Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.
   

 

 

 

 

 

 blz. 1  

Kamerstukken II 2009-2010, 32 439

Wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning om te regelen dat eigen bijdragen voor maatschappelijke opvang en vrouwenopvang door gemeenten bij verordening worden geregeld en vervolgens door of namens hen worden vastgesteld en geïnd

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
xArtikelsgewijs
xx Artikelen I en II

 

 

Algemeen

 

Samenvatting

     Dit wetsvoorstel geeft gemeenten de bevoegdheid eigen bijdragen voor maatschappelijke opvang en vrouwenopvang vast te stellen en te innen.


Eigen bijdragen en de Wet maatschappelijke ondersteuning

     Op 1 januari 2007 trad de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in werking. Krachtens die wet dienen gemeenten inwoners die moeite hebben om zelfstandig aan het maatschappelijk leven deel te nemen hiermee te helpen. Daartoe treffen de gemeenten voorzieningen in natura en verstrekken zij financiële tegemoetkomingen en persoonsgebonden budgetten.¹

1. De taakverdeling op grond van de Wmo is dat gemeenteraden het Wmo-beleid bepalen en daar bij verordening regels over stellen, terwijl de colleges van burgemeester en wethouders dat beleid uitvoeren. Met het oog op de leesbaarheid wordt dit onderscheid in het hiernavolgende niet consequent aangehouden en wordt veelal van "de gemeenten" gesproken.

     Op grond van artikel 15 Wmo kan de gemeenteraad bij verordening bepalen dat een persoon van 18 jaar of ouder voor het verkrijgen van een individuele voorziening in natura of van een persoonsgebonden budget een eigen bijdrage verschuldigd is. De hoogte van zo'n eigen bijdrage mag voor verschillende soorten van maatschappelijke ondersteuning op verschillende hoogten worden vastgesteld en mag ook afhankelijk worden gemaakt van het inkomen van de ontvanger of van zijn echtgenoot. Wel dient de gemeenteraad te blijven binnen de regels die hoofdstuk IV van het Besluit maatschappelijke ondersteuning (Bmo) aan het heffen van eigen bijdragen stelt. Eén van die regels is dat burgers die niet alleen een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget als bedoeld in de Wmo ontvangen, maar ook in een instelling verblijven als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), voor hun maatschappelijke ondersteuning geen eigen bijdrage verschuldigd zijn (artikel 4.1, zevende lid, Bmo).

     Artikel 16 Wmo bepaalt dat de door de gemeenteraad in zijn verordening geregelde eigen bijdragen door een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aan te wijzen rechtspersoon worden  blz. 2  vastgesteld en geïnd. Aangewezen is het CAK [centraal administratiekantoor, red.].¹ Omdat het CAK ook de eigen bijdragen voor de AWBZ vaststelt en int, kan aldus worden voorkomen dat aan burgers die al een eigen bijdrage voor intramurale AWBZ-zorg verschuldigd zijn of

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.