MEMORIE VAN TOELICHTING (bewerkt)

Parlementaire behandeling:
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 1 (koninklijke boodschap)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 2 (voorstel van wet)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 3 (memorie van toelichting)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 4 (advies RvS en nader rapport)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 5 (verslag)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 6 (nota n.a.v. het verslag)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 7 (nota van wijziging)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 8 (tweede nota van wijziging)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 9 (amendement-Kerstens)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 10 (amendement-Kerstens)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 11 (amendement-Kerstens)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 12 (amendement-Kerstens)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 13 (amendement-Ellemeet)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 14 (amendement-Hijink)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 15 (amendement-Agema)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 16 (amendement-Hijink)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 17 (motie-Hijink c.s.)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 18 (motie-Geluk-Poortvliet en Van der Staaij)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 19 (motie-Kerstens)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 20 (motie-Kerstens)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 21 (motie-Kerstens)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 22 (motie-Kerstens)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 23 (motie-Agema)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 24 (motie-Geleijnse)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 25 (motie-Geleijnse)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 26 (gewijzigd amendement-Kerstens)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 27 (gewijzigd amendement-Kerstens)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 28 (brief Minister van VWS)
- Kamerstukken II 2018-2019, 35 093, nr. 29 (brief Minister van VWS)

- Handelingen II 2018-2019, nr. 68, item 4
- Handelingen II 2018-2019, nr. 71, item 8
- Handelingen II 2018-2019, nr. 72, item 22
- Handelingen II 2018-2019, nr. 72, item 23
- Handelingen II 2018-2019, nr. 72, item 24
- Kamerstukken I 2018-2019, 35 093, A (gewijzigd voorstel van wet)
- Kamerstukken I 2018-2019, 35 093, B (eindverslag)
- Handelingen I 2018-2019, nr. 27, item 3

 

 

WET van 24 april 2019, Stb. 2019, 185, tot wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 inzake de bijdrage voor maatschappelijke ondersteuning en de beoordeling voor de verstrekking van de maatwerkvoorziening. Inwerkingtreding: 1 januari 2020 (Stb. 2019, 452).

 

     WIJ WILLEM-ALEXANDER, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een abonnementstarief in te voeren voor maatschappelijke ondersteuning om de stapeling van zorgkosten te voorkomen en regels te stellen over de beoordeling van het college bij de verstrekking van een maatwerkvoorziening;
     Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I.
De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 2.1.4 komt te luiden:
Art. 2.1.4. [MvT] [Eigen bijdrage]
-1. Bij verordening kan worden bepaald dat een cliënt een bijdrage in de kosten verschuldigd is voor het gebruik van een algemene voorziening.
-2. Bij verordening kan de hoogte van de bijdrage voor het gebruik van een algemene voorziening worden vastgesteld. Bij die verordening kan de hoogte van de bijdrage per soort voorziening verschillen of kan een korting worden bepaald per in de verordening omschreven categorie van cliënten.
-3. In afwijking van het tweede lid worden bij verordening algemene voorzieningen aangewezen, waaronder in ieder geval die voorzieningen ter compensatie van beperkingen in de participatie of zelfredzaamheid waarbij een duurzame hulpverleningsrelatie wordt aangegaan tussen degenen aan wie een voorziening wordt verstrekt en de betrokken hulpverlener. De hoogte van de bijdrage voor het gebruik van één of meerdere van die aangewezen voorzieningen tezamen bedraagt, onverminderd artikel 2.1.4a, vierde lid, €|19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen.
-4. Onverminderd het eerste lid en in afwijking van het derde lid kan bij verordening worden bepaald dat de hoogte van de bijdrage, bedoeld in dat lid:
a. op een lager bedrag wordt vastgesteld;
b. wordt verlaagd tot nihil voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van cliënten indien het inkomen over een bij algemene maatregel van bestuur aan te geven tijdsperiode van de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen niet meer bedraagt dan een bij verordening vastgesteld bedrag.
-5. Voor het gebruik van de algemene voorziening cliëntondersteuning is geen bijdrage verschuldigd.
-6. De bijdrage, bedoeld in het tweede lid, gaat de kostprijs van de voorziening niet te boven. Bij verordening wordt bepaald op welke wijze de kostprijs wordt berekend.
Art. 2.1.4a. [MvT] [Eigen bijdrage maatwerkvoorziening of PGB]
-1. Bij verordening kan worden bepaald dat

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.