blz. 1  

Kamerstukken II 2001-2002, 28 231

Wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen teneinde de mogelijkheid tot stand te brengen dat bij algemene maatregel van bestuur categorieën van gewezen zelfstandigen worden aangewezen die zijn vrijgesteld van de voorwaarden voor het recht op uitkering

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

 

     Vanuit een oogmerk van rechtsgelijkheid is het streven van de regering erop gericht om gewezen zelfstandigen die op een (aanvullende) uitkering zijn aangewezen onder de werkingssfeer van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz) te brengen. Nochtans kunnen zich situaties voordoen waarin dit niet altijd zonder meer mogelijk is, dan wel wenselijk is. Zo heeft de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) in het kader van de herstructurering van de veehouderij voor het beëindigen van het bedrijf een specifieke regeling moeten treffen, te weten de Regeling inkomensvoorziening voor oudere gewezen zelfstandigen in de veehouderij (Iozv).¹ Op grond van deze regeling kunnen maximaal 350 gewezen veehouders uiterlijk tot en met 31 december 2002 een uitkering ontvangen. Tegen de achtergrond van voormeld streven om ten aanzien van gewezen zelfstandigen die op een uitkering zijn aangewezen waar mogelijk de Ioaz van toepassing te doen zijn, is - zoals ook uit de toelichting op de regeling van de Minister van LNV blijkt - besloten dat de veehouders die een uitkering op grond van de Iozv ontvangen vanaf 1 januari 2003 kunnen instromen in de

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.