ONTWERP VAN RIJKSWET (eerste lezing)

 blz. 3  

Kamerstukken II 1976-1977, 14 225 (R 1051) (eerste lezing)
Kamerstukken II 1980-1981, 16 915 (R 1172) (tweede lezing)
Inwerkingtreding: niet in werking getreden (zie met betrekking tot artikel 68 voor de gelijkluidende wettekst Stb. 1987, 271 (Kamerstukken II 19 553), inwerkingtreding 8 juli 1987)

Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake het geven van inlichtingen door de ministers en het recht van onderzoek

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING  (eerste lezing)

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
xArtikelsgewijs
xx Artikel II
 

 

 

Algemeen

 

     Dit ontwerp betreft die bepalingen van het nieuwe Grondwetshoofdstuk inzake de Staten-Generaal waarvan de vaststelling onderworpen is aan de rijkswetprocedure, te weten de bepalingen inzake het recht inlichtingen van de regering te vragen en het recht van onderzoek (enquête). De rijkswetprocedure is van toepassing omdat het hier gaat om - andere dan procedurele - bevoegdheden van de Staten-Generaal welke ook kunnen worden uitgeoefend in koninkrijksaangelegenheden (artikel 5 Statuut).

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel II


Artikel 3.2.4 [68] (artikel 56, eerste lid, staatscommissie)

     De inlichtingenplicht van de ministers jegens de Staten-Generaal, die voortvloeit uit de aan het parlementaire stelsel inherente verantwoordingsplicht, is thans neergelegd in artikel 104, tweede lid, van de Grondwet. Deze bepaling is in het voorgestelde artikel zonder materiële wijziging overgenomen.
     In het verleden heeft de strekking van artikel 104, tweede lid, reeds enkele malen tot belangrijke discussies in het parlement aanleiding gegeven,¹ zonder dat

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.