Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

GRONDWET  van  1983

Eerste lezing
 
 

5. Koningschap

 

 

ONTWERP VAN RIJKSWET (eerste lezing)

rblz.|1| 

Kamerstukken II 1979-1980, 16 034 (R 1138) (eerste lezing)
Kamerstukken II 1980-1981, 16 909
(R 1179) (tweede lezing)
Inwerkingtreding: 28 januari 1983 (Stb. 1983, 23)

Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake het koningschap

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING  (eerste lezing)

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Plaats en indeling van het hoofdstuk "Regering"
2 Grondwettelijke terminologie
3 De belangrijkste voorgestelde wijzigingen
xArtikelsgewijs
xx Artikelen II t/m IV
 

 

 

Algemeen

 

1. Plaats en indeling van het hoofdstuk "Regering"


    
Hoofdstuk II van de bestaande Grondwet handelt over de Koning, maar bevat bovendien in de zesde afdeling (Van de macht des Konings) tal van bepalingen die het staatsbestel in het algemeen raken, zoals die over het bestuur der buitenlandse betrekkingen en in de zevende afdeling de bepalingen over de Raad van State, de ministers, de staatssecretarissen en de vaste colleges van advies en bijstand. Dientengevolge bevat dit hoofdstuk alln meer dan een derde van alle grondwetsartikelen.
     In de brief ter begeleiding van de eerste reeks herzieningsontwerpen (Kamerstukken II 1975-1976, 13 871, nr. 1) gaven de toenmalige bewindslieden te kennen dat zij de door de staatscommissie voorgestelde indeling van de Grondwet, waardoor een overzichtelijker rangschikking wordt verkregen, in beginsel wensten te volgen. Met name meenden zij dat na het hoofdstuk grondrechten de bepalingen over instelling en samenstelling van de voornaamste organen van het staatsbestel moeten worden geplaatst en dat eerst daarna de bepalingen betreffende de onderscheiden bevoegdheden en de samenwerking van die instellingen dienen te komen.
     Wij delen deze zienswijze waarmee wordt beoogd de onoverzichtelijkheid van de huidige Grondwet, die met elkaar samenhangende voorschriften, bijvoorbeeld over de wetgeving, op verschillende, soms ver uiteenliggende plaatsen vermeldt, weg te nemen. In deze gedachtengang worden in hoofdstuk 2, getiteld "Regering", achtereenvolgens de Koning en de regering, gevormd door de Koning en de ministers, behandeld, gevolgd door een hoofdstuk "Staten-Generaal" en een hoofdstuk over de vaste colleges, waarin de Raad van State en de vaste colleges van advies en bijstand hun plaats krijgen. Pas daarna komt in onze gedachtengang een hoofdstuk "Wetgeving en bestuur", waarin een aantal bepalingen die thans in de afdeling
"Van de macht des Konings" voorkomen, met elders opgenomen doch verwante voorschriften wordt samengebracht.
     Het resultaat van deze opzet is dat in hoofdstuk 2 slechts de materie wordt geregeld die thans bestreken wordt door de eerste vijf afdelingen van het bestaande hoofdstuk II en door de bepalingen over de ministers en de staatssecretarissen.
     Koning en ministers vormen als regering optredend de motor van ons staatsbestel. Wij achten het daarom gewenst deze stof te regelen in een hoofdstuk dat onmiddellijk na het hoofdstuk over de grondrechten en vr het hoofdstuk over de Staten-Generaal wordt geplaatst.
    
rblz.|2| Aan het tweede hoofdstuk is in navolging van de Proeve [lees: Proeve van een nieuwe Grondwet, red.] de titel "Regering" gegeven; het is verdeeld in

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Grondwet | OvR 1e lezing | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x