Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2015-2016, 2016-2017, 34 413.
Handelingen II 2016-2017, nr. 28, item 37, nr. 31, item 15.
Kamerstukken I 2016-2017, 34 413 (A, B).
Handelingen I 2016-2017, nr. 13 (herdr.), item 4.

 

 

WET van 21 december 2016, Stb. 2017, 13, tot wijziging van de Telecommunicatiewet, de Boeken 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene wet bestuursrecht alsmede daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten in verband met de uitvoering van EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten (uitvoering EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten). Inwerkingtreding: 10 maart 2017 (Stb. 2017, 81).

 

     WIJ WILLEM-ALEXANDER, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PbEU 2014, L 257) uit te voeren en dat het wenselijk is de hiervoor noodzakelijke bepalingen aan te passen in de Boeken 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek, de Telecommunicatiewet, de Algemene wet bestuursrecht, alsmede daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten;
     Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]

 

 

Art. V.
Artikel 2:16 van de Algemene wet bestuursrecht komt te luiden:
Art. 2:16.
-1. Aan het vereiste van ondertekening is voldaan door een elektronische handtekening indien de methode die daarbij voor ondertekening is gebruikt voldoende betrouwbaar is, gelet op de aard en inhoud van het elektronische bericht en het doel waarvoor het is gebruikt.
-2. Indien de veiligheid en de betrouwbaarheid van het elektronische bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt dit noodzakelijk maken, kan bij wettelijk voorschrift het gebruik worden voorgeschreven van een bepaald type elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, onderdeel 10, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 (PbEU 2014, L 257). Daarbij kunnen aanvullende eisen worden gesteld, tenzij het gaat om een geavanceerde elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, onderdeel 11, of een gekwalificeerde elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, onderdeel 12, van die verordening.

 

Art. XII.
-1. Indien het bij koninklijke boodschap van 16 oktober 2014 ingediende voorstel van wet tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Kamerstukken 34 059) tot wet is of wordt verheven en de artikelen I, onderdeel N, en II, onderdeel H, van die wet eerder in werking zijn getreden of treden dan artikel II en artikel V van deze wet, dan vervalt

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.