blz. 1  

Kamerstukken II 2005-2006, 30 493

Wijziging van de Wet werk en bijstand, van de Wet studiefinanciering 2000, van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de totstandkoming van Richtlijn 2004/38/EG betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, alsmede goedkeuring van een daarmee samenhangend voorbehoud bij het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

 

     Op 29 april 2004 is tot stand gekomen Richtlijn 2004/38/EG ¹ betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden (hierna: de richtlijn). Deze richtlijn strekt tot vervanging en integratie van een reeks van eerdere richtlijnen, die in de loop der jaren successievelijk tot stand waren gekomen, en waarin de verblijfsrechten waren geregeld voor verschillende categorieën van Unieburgers die binnen het gebied van de Europese Unie van hun migratierechten gebruik wensten te maken. Dit wetsontwerp strekt ertoe enkele onderdelen van de Wet werk en bijstand (Wwb), van de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000), van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) en van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) af te stemmen op deze richtlijn. Kort samengevat houden de diverse onderdelen van het wetsontwerp het volgende in:
a. uitsluiting van het recht op bijstand van EU-burgers die korter dan drie maanden in het land verblijven, als werkzoekende in het land verblijven of als student in het land verblijven (artikel I);
b. beperking van het recht op volledige studiefinanciering voor EU-burgers, waarbij ook rekening is gehouden met het recente arrest van het Hof van Justitie (EG) van 15 maart 2005 (C-209/03, Bidar) (artikelen II en III);
c. aanpassing van de regeling van de documentplicht met betrekking tot EU-burgers (artikel IV);
d. goedkeuring van een voorbehoud met betrekking tot de toepasselijkheid van de Wet werk en bijstand op grond van artikel 16, onderdeel b, van het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand, waardoor zeker wordt gesteld dat de verplichtingen uit hoofde van dat verdrag op één lijn liggen met die welke gelden krachtens het EG-Verdrag (artikel V) [zie Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, red.].

1. Richtlijn nr. 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) 1612/68 en tot intrekking van Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PbEU L 158).

 blz. 2  

Artikel I (wijziging van de Wet werk en bijstand)

 

     De richtlijn is mede bepalend voor de mate waarin Unieburgers hier te lande aan de Wwb bijstandsrechten kunnen ontlenen. Niet alleen is door de inwerkingtreding van de zgn. Koppelingswet ¹ in 1999 het recht op bijstand voor hier te lande verblijvende personen van niet-Nederlandse nationaliteit er rechtstreeks van

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.