BESLUIT van 24 april 2017, Stb. 2017, 174, tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van diverse onderdelen van de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288), de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289), de Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht, het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht en het Aanpassingsbesluit vereenvoudiging en digitalisering procesrecht

 

     WIJ WILLEM-ALEXANDER, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 19 april 2017, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 2071353;
     Gelet op artikel V, eerste lid, van de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288), artikel III van de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289), artikel CX, eerste lid, van de Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht, artikel 9 van het Besluit digitalisering burgerlijk procesrecht en bestuursprocesrecht en artikel XI van het Aanpassingsbesluit vereenvoudiging en digitalisering procesrecht;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Art. I.
De volgende artikelen of onderdelen daarvan van de volgende wetten treden met ingang van 1 september 2017 in werking:
1. Van de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht (Stb. 2016, 288):
De volgende onderdelen van artikel I:
- onderdelen H tot en met M;
- onderdeel N, artikel 30p;
- onderdelen R tot en met T;
- onderdeel U, onder 1;
- onderdeel X;
- onderdeel FF, onder 1;
- onderdeel LL;
- onderdeel BBB;
- onderdeel XXX, onder 1, met uitzondering van de laatste volzin;
- onderdeel ZZZ, met uitzondering van de laatste volzin;
- onderdeel FFFF, onder 2;
- onderdeel GGGG;
- onderdeel KKKK, onder 2;
- onderdeel TTTT;
- onderdeel UUUU, onder 2.
2. Van de Wet van 13 juli 2016 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht in hoger beroep en cassatie (Stb. 2016, 289): artikel I, onderdeel G, voor zover het betreft artikel 339, eerste lid, eerste volzin, onderdeel JJ en onderdeel TT, voor zover het betreft artikel 406, eerste lid.
3. Van de Invoeringswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht:
- artikel I (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering), onderdeel A, C, E, I, onder 2, L, N, onder 1, P, onder 1, Q, onder 2, U tot en met BB, DD, FF tot en met II, KK, LL, onder 1, OO, QQ, UU tot en met WW, XX, met uitzondering van onder 4, YY, ZZ, DDD, EEE, HHH, III, KKK, LLL, onder 1, OOO, PPP, onder 1, TTT, onder 1, HHHH tot en met JJJJ, LLLL, MMMM, SSSS tot en met UUUU, XXXX, onder 1, YYYY, HHHHH, IIIII, onder 1, JJJJJ, KKKKK, OOOOO, SSSSS en VVVVV;
- artikel II (Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek), onderdeel A, B en D;
- artikel III (Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek), onderdeel A tot en met F, H, onder 2, I, K, L, M, onder 1 en 2, O, P en Q;
- artikel IV (Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek), onderdeel A, C, onder 4, D, onder 2, en E tot en met G;
- artikel VI (Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek), onderdeel A;
- artikel VII (Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek), onderdeel A, B en D;
- artikel XI (Algemene wet bestuursrecht);
- artikel XII (Auteurswet), onderdeel A;
- artikel XIII (Databankenwet);
- artikel XIV (Faillissementswet), onderdeel A tot en met I, J, onder 1, K, onder 3, L tot en met P, R, T, W, BB tot en met DD, FF tot en met KK, MM tot en met PP, TT, met uitzondering van onder 2, UU, met uitzondering van onder 1, VV tot en met XX en ZZ tot en met JJJ;
- artikel XVI (Handelsnaamwet), onderdeel A, onder 1, en C;
- artikel XVII (Onteigeningswet), onderdeel G, onder 2, H, I, J, onder 1, Q en W;
- artikel XIX (Uitvoeringswet Bewijsverdrag), onderdeel A;
- artikel XXI (Uitvoeringswet EG-bewijsverordening);
- artikel XXIII (Uitvoeringswet internationale inning levensonderhoud), onderdeel A tot en met C;
- artikel XXIV (Uitvoeringswet internationale kinderbescherming), onderdeel D;
- artikel XXV (Uitvoeringswet internationale kinderontvoering);
- artikel XXVII (Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1905), onderdeel B en E;
- artikel XXVIII (Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954), onderdeel A en D;
- artikel XXIX (Uitvoeringswet Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie);
- artikel XXX (Uitvoeringswet Verdrag onderhoudsverhaal in het buitenland 1956);
- artikel XXXI (Uitvoeringswet verordening Europese betalingsbevelprocedure), onderdeel B, onder 2;
- artikel XXXII (Uitvoeringswet verordening Europese coöperatieve vennootschap);
- artikel XXXIII (Uitvoeringswet verordening Europese executoriale titel), onderdeel A, onder 1;
- artikel XXXV (Uitvoeringswet verordening Europese vennootschap);
- artikel XXXVI (Uitvoeringswet Verordening tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden);
- artikel XXXIX (Wet bescherming oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderprodukten);
- artikel XL (Wet griffierechten burgerlijke zaken), onderdeel A, onder 1 en 3, E, onder 2, H, onder 2, M, O, P en Q;
- artikel XLI (Wet implementatie richtlijn nr. 2008/52/EG betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken);
- artikel XLIII (Wet op de rechtsbijstand);
- artikel XLIV (Wet op de naburige rechten);
- artikel XLVII (Wet vervaltermijn rechtsvorderingen Nederlands Beheersinstituut);
- artikel LI (Wet op de parlementaire enquête 2008), onderdeel A, onder 2, en B, onder 2;
- artikel LV (Wet militaire inundatiën);
- artikel LVII (Landbouwkwaliteitswet);
- artikel LVIII (Landbouwwet);
- artikel LX (Wet agrarisch grondverkeer), onderdeel B en C;
- artikel LXII (Zaaizaad- en Plantgoedwet 2005), onderdeel A en C;
- artikel LXV (Wet aansprakelijkheid kernongevallen);
- artikel LXVI (Wet op het financieel toezicht), onderdeel A, C, D, onder 2, E en F, onder 2;
- artikel LXVII (Wet toezicht effectenverkeer 1995);
- artikel LXIX (Wet wettelijke aansprakelijkheid exploitanten nucleaire schepen);
- artikel LXXI (Kadasterwet), onderdeel B, onder 2, C en D, onder 1;
- artikel LXXIV (Verenwet), onderdeel A, D, F, G en I;
- artikel LXXV (Waterstaatswet 1900);
- artikel LXXIX (Wet op de strandvonderij);
- artikel LXXXIII (Participatiewet);
- artikel LXXXVI (Wet op de ondernemingsraden), onderdeel A, onder 1, en C;
- artikel LXXXVII (Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen);
- artikel LXXXVIII (Wet verplichte beroepspensioenregeling), onderdeel B;
- artikel LXXXIX (Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000);
- artikel XCIV, onderdeel A0, voor zover het onder 4, subonderdeel a, en 8 betreft, A, Cb, Cc en Cd;
- artikelen CIII en CIV.
4. Artikel V van het Aanpassingsbesluit vereenvoudiging en digitalisering procesrecht.

 

Art. II.
De volgende artikelen of onderdelen daarvan van de volgende wetten en besluiten treden met ingang van

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.