blz. 1 

Kamerstukken II 2014-2015, 34 191

Wijziging van wetten teneinde misslagen en omissies in wetten op het terrein van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te herstellen, de broninhouding van eigen bijdragen voor beschermd wonen te kunnen voortzetten en het College bouw zorginstellingen op te heffen (Veegwet VWS 2015) ¹

1. Redactie: tijdens de parlementaire behandeling is de Veegwet VWS 2015 voorzien van een nieuwe citeertitel, luidende: Verzamelwet VWS 2016.

 

 

Nr. 3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 De broninhouding
3 Opheffing van het College bouw zorginstellingen
4 Kwaliteitsstandaard
xArtikelsgewijs
xx Artikelen I t/m XXXIX

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


     Dit wetsvoorstel voor een Veegwet VWS 2015 strekt ertoe in een aantal wetten op het terrein van volksgezondheid, welzijn en sport ontstane misslagen te verbeteren en ontdekte omissies weg te nemen. Daarbij gaat het om correctie van onjuiste verwijzingen, redactionele fouten, technische aanvulling van delegatiebepalingen en verheldering van bepalingen die onduidelijkheid opleveren. Voorts wordt met een technische aanvulling van enige wetten geregeld dat de zgn. broninhouding van eigen bijdragen voor beschermd wonen ingevolge de Wmo 2015 [Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, red.] kan worden voortgezet zoals dat ook gebeurde toen beschermd wonen nog onder de aanspraken ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) viel. Tot slot bevat het wetsvoorstel wijzigingen van enkele wetten teneinde een drietal technische onderwerpen te regelen; dit betreft:
- het aanpassen van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) teneinde de bepalingen met betrekking tot het College bouw zorginstellingen, dat inmiddels al enige jaren geen wettelijke taken meer heeft, te schrappen, zodat dit college nu ook kan worden opgeheven;
- het aanpassen van de Zorgverzekeringswet, het Burgerlijk Wetboek en het voorstel van Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Kamerstukken 32 402) teneinde gevolg te geven aan een aan de Eerste Kamer gedane toezegging inzake het hanteren van de term "kwaliteitsstandaard";
- voorzien in een wettelijke basis om in het kader van de Opiumwet aan een bestuursorgaan machtiging te verlenen tot afgifte op aanvraag van een verklaring inhoudende dat de aanvrager uitsluitend ten behoeve van zijn eigen geneeskundig gebruik een middel als bedoeld in lijst I of II mag vervoeren of aanwezig hebben; ook voor het afgeven exportverklaringen voor medische hulpmiddelen wordt voorzien in een expliciete wettelijke basis.

      blz. 2  Benadrukt zij dat de voorgestelde wijzigingen geen beleidsmatig karakter dragen en dat er geen regeldrukgevolgen zijn voor bedrijven, instellingen en burgers. Het gaat in alle gevallen om wijzigingen die noodzakelijk zijn om eerder vastgesteld en in wetgeving verankerd beleid zorgvuldig te kunnen uitvoeren. Voor een deel van de wijzigingen is terugwerkende kracht tot 1 januari 2015 wenselijk en ook verantwoord, omdat het gaat om correctie van technische onvolkomenheden; in de uitvoeringspraktijk wordt reeds gehandeld overeenkomstig de aan te brengen correcties. Dit geldt voor de wijzigingen in de Jeugdwet, de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en de bepalingen inzake de broninhouding.

     Voor andere wijzigingen is terugwerkende kracht niet beoogd. De wijzigingen met betrekking tot het hanteren van de term "kwaliteitsstandaard" en de wijzigingen in de Opiumwet, de Wet inzake bloedvoorziening, de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen, de Wet op de medische hulpmiddelen, de Wet op de orgaandonatie en de Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal kunnen in werking treden de dag nadat de Veegwet VWS 2015 in het Staatsblad zal zijn gepubliceerd. De wijziging van de WTZi (en de daarmee samenhangende wijzigingen in andere wetten) houdt verband met de opheffing van het College bouw zorginstellingen; die bepalingen treden in werking met ingang van 1 januari 2016; in 2015 zullen de laatste voorbereidende stappen worden gezet om dat college te liquideren; mocht de Veegwet VWS 2015 onverhoopt pas na 31 december 2015 in het Staatsblad worden gepubliceerd, dan zullen die bepalingen terugwerken tot [lees: tot en met, red.] 1 januari 2016.

     Op de belangrijkste onderwerpen wordt hierna ingegaan.

 

2. De broninhouding


     Het beschermd wonen dat onder de AWBZ viel, valt sinds 1 januari 2015 onder de Wmo 2015.

     Voor beschermd wonen gold onder de AWBZ een eigen bijdrage van verzekerden die op grond van de Algemene nabestaandenwet, de Algemene ouderdomswet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Werkloosheidswet, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en de Ziektewet door de Sociale verzekeringsbank (SVB) dan wel het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) op de uitkering of inkomensvoorziening (zonder machtiging) ingehouden mocht worden. Dit zorgt voor een vermindering in administratieve lasten voor verzekerden en instellingen. Met ingang van 1 januari 2015 kunnen eigen bijdragen voor ontvangen zorg onder de Wlz op de uitkering of inkomensvoorziening, op basis van de hierboven genoemde wetten, ingehouden worden. Deze inhouding wordt ook wel "broninhouding" genoemd.

     Voor de inhouding van de bijdrage voor beschermd wonen onder de Wmo 2015 bestaat momenteel als gevolg van een omissie nog geen juridische basis. Voorgesteld wordt om dit met terugwerkende kracht tot [lees: tot en met, red.] 1 januari 2015 alsnog wettelijk te regelen. Het is belangrijk om deze lacune te repareren, zodat administratieve lasten en incassoproblemen voor deze kwetsbare groep voorkomen kunnen worden. Daarnaast kunnen dan de bijdragen naar gemeenten worden overgemaakt door het CAK.

     In anticipatie op de inwerkingtreding van deze wijziging wordt de broninhouding doorgezet zoals dat reeds onder de AWBZ gewoon was.  blz. 3  Op deze manier zullen cliënten niets merken van de overgang tussen de twee wettelijke regimes van de AWBZ en de Wmo 2015 (hebben is houden). Zij behouden de rechten en plichten die aan hun zorglevering zijn verbonden.
     Met de SVB, het UWV, het CAK en het Zorginstituut Nederland zijn afspraken gemaakt ten behoeve van een goede overgang en de verdeling van de financiële stromen. Momenteel gaat het ingehouden bedrag naar het Fonds langdurige zorg (voorheen Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten); echter, het geld zal uiteindelijk bij de gemeenten terecht moeten komen. Gemeenten zijn immers sinds 2015 verantwoordelijk voor de levering van het beschermd wonen. Het CAK is verantwoordelijk voor het innen van de bijdrage (artikel 2.1.4, zesde lid, Wmo 2015) en kan het juiste bedrag bij het fonds opvragen. Hoewel het om een voortzetting van een bestaande praktijk gaat, zullen (ICT-)processen aangepast moeten worden op het voorliggende wetsvoorstel (van AWBZ naar Wmo 2015). Dit zal na 1 januari 2015 circa negen maanden in beslag nemen. Daarna kunnen gelden rechtstreeks aan het CAK worden overgemaakt. Partijen geven aan een spoedige publicatie van de wetswijziging te willen, zodat uitvoerders en instanties weten waar ze aan toe zijn. Uiteindelijk zal er geen administratieve of bestuurlijke lastenverschuiving optreden bij het uitvoeren van deze voorgestelde regeling (neutraal). De uitvoeringskosten (zowel incidenteel als structureel) van zowel UWV als SVB komen ten laste van de begroting van VWS.

 

3. Opheffing van het College bouw zorginstellingen


     In 2008 en 2009 is het bouwregime in respectievelijk de cure en de care afgeschaft. Hierdoor hebben zorgaanbieders geen bouwvergunning van het College bouw zorginstellingen (hierna: CBZ) meer nodig alvorens ze mogen bouwen.¹ Het gevolg van de afschaffing van het bouwregime is dat het CBZ inmiddels geen wettelijke taken meer heeft. Een aantal werkzaamheden van het CBZ, gericht op kennisontwikkeling, innovatie en doorrekening van bouwconcepten, zijn overigens overgenomen door TNO, zodat deze expertise voor de zorgsector behouden blijft.
     Daarom wordt voorgesteld het CBZ per 1 januari 2016 op te heffen. Dit vergt aanpassing van de WTZi. Ook in de Wet marktordening gezondheidszorg, de Zorgverzekeringswet en de Ambtenarenwet, waarin naar het CBZ wordt verwezen. Zijn daardoor beperkte wijzigingen noodzakelijk.
     De uitbetaling van resterende wachtgeldverplichtingen en bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen zal na opheffing van het CBZ onder de verantwoordelijkheid van de Minister van VWS vallen.

1. In een tweetal wijzigingen van het Uitvoeringsbesluit WTZi staan de overwegingen die daartoe aanleiding hebben gegeven (Stb. 2007, 461, en Stb. 2009, 19).

 

4. Kwaliteitsstandaard


     Tijdens de behandeling in de Eerste Kamer van de Wet van 11 december 2013 tot wijziging van de Wet cliëntenrechten zorg en andere wetten in verband met de taken en bevoegdheden op het gebied van de kwaliteit van de zorg, waarmee het Zorginstituut Nederland in het leven is geroepen, is gesproken over de begripsomschrijving van professionele standaard. In dit debat is toegezegd de term professionele standaard uit het wetsvoorstel te schrappen en te vervangen door een nieuwe term, namelijk kwaliteitsstandaard.¹ De artikelen V, XVIII, onderdeel A, C, D en E, XXIII, onderdeel C, XXXIV en XXXVIII, onderdeel A, onder 1, en B, geven uitvoering aan deze toezegging.
      blz. 4  De discussie komt kort op het volgende neer. In de bovengenoemde wet van 11 december 2013 is een begripsomschrijving opgenomen van het begrip "professionele standaard". Over deze begripsomschrijving is in de Eerste Kamer discussie ontstaan, omdat de begripsomschrijving niet overeenkwam met hetgeen in de huidige praktijk onder de term professionele standaard wordt verstaan, namelijk: het geheel van geschreven en ongeschreven normen, regels, medisch-wetenschappelijke inzichten en ervaringen waarmee een zorgverlener geacht wordt rekening te houden. Deze in de praktijk gehanteerde omschrijving van de professionele standaard is breder dan de voorgestelde begripsomschrijving. Dit zou tot verwarring leiden. Het zou beter zijn om van kwaliteitsstandaard te spreken.²
     Dit wetsvoorstel schrapt daarom, zoals toegezegd, de term "professionele standaard" in de Zorgverzekeringswet (hierna: Zvw) en vervangt deze door een nieuwe term, "kwaliteitsstandaard".³ Daarnaast komt de in het voorstel van Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Kamerstukken 32 402) opgenomen definitie van professionele standaard te vervallen.
     Een kwaliteitsstandaard is de standaard voor het verlenen van goede zorg, die door organisaties van

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.