Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2002-2003, 2003-2004, 28 958.
Handelingen II 2003-2004, blz. 4363.
Kamerstukken I 2003-2004, 28 958 (A, B).
Handelingen I 2003-2004, zie vergadering d.d. 11 mei 2004.

 

 

WET van 13 mei 2004, Stb. 2004, 215, tot partiƫle wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, de Wet op de rechterlijke indeling, de Beroepswet, de Wet op de economische delicten en enige andere wetten (Veegwet modernisering rechterlijke organisatie). Inwerkingtreding: 1 juli 2004 (Stb. 2004, 275).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om in de Wet op de rechterlijke organisatie, de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, de Beroepswet, de Wet op de economische delicten en enige andere wetten enkele wijzigingen van technische of ondergeschikte aard aan te brengen als gevolg van de modernisering van de rechterlijke organisatie;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de Algemene wet bestuursrecht en Beroepswet relevante artikelen, red.]

 

 

Art. IV.
De Algemene wet bestuursrecht wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 1:1, tweede lid, onderdeel c, wordt na "Raad voor de rechtspraak" ingevoegd: en het College van afgevaardigden.
B.
In onderdeel A.6 van de bijlage wordt "De artikelen 41, zevende lid, 59, zevende lid" vervangen door: De artikelen 41, achtste lid, 59, achtste lid,.

 

Art. V.
De Beroepswet wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 2, derde lid, vervalt.
B.
In artikel 3 wordt "met uitzondering van de artikelen 2, 3, 9, 20 en 21" vervangen door:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.