Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

GRONDWET  van  1983

Eerste lezing
 
 

13. Wetten en andere voorschriften

 

 

ONTWERP VAN RIJKSWET (eerste lezing)

rblz.|5| 

Kamerstukken II 1977-1978, 15 047 (R 1099) (eerste lezing)
Kamerstukken II 1980-1981, 16 917 (R 1174) (tweede lezing)
Inwerkingtreding: 28 januari 1983 (Stb. 1983, 30)

Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van bepalingen betreffende de wetgevende macht en de algemene maatregelen van bestuur, alsmede tot opneming van bepalingen betreffende andere voorschriften

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING  (eerste lezing)

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 De opzet van het hoofdstuk "Wetgeving en bestuur"
2 Onderwerpen die geen regeling in de Grondwet meer behoeven
3 Verdeling over wetsontwerpen
4 Procedure van wetgeving
5 Grondwettelijke terminologie ten aanzien van de Koning
xArtikelsgewijs
xx Artikelen II t/m IV
 

 

 

Algemeen

 

1. De opzet van het hoofdstuk "Wetgeving en bestuur"


     Voorafgaand aan de algemene en de artikelsgewijze toelichting op dit ontwerp van Rijkswet willen wij stilstaan bij de opzet van het nieuwe hoofdstuk waarin de voorgestelde bepalingen een plaats moeten vinden.
     De huidige Grondwet besteedt als wet van grondslagen en waarborgen de meeste aandacht aan de wetgeving. Het bestuur komt vooral aan de orde waar het nodig is te verzekeren dat het niet zal handelen zonder wettelijke grondslag. Zo wordt van belastingheffing bepaald dat zij uit kracht van een wet moet plaatsvinden. Van de begroting wordt voorgeschreven dat zij bij de wet wordt vastgesteld. Voor de algemene maatregel van bestuur wordt gewaarborgd dat door straffen te handhaven bepalingen daarin niet dan krachtens de wet worden opgenomen. En zo zou men kunnen voortgaan. Terwijl de Grondwet voor de wetgeving hoofdlijnen geeft en de samenstelling van het daarvoor specifiek noodzakelijke orgaan, de Staten-Generaal, nauwkeurig aangeeft, is in de Grondwet over de inrichting, samenstelling en werkwijze van het centrale bestuur betrekkelijk weinig te vinden.
     De Proeve van een nieuwe Grondwet heeft enig systeem willen aanbrengen door een aantal bepalingen die in de huidige Grondwet over verschillende hoofdstukken zijn verspreid samen te brengen in een enkel hoofdstuk "Wetgeving en bestuur". De Proeve verdeelde het hoofdstuk in vier paragrafen: wetgeving, bestuur, buitenlands beleid en overige bepalingen. Daarbij was de tweede paragraaf,
"bestuur", wel zeer mager uitgevallen en rees de vraag volgens welke maatstaf de bepalingen waren verdeeld over deze en de vierde paragraaf.
     De staatscommissie nam het denkbeeld over in de nieuwe Grondwet een hoofdstuk "Wetgeving en bestuur" op te nemen. Zij meende echter dat een meer bevredigende opbouw wordt verkregen wanneer men ervan afziet dat het opschrift van het hoofdstuk zou dwingen tot het opnemen van een afzonderlijke paragraaf
"bestuur" na de paragraaf "wetgeving". Zij stelde voor aan te vangen met een paragraaf "algemene bepalingen", waarin de bepalingen omtrent de procedure van wetgeving zijn samengebracht. Voorts had zij daarin opgenomen een artikel omtrent algemene maatregelen van bestuur en andere algemeen verbindende voorschriften vanwege het Rijk. De paragraaf werd besloten met een artikel omtrent de openbaarheid. De rblz.|6| verdere artikelen, die naar de mening van de staatscommissie in dit hoofdstuk een plaats dienen te vinden, achtte zij van

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Grondwet | OvR 1e lezing | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x