blz. 1  

Kamerstukken II 2007-2008, 31 519

Wijziging van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen in verband met het opnemen van nadere bepalingen met betrekking tot de plicht tot arbeidsinschakeling van een alleenstaande ouder met een kind dat de leeftijd van 5 jaar nog niet heeft bereikt (Wet verbetering arbeidsmarktpositie alleenstaande ouders)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Algemeen
1.1 Inleiding
1.2 Huidige ontheffing in de Wet werk en bijstand
1.3 Experiment arbeidsinschakeling alleenstaande ouders
1.4 Positionering van de doelgroep alleenstaande ouders in de bijstandspopulatie
1.5 Doel van het wetsvoorstel
2 Inhoud van de regeling
2.1 Ontheffing van de arbeidsverplichting
2.2 Scholingsplicht
2.3 Alleenstaande ouders met kinderen van 5 jaar of ouder
3 Financiering
4 Adviezen
4.1 Advies Uitvoeringspanel gemeenten
4.2 VNG
4.3 Advies Inspectie Werk en Inkomen
xArtikelsgewijs
xxx| Artikelen I t/m III
 

 

 

[Algemeen, red.]

 

1. Algemeen


1.1. Inleiding


     Ook voor alleenstaande ouders geldt dat financiële zelfstandigheid door werk de voorkeur heeft boven uitkeringsafhankelijkheid. Werk leidt tot economische zelfstandigheid en tot participatie in de maatschappij. Daarnaast zijn ook alleenstaande ouders, in de meeste gevallen vrouwen, nodig voor de arbeidsmarkt om de kosten van de vergrijzing te kunnen opvangen. Alleenstaande ouders behoren tot één van de risicogroepen om in armoede te vervallen. Werk is een middel om dit tegen te gaan. In zijn algemeenheid geldt dat door arbeidsinschakeling niet alleen de alleenstaande ouders zelf, maar ook hun kinderen uiteindelijk profiteren van een betere sociaaleconomische ontwikkeling. Daarmee kan een cultuur van armoede worden doorbroken, die soms van generatie op generatie wordt doorgegeven.
     De arbeidsparticipatie van moeders in Nederland is in vergelijking met andere Europese landen laag. Uit het onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau [SCP, red.] "Hoe werkt het met kinderen" (Den Haag, 2006) blijkt echter dat steeds meer vrouwen het moederschap alleen te beperkend vinden en dat ze meer en meer waarde hechten aan betaalde arbeid. De opvattingen van vrouwen over de combinatie zorg en arbeid verschuiven dus, en dit is terug te zien in het toenemende aandeel moeders dat blijft werken.¹
     In de afgelopen periode zijn diverse maatregelen genomen om de arbeidsparticipatie van vrouwen verder te stimuleren door een betere combinatie van arbeid en zorg. Op 1 januari 2005 is de Wet kinderopvang inwerking getreden. Deze wet heeft onder meer als doel het regelen van een uniforme financiering van de formele kinderopvang en het verstevigen van de positie van ouders als vragers van kinderopvang. In deze wet is verder geregeld dat (alleenstaande) ouders aanspraak kunnen maken  blz. 2  op een tegemoetkoming voor kinderopvang, zolang zij deelnemen aan re-integratieactiviteiten.
     Ook is op 1 januari 2006 de levensloopregeling in werking getreden. Met de levensloopregeling kunnen werknemers geld sparen om een periode van onbetaald verlof te financieren. Het onbetaald verlof

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.