ONTWERP VAN RIJKSWET (eerste lezing)

 blz. 3  

Kamerstukken II 1979-1980, 16 163 (R 1146) (eerste lezing)
Kamerstukken II 1980-1981, 16 929 (R 1177) (tweede lezing)
Inwerkingtreding: 28 januari 1983 (Stb. 1983, 42)

Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van bepalingen inzake de Hoge Raad der Nederlanden

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING  (eerste lezing)

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2x Het voorgestelde artikel 6.6 (artikel 88, eerste en tweede lid, staatscommissie)
 

 

 

1. Inleiding


     Het onderhavige ontwerp van rijkswet betreft die bepaling van het hoofdstuk "Rechtspraak" van de nieuwe Grondwet welke handelt over de taken van de Hoge Raad der Nederlanden en de wijze van benoeming van de leden. Er zij op gewezen dat aan een onderdeel van die taken, namelijk de berechting van ambtsmisdrijven van bepaalde politieke ambtsdragers, een apart ontwerp van rijkswet is gewijd.
     Het ontwerp is in de vorm van een ontwerp van rijkswet gegoten omdat dit voortvloeit uit het Statuut. De Hoge Raad wordt namelijk in de officiĆ«le toelichting op artikel 5 van het Statuut een orgaan van het Koninkrijk genoemd. De regeling van zulk een orgaan is een aangelegenheid van het Koninkrijk. Artikel 5, derde lid, van het Statuut schrijft voor dat wetsontwerpen tot wijziging van de Grondwet houdende bepalingen over Koninkrijksaangelegenheden, alsmede de ontwerpen tot overweging van deze grondwetswijzigingen, op de wijze van een rijkswet dienen te worden behandeld.
     Voor de algemene toelichting op

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.