BESLUIT van 16 januari 2019, Stb. 2019, 33, ter bekendmaking van de tekst van de herziene Grondwet. Inwerkingtreding: 9 februari 2019.

 

     WIJ WILLEM-ALEXANDER, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 11 januari 2019, 2018-0000916570, Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving;
     Gelet op artikel 141 van de Grondwet;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

     De tekst van de herziene Grondwet wordt bekendgemaakt door plaatsing van dit besluit met deze tekst in het Staatsblad, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten.

 

 

     Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten zal worden geplaatst.

 

's-Gravenhage, 16 januari 2019

 

WILLEM-ALEXANDER

 

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.H. Ollongren

 

Uitgegeven de achtste februari 2019
De Minister van Justitie,
F.B.J. Grapperhaus

 

 

 

Tekst zoals deze luidt na de laatstelijk bij de Wet van 1 november 2017 (Stb. 2017, 426) en de Wet van 26 november 2018 (Stb. 2018, 493) daarin aangebrachte veranderingen

 

 

[GRONDWET voor het Koninkrijk der Nederlanden van 24 augustus 1815, Stb. 1815, 45. Laatste tekstplaatsing: Stb. 2008, 348. Inwerkingtreding: 12 september 1840 (Stb. 1840, 54), red.]

 

 

HOOFDSTUK  1

Grondrechten

 

Art. 1.
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

 

Art. 2.
-1. De wet regelt wie Nederlander is.
-2. De wet regelt de toelating en de uitzetting van vreemdelingen.
-3. Uitlevering kan slechts geschieden krachtens verdrag. Verdere voorschriften omtrent uitlevering worden bij de wet gegeven.
-4. Ieder heeft het recht het land te verlaten, behoudens in de gevallen bij de wet bepaald.

 

Art. 3.
Alle Nederlanders zijn op gelijke voet in openbare dienst benoembaar.

 

Art. 4.
Iedere Nederlander heeft gelijkelijk recht de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen alsmede tot lid van deze organen te worden verkozen, behoudens bij de wet gestelde beperkingen en uitzonderingen.

 

Art. 5.
Ieder heeft het recht verzoeken schriftelijk bij het bevoegd gezag in te dienen.

 

Art. 6.
-1. Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.