Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

ZIEKENFONDSWET

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING

 
Kamerstukken II 1961-1962, 6808

Regeling van de ziekenfondsverzekering (Ziekenfondswet) ¹

1. Redactie: de wet is gepubliceerd in Stb. 1964, 392, en is in werking getreden met ingang van 15 april 1965 (Stb. 1965, 130).

 

 

Nr.r1 KONINKLIJKE  BOODSCHAP

 

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

 

     Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een ontwerp van Wet tot regeling van de ziekenfondsverzekering (Ziekenfondswet).
     De toelichtende memorie (en bijlagen), die het Wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.
     En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

 

Porto Ercole, 25 augustus 1962

 

JULIANA

 

 

 

Nr.r2 ONTWERP  VAN  WET

 

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen te stellen met betrekking tot de ziekenfondsverzekering;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

EERSTE  HOOFDSTUK

Algemene bepaling

 

Art. 1 [1].  [MvT]
Deze wet verstaat onder:
-1. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid;
-2. ziekenfonds: een instelling, toegelaten overeenkomstig artikel 34 [34] van deze wet;
-3. Ziekenfondsraad: het College, bedoeld in het vijfde hoofdstuk van deze wet;
-4. verplichte verzekering: de verzekering, geregeld in de eerste paragraaf van het tweede hoofdstuk van deze wet;
-5. bejaardenverzekering: de verzekering, geregeld in de tweede paragraaf van het tweede hoofdstuk van deze wet;
-6. vrijwillige verzekering: de verzekering, geregeld in de derde paragraaf van het tweede hoofdstuk van deze wet.

 

 

TWEEDE  HOOFDSTUK

De verzekering

 

§ 1.  De verplichte verzekering

 

A.  De verzekerden

 

Art. 2 [2].  [MvT]
Verplicht verzekerd overeenkomstig het bepaalde in deze wet zijn de verzekerde en diens medeverzekerden. Waar in deze wet of in één van haar uitvoeringsvoorschriften wordt gesproken van verzekerde, wordt daaronder tevens verstaan de medeverzekerde, tenzij het tegendeel blijkt.

 

Art. 3 [3].  [MvT]
-1. Verzekerd is de verplichtverzekerde ingevolge de Ziektewet, alsmede degene die behoort tot de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen groepen van personen.
-2. Indien bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, een groep van personen als verzekerd wordt aangewezen, geldt deze aanwijzing niet voor tot die groep behorende personen wier overeengekomen vast loon in geld, verdiend in één of meer dienstbetrekkingen, meer bedraagt dan het in artikel 1, onderdeel c, der Ziektewet genoemde bedrag per jaar, herzien overeenkomstig artikel 1a van die wet. Daarbij wordt het over gedeelten van een jaar genotene tot jaarloon herleid. Wijzigingen van het loon welke tijdens de duur ener dienstbetrekking in de loop van een kalenderjaar plaatsvinden, blijven voor de toepassing van het bepaalde in dit artikel tot het einde van dat kalenderjaar buiten beschouwing.
-3. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald:
a. dat daarbij aan te wijzen andere inkomsten voor de toepassing van het bepaalde in het tweede lid als loon zullen gelden;
b. uit welken hoofde een verzekerde voor de toepassing van deze paragraaf als verzekerd geldt indien hij op grond van meer dan één bepaling verzekerd is.

 

Art. 4 [4].  [MvT]
-1. Medeverzekerden zijn de echtgenote van de verzekerde en diens kinderen beneden de leeftijd van 16 jaar, alsmede door Onze Minister aan te wijzen personen, één en ander indien de verzekerde volgens regelen door Onze Minister te stellen als hun kostwinner is aan te merken en zij tot het huishouden van de verzekerde behoren.
-2. Met kinderen beneden de leeftijd van 16 jaar worden gelijkgesteld:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Zfw | MvT | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x