ONTWERP VAN WET (eerste lezing)

 blz. 3  

Kamerstukken II 1976-1977, 14 348 (eerste lezing)
Kamerstukken II 1980-1981, 16 926 (tweede lezing)
Inwerkingtreding: 28 januari 1983 (Stb. 1983, 39)

Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet strekkende tot opneming van een bepaling inzake de openbaarheid van bestuur

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING  (eerste lezing)

 

 

     In de Nota inzake het grondwetsherzieningsbeleid ยน is reeds meegedeeld dat en op welke gronden de regering voorstandster is van de opneming in de Grondwet van een algemene bepaling inzake de openbaarheid van bestuur. Het betoog dat toen gegeven is, wordt hier niet meer in den brede herhaald. Aan het slot van dat betoog is een aanduiding gegeven van de richting waarin de gedachten van de regering gingen ten aanzien van de formulering van de algemene bepaling inzake de openbaarheid van bestuur.
     De regering ging ten tijde van de Nota inzake het grondwetsherzieningsbeleid ervan uit dat de voor te stellen algemene bepaling inzake de openbaarheid van bestuur niet een wettelijke regeling dwingend zou moeten voorschrijven. De gedachte was toentertijd nog dat naast een wettelijke regeling van de openbaarheid van rapporten van adviescolleges, een stelsel van richtlijnen zou worden uitgevaardigd, strekkende tot

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.