforms is het realiseren van een samenhangend arbeidsmarktbeleid, rekening houdend met de specifieke omstandigheden in de regio. De platforms zijn bij uitstek het middel voor betrokken partijen om te komen tot afstemming, consultatie en advisering aangaande regiospecifieke (arbeidsmarkt)vraagstukken en afstemming van de regionale middelenco÷rdinatie. Hieronder kan worden verstaan de inzet van re´ntegratiemiddelen door betrokkenen afzonderlijk of door middel van gezamenlijke re´ntegratieprojecten. Voorts zijn de regionale platforms uiteraard van belang voor het bevorderen van een sluitende keten van dienstverlening in de regio.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1

     Met betrekking tot de definiŰring van de begrippen "CWI", "regionaal platform arbeidsmarktbeleid" en "UWV" is aangesloten bij het begrippenkader van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
     Zoals in het vorenstaande is aangegeven, wordt (ook) in het kader van deze regeling een centrale rol toegekend aan de samenwerkingsovereenkomst. Deze overeenkomst dient niet alleen helder te maken welke partijen in het regionaal platform arbeidsmarktbeleid deelnemen, maar met name ook duidelijkheid te verschaffen over het doel, functies en werkwijze van dit overlegorgaan. Hoewel de stimuleringsregeling voor wat dit laatste betreft geen dwingende eisen stelt, ligt het in de rede dat bij de invulling van doel, functies en werkwijze van het regionaal platform arbeidsmarktbeleid het Bestuurlijk kader regionale platforms arbeidsmarktbeleid als een richtsnoer wordt gebruikt. Bij de beoordeling van een subsidieaanvraag zal dat kader eveneens als richtsnoer worden gehanteerd.

 

Artikelen 2 en 3

     De subsidie richt zich op die regionale platforms arbeidsmarktbeleid waarvoor in 2001 op grond van de Tijdelijke stimuleringsregeling regionale platforms arbeidsmarktbeleid 2001 subsidie is verleend ter stimulering van de totstandkoming daarvan. In het verlengde hiervan wordt in het kader van deze regeling als subsidieaanvrager aangewezen de gemeente aan wie in het kader van de stimuleringsregeling uit 2002 de subsidie is verstrekt, zijnde immers dezelfde rechtspersoon aan wie ook in het kader van de hiervoor bedoelde regeling uit 2001 subsidie is verleend. Evenals dat in het kader van de regelingen uit 2001 en 2002 het geval was, geldt in het kader van de uitvoering van deze regeling dat onder het begrip "gemeente" mede verstaan wordt de in Wgr-verband [Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen, red.] samenwerkende gemeenten. Tegen de achtergrond van het feit dat de onderhavige regeling voortborduurt op de regelingen uit 2001 en 2002 en de in het kader van die regelingen door de subsidieaanvrager overgelegde gegevens, behoeven bij de subsidieaanvraag in het kader van deze regeling niet opnieuw de gegevens over de omvang van de beroepsbevolking in de regio te worden overgelegd. Tevens hoeft niet opnieuw een document overgelegd te worden waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager door de andere participanten in het platform als initiatiefnemer van het regionaal platform wordt aangemerkt en derhalve als subsidieaanvrager wordt aangewezen. Een afschrift van de samenwerkingsovereenkomst hoeft alleen te worden overgelegd indien deze ten opzichte van de samenwerkingsovereenkomst uit 2001, dan wel ten opzichte van de eventueel in 2002 overgelegde gewijzigde samenwerkingsovereenkomst, verandering heeft ondergaan, opdat kan worden beoordeeld of het regionaal platform zoals beschreven in de nieuwe samenwerkingsovereenkomst nog voor subsidiŰring in aanmerking komt.
     Wel dient bij de aanvraag voor 2003, evenals dat in 2002 het geval was, te worden overgelegd een beschrijving van de wijze waarop een CWI in de regio bij het regionaal platform is betrokken. In aanmerking nemende dat aangenomen mag worden dat de regionale platforms ook in 2002 wederom vooruitgang zullen hebben geboekt, c.q. weer meer ervaring hebben opgedaan met het betrekken van een CWI bij de werkzaamheden, ligt het in de rede dat deze beschrijving een nadere concretisering zal zijn van de beschrijvingen die in het kader van de regelingen uit 2001en 2002 zijn overgelegd.

 

Artikel 4

     Voor de onderhavige tijdelijke stimuleringsregeling is voor het kalenderjaar 2003 wederom een bedrag van Ç|9 075 604,- beschikbaar. Uitgaande van de omvang van de Nederlandse beroepsbevolking per ultimo 1999, als vervat in de CBS-tabel Beroepsbevolking 1999, van 7 097 000 personen, komt dit erop neer dat per hoofd van de beroepsbevolking een bedrag van Ç|1,27 beschikbaar is. Gelet op het feit dat het mogelijk is dat in de CBS-tabel Driejaarsgemiddelde omvang beroepsbevolking per gemeente 1997-1999 met betrekking tot een (kleine) gemeente gegevens over de omvang van de beroepsbevolking van die gemeente ontbreken, is bepaald dat alsdan de laatstbekende cijfers van het CBS over de omvang van de beroepsbevolking van die gemeente verhoogd worden met het percentage waarmee de totale beroepsbevolking in Nederland is gestegen vanaf het kalenderjaar waarop die laatstbekende cijfers betrekking hebben tot en met 31 december 1999. De stijging bedraagt in:
1995: 2%;
1996: 1,3%;
1997: 2,3%;
1998: 1,7%;
1999: 2%.
     In de regeling is uitdrukkelijk opgenomen dat de omvang van de beroepsbevolking in een regio slechts eenmaal bepalend is voor de hoogte van de subsidie. Indien dan ook op een later tijdstip onduidelijkheid zou ontstaan met betrekking tot de vraag waar exact de grens tussen twee aanliggend  regioĺs zou liggen, is een eerdere vaststelling van de omvang van de beroepsbevolking in ÚÚn van die regioĺs van doorslaggevende betekenis voor het bepalen van de grens met de andere regio. Regioĺs kunnen elkaar dan ook niet overlappen.

 

Artikel 5

     Gelet op de inhoud en strekking van de onderhavige regeling (te weten, het verder ontwikkelen van een platform voor de afstemming van het regionale arbeidsmarktbeleid, de co÷rdinatie van de besteding van re´ntegratiemiddelen en het bevorderen van een sluitende keten van dienstverlening) is in dit artikel vastgelegd dat de subsidie wordt geweigerd indien bij de gemeenten, het UWV of vertegenwoordigers van de werkgevers en werknemers in de regio niet meer voldoende draagvlak bestaat voor het regionaal platform arbeidsmarktbeleid.
     Draagvlak blijkt onder andere uit het onderschrijven van de samenwerkingsovereenkomst door partijen in de regio. Van onvoldoende draagvlak is in ieder geval sprake indien slechts een zeer beperkt deel van de werkgevers in de regio vertegenwoordigd is in het platform. Ook signalen van de (organisaties van) werknemers dat zij zich niet of onvoldoende vertegenwoordigd achten in een platform kunnen duiden op onvoldoende draagvlak.

 

Artikel 6

     Uiterlijk 30 april 2004 ontvangt de minister van de subsidieontvanger een verantwoordingsverslag met betrekking tot de activiteiten die in het kader van de (verdere ontwikkeling) van het regionaal platform arbeidsmarktbeleid in 2003 zijn ontplooid. Het niet voldoen aan deze informatieplicht kan aanleiding zijn om de verleende subsidie terug te vorderen. Hiertoe kan krachtens de Algemene wet bestuursrecht ook besloten worden indien de subsidie op basis van onjuiste dan wel onvolledige informatie is verstrekt en de subsidie bij (wel) juiste of volledige informatie in het geheel niet dan wel voor een lager bedrag zou zijn verstrekt. Tot terugvordering zal in ieder geval worden besloten indien blijkt dat de subsidie voor andere doeleinden dan waartoe in het kader van deze regeling verstrekt, is aangewend.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | inhoud Abw | Abw-praktijk | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x