Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

GRONDWET  van  1983

Eerste lezing
 
 

9. Verkiezing Tweede en Eerste Kamer

 

 

ONTWERP VAN WET (eerste lezing)

rblz.|5| 

Kamerstukken II 1976-1977, 14 223 (eerste lezing)
Kamerstukken II 1980-1981, 16 913 (tweede lezing)
Inwerkingtreding: 28 januari 1983 (Stb. 1983, XX)

Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake de verkiezing van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer der Staten-Generaal

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING  (eerste lezing)

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
xArtikelsgewijs
x Artikelen II en III
 

 

 

Algemeen

 

    

Dit wetsontwerp strekt tot vaststelling van de bepalingen van paragraaf 1 van het nieuwe grondwetshoofdstuk inzake de Staten-Generaal, voor zover deze de verkiezing van de beide kamers betreffen.
     De in het wetsontwerp voorgestelde volgorde van de artikelen wijkt enigszins af van die van de staatscommissie. Dit houdt verband met de omstandigheid dat de staatscommissie voor beide kamers directe verkiezing voorschrijft, terwijl in het wetsontwerp voor de Eerste Kamer het stelsel van indirecte verkiezing wordt gehandhaafd. Na de voor beide kamers geldende bepalingen inzake de zittingsduur en het kiesstelsel volgen in het ontwerp afzonderlijke artikelen voor Tweede en Eerste Kamer waarin wordt aangeduid door wie elke kamer wordt gekozen. De daaropvolgende bepalingen inzake het passief kiesrecht, het onderzoek van de geloofsbrieven en de wettelijke regeling van het kiesrecht betreffen weer beide kamers.
     In het ontwerp is geen bepaling opgenomen inzake verdubbeling van het aantal leden der kamers (artikel 93 Grondwet, artikel 43 staatscommissie). Daaraan bestaat geen behoefte, aangezien het in de bedoeling ligt dat in het herzieningsontwerp betreffende de Koning geen gevallen meer voorkomen van besluitvorming in de Staten-Generaal na verdubbeling van het aantal leden. Het voorstel tot het doen vervallen van artikel 93 zal in dat ontwerp worden opgenomen.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel II


Artikel 3.1.3 [52] (artikel 41, eerste lid, staatscommissie)

     De huidige Grondwet bepaalt in artikel 95, eerste lid, dat de leden van de Tweede Kamer gekozen worden voor vier jaren en in artikel 101, eerste lid, dat de leden van de Eerste Kamer gekozen worden voor zes jaren. Ingevolge artikel 101, derde lid, treedt om de drie jaar de helft van de Eerste Kamer af.
     Zoals de tweede ondergetekende in zijn brief van 24 juni 1975 (bijlage Handelingen II 1974-1975, 13 472) reeds aankondigde, wordt het

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Grondwet | OvW 1e lezing | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x