blz. 1  

Kamerstukken II 2000-2001, 27 826

Wijziging van artikel 670, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

 

     In de brief van 16 juli 1999 ยน heeft de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw mr. A.E. Verstand-Bogaert, mede namens de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan de Tweede Kamer kenbaar gemaakt dat te gelegener tijd in de relevante wetsartikelen zal worden verduidelijkt dat een periode van ziekte ingevolge zwangerschap voorafgaande aan het zwangerschapsverlof, alsmede de periode gedurende dat verlof, niet mogen worden meegeteld bij de berekening van de termijn van twee jaren gedurende welke het opzegverbod wegens ziekte geldt (artikel 670, eerste lid, Boek 7 BW [Burgerlijk Wetboek, red.]).
     Deze toezegging vloeit voort uit het advies van de Interdepartementale Commissie Europees Recht (ICER) over de mogelijke gevolgen van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: het Hof) van 30 juni 1998 in de zaak-Brown/Rentokil (C-394/96). Het aan dit arrest ten grondslag liggende feitencomplex betreft het ontslag van een zwangere werkneemster. Centraal staat de berekening van de termijn waarop een wegens ziekte, ingevolge zwangerschap, arbeidsongeschikte werkneemster mag worden ontslagen. Verzoekster, mevrouw Brown, is tijdens haar zwangerschap herhaaldelijk ziek geweest. Op grond van een clausule in haar arbeidsovereenkomst - in geval van ziekte langer dan 26 weken volgt ontslag - wordt zij ontslagen.
     Het Hof overweegt dat volgens vaste rechtspraak het ontslag van een werknemer wegens zwangerschap of wegens

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.