Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

AANPASSINGSWET  VIERDE  TRANCHE  AWB

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 2006-2007, 31 124

Voorstel van wet tot aanpassing van bijzondere wetten aan de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet vierde tranche Awb)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING  (enkel artikelsgewijs m.b.t. socialezekerheidswetten)

 

[INTEGRALE  MEMORIE VAN TOELICHTING (pdf-bestand)

Zie hoofdstuk 6 van deel I van de memorie van toelichting voor een toelichting op de gebruikte nummering van vuistregels en modellen. Overigens zijn, anders dan in dat hoofdstuk staat vermeld, de in deel II van de memorie omschreven vuistregels en modellen niet tevens als bijlage bij de memorie opgenomen, red.]

 

 

Inhoudsopgave

Artikelsgewijs
Hoofdstuk 1. Wijziging in de Algemene wet bestuursrecht (artt. 1 en 2)
Hoofdstuk 10. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (artt. 1-4, 10, 11, 13-17, 19, 20 en 23-27)
Hoofdstuk 12. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (artt. 1 en 26)
Hoofdstuk 14. Slotbepalingen (artt. 1-4)
 

 

rblz.|48| 

DEEL III

Artikelsgewijze  toelichting

 

Hoofdstuk 1. Wijzigingen in de Algemene wet bestuursrecht


Artikel 1. Algemene wet bestuursrecht

     Op grond van artikel 8:4, onderdeel m, Awb [Algemene wet bestuursrecht, red.] staat geen beroep open tegen een besluit tot aanmaning of invordering bij dwangbevel. Dat betekent dat de uitzondering die in de bijlage bij de Awb voor de Meststoffenwet is gemaakt, kan vervallen.

 

Artikel 2. Overgangsbepaling


Onderdeel A [zie onderdeel B, red.]


Onder 1 [zie onderdeel B, onder 1, red.]

     Deze wijzigingen houden verband met de Wet OM-afdoening (Stb. 2006, 330), waarin, kort gezegd, de strafrechtelijke transactie wordt vervangen door de figuur van de strafbeschikking. Dit betekent dat, in verband met het ne-bis-in-idembeginsel, in de Awb moet worden bepaald dat de bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen vervalt als voor hetzelfde feit reeds een strafbeschikking is uitgevaardigd. Daarnaast moet de verwijzing naar de transactie in artikel 5.4.1.5 [5:44], derde lid, onderdeel a, Awb worden vervangen door een verwijzing naar de strafbeschikking. rblz.|49| Daartoe volstaat het woord "strafvervolging", omdat als gevolg van de Wet OM-afdoening ook het uitvaardigen van een strafbeschikking als een daad van vervolging wordt aangemerkt.


Onder 2 [zie onderdeel B, onder 2, red.]

     Deze wijziging sluit aan bij de wijziging van artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht [hierna: Sr, red.], zoals dit komt te luiden na inwerkingtreding van de Wet OM-afdoening. In artikel II, onderdeel Na, van de Wet OM-afdoening wordt de verjaringstermijn ter zake van de vervolging van strafrechtelijke overtredingen van twee jaar verlengd naar drie jaar. Omdat in artikel 5.4.1.6 [5:45], tweede lid, van de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht [hierna: Vierde tranche Awb, red.] voor de termijn gedurende welke een bestuurlijke boete waarvoor de lichte procedure geldt, bij artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht is aangesloten, wordt voorgesteld de wijziging ervan ook in de Awb door te voeren.


Onder 3 [zie onderdeel B, onder 3, red.]

     De tweede volzin van artikel 5.4.1.8 [5:47] Awb verwijst naar artikel 74b Sr. Laatstgenoemd artikel vervalt als gevolg van de Wet OM-afdoening. De tweede volzin beoogde zeker te stellen dat na het opleggen van een bestuurlijke boete het recht op strafvordering herleeft als het gerechtshof naar aanleiding van een klacht op grond van artikel 12 Sv [Wetboek van Strafvordering, red.] een bevel tot vervolging geeft. Bij nader inzien volgt dit reeds uit de in de Vierde tranche Awb voorgestelde aanvulling van artikel 243 Sv. De tweede volzin kan dus worden gemist.


Onderdeel B [zie onderdeel C, red.]

     Ondanks de invoering van de strafbeschikking moet in de "ne-bis-in-idembepaling" van de Awb voorlopig ook nog rekening worden gehouden met transacties "oude stijl". Daarom is een tijdelijke bepaling nodig.

rblz.|87| 

Hoofdstuk 10. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid


Artikel 1. Algemene bijstandswet


Onderdeel A

Model 2, 66.


Onderdeel B

     Model 2, 75. Het huidige derde lid wordt omgevormd tot het voorgestelde tweede lid, het huidige vierde lid wordt omgevormd tot het voorgestelde derde lid en het huidige vijfde lid wordt omgevormd tot het voorgestelde rblz.|88| vierde lid: model 2 en 66. Het voorgestelde vijfde lid is inhoudelijk gelijk aan

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees van 123recht beschikbaar. Bekijk de vele extra's van 123recht en ontvang
80% korting op het eerste abonnementsjaar. Klik hier.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | de wet | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x