Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  WIJZIGING  SZW-WETTEN  IN  VERBAND  MET  MOTIE-JURGENS  C.S.

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 2011-2012, 33 133

Wijziging van een aantal wetten op het terrein van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid teneinde deze in overeenstemming te brengen met de motie van het voormalige Eerstekamerlid Jurgens c.s.

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
xArtikelsgewijs
x Artikelen I t/m XV
 

 

 

Algemeen

 

     De Eerste Kamer heeft op 21 maart 2006 de motie-Jurgens aangenomen (Kamerstukken I 2005-2006, 21 109, A). In deze motie wordt de regering verzocht de vorm van wetgeving waarbij de wetgever in formele zin de lagere wetgevers machtigt om regels te stellen die afwijken van de wet, dan wel in de plaats worden gesteld van bestaande wetteksten, niet meer te gebruiken. De indieners van de motie-Jurgens achten delegatiebepalingen die de mogelijkheid bieden om bij lagere regeling af te wijken van de wet in strijd met artikel 81 van de Grondwet. Het toenmalige kabinet deelde deze opvatting niet, maar achtte afwijkende delegatie uit een oogpunt van overzichtelijkheid en kenbaarheid van de regelgeving wel ongewenst. Om die reden zijn de Aanwijzingen voor de regelgeving hierop aangepast (Regeling van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 21 augustus 2008, nr. 3068336, houdende vaststelling van de achtste wijziging Aanwijzingen voor de regelgeving (herplaatsing Stcrt. 2008, 183)). Er is een aanwijzing 33a toegevoegd waarin staat dat in een hogere regeling niet wordt toegestaan dat daarvan bij lagere regeling wordt afgeweken, tenzij er sprake is van een experiment of ten behoeve van noodsituaties. Hiermee is voor de toekomst verzekerd dat dergelijke bepalingen niet meer in de wetgeving worden opgenomen.

1. Indieners van de motie zijn: Jurgens, Van de Beeten, Broekers-Knol, De Wolff, Kox, Holdijk en Engels.

     Vervolgens is de vraag aan de orde of maatregelen nodig zijn ten aanzien van het bestaande bestand aan delegatiebepalingen met een afwijkingsbevoegdheid. Normaliter gelden wijzigingen van de Aanwijzingen voor de regelgeving immers alleen voor de toekomst. Op 11 mei 2007 (Kamerstukken I 2005-2006, 26 200 VI, nr. 65, 21 109, B) heeft de toenmalige Minister van Justitie aangegeven dat het aan de afzonderlijke ministeries is om de bestaande inventarisatie van de delegatiebepalingen op hun terrein door te nemen en op basis daarvan zo nodig voorstellen te doen voor aanpassing of schrapping van de delegatiegrondslagen en daarop gebaseerde regelingen.
     Op 1 september 2008 heeft de Minister van Justitie de Eerste Kamer een opgeschoonde lijst met delegatiebepalingen met afwijkingsmogelijkheid toegezonden, na een nadere analyse van het bestaande bestand aan
rblz.|2| delegatiebepalingen met afwijkingsbevoegdheid (Kamerstukken I, 26 200 VI, nr. 65, 21 109, 30 800 VI, F). Daarbij is

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | de wet | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x