Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

GRONDWET  van  1983

Eerste lezing
 
 

3. Onaantastbaarheid menselijk lichaam

 

 

ONTWERP VAN WET (eerste lezing)

rblz.|3| 

Kamerstukken II 1979-1980, 16 086 (eerste lezing)
Kamerstukken II 1980-1981, 16 907 (tweede lezing)
Inwerkingtreding: 28 januari 1983 (Stb. 1983, 21)

Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet strekkende tot opneming van een bepaling betreffende het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING  (eerste lezing)

 

Inhoudsopgave

1 Algemeen
2 Lichamelijke en geestelijke integriteit
3 Verhouding klassieke - sociale grondrechten
4x Terreinen waarop het recht op onaantastbaarheid betrekking heeft
 

 

 

1. Algemeen


    
In het eindverslag bij het ontwerp van wet houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van bepalingen over grondrechten (Kamerstuk 13 872, nr. 10) werd de vraag opgeworpen of in de Grondwet niet het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam zou moeten worden opgenomen.
     Bij de openbare behandeling in de Tweede Kamer van genoemd wetsontwerp werd aan de zijde van de regering een studie over deze vraag toegezegd (Handelingen II, zitting 1976-1977, blz. 2426). Deze studie werd in de vorm van een nota op 22 januari 1979 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 15 463). Over deze nota werd op 14 mei 1979 in een openbare commissievergadering van de Bijzondere Commissie Grondwet/Kieswet uit de Tweede Kamer beraadslaagd (Handelingen OCV [openbare commissievergadering, red.] 23 van 14 mei 1979, zitting 1978-1979).
     In deze commissievergadering bleek algemeen de opvatting dat het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam expliciet in de Grondwet diende te worden vermeld. Hiertoe werd een motie-Kappeyne van de Coppello c.s. voorgesteld. In deze motie wordt de regering uitgenodigd de Tweede Kamer een voorstel tot wijziging van de Grondwet voor te leggen waarin wordt bepaald dat ieder, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht heeft op onaantastbaarheid van zijn lichaam (Kamerstuk 15 463, nr. 5). De motie-Kappeyne van de Coppello c.s. werd op 25 juni 1979 door de Tweede Kamer met algemene stemmen aangenomen (Handelingen II, zitting 1978-1979, blz. 5678). Reeds bij de beschouwingen in de openbare commissievergadering van 14 mei 1979 gaf de tweede ondergetekende te kennen dat de regering bereid was gevolg te geven aan de in deze motie vervatte uitnodiging.
     Dit wetsontwerp strekt tot uitvoering daarvan. Overeenkomstig de in de openbare commissievergadering van verschillende zijden geuite wens wordt in het onderhavige wetsontwerp voorgesteld het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam in een afzonderlijk artikel van de nieuwe Grondwet op te nemen. Deze bepaling heeft tot strekking de uitdrukkelijke grondwettelijke erkenning van de belangrijke betekenis in onze rechtsorde van het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam en het uitsluiten van onzekerheid over de grondwettelijke bescherming van dit recht.
     Wij menen dat opneming van het recht op onaantastbaarheid van het lichaam in een afzonderlijk artikel 1.10a [11], meteen na de algemene bepaling van artikel 1.10
[10] over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, het meest voor de hand ligt. Bovendien past deze plaatsing goed in de context rblz.|4| van de overige bepalingen over de

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Grondwet | OvW 1e lezing | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x