Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

GRONDWET  van  1983

Eerste lezing
 
 

27. Provincies en gemeenten

 

 

ONTWERP VAN WET (eerste lezing)

rblz.|5| 

Kamerstukken II 1975-1976, 13 990 (eerste lezing)
Kamerstukken II 1980-1981, 16 931 (tweede lezing)
Inwerkingtreding: 28 januari 1983 (Stb. 1983, 44)

Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van bepalingen inzake provincies en gemeenten

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING  (eerste lezing)

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 De grondwettelijke regeling van de territoriale decentralisatie
3 Hoofdlijnen van de voorgestelde regeling voor provincies en gemeenten
a Instelling, opheffing en grenswijziging
b Autonomie en medebewind
c Provinciale staten en de gemeenteraad
d Overige organen
e Binnenprovinciale en binnengemeentelijke decentralisatie
f Toezicht
g Samenwerking
h Territoriale openbare lichamen in plaats van provincies of gemeenten
xArtikelsgewijs
xx Artikelen II en III
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


     Het thans bij de Staten-Generaal ingediende zestal wetsontwerpen tot grondwetsherziening betreft de grondwettelijke bepalingen inzake de lagere openbare lichamen. Deze bepalingen zijn in de geldende Grondwet vervat in het vierde hoofdstuk "Van de Provinciale Staten en de Gemeentebesturen", het vijfde hoofdstuk "Van openbare lichamen voor beroep en bedrijf", het zesde hoofdstuk "Van andere lichamen met verordenende bevoegdheid" en het elfde hoofdstuk "Van de Waterstaat", terwijl buiten deze hoofdstukken de artikelen 3 en 79 nog relevante bepalingen bevatten.
     In navolging van de Staatscommissie van advies inzake de Grondwet en de Kieswet ¹ stellen wij voor ook in de herziene Grondwet specifieke bepalingen op te nemen voor de nu in de Grondwet met name genoemde categorieën van lagere openbare lichamen, maar al deze bepalingen in één hoofdstuk bijeen te brengen. Een zodanige hergroepering van de bepalingen inzake de lagere openbare lichamen past bij de bekorting en stroomlijning die voor de herziene Grondwet wordt nagestreefd.

1. De staatscommissie behandelt de materie van de onderhavige wetsontwerpen in haar Eindrapport, blz. 279-324.

     De inhoud van het nieuwe grondwetshoofdstuk is als volgt over de zes afzonderlijke wetsontwerpen verdeeld.
     Het eerste ontwerp betreft de provincies en gemeenten. Aan deze lichamen is, in overeenstemming met hun zeer belangrijke plaats in het staatsbestel, het grootste gedeelte van het hoofdstuk gewijd. De eenvormigheid in de structuur van provincies en gemeenten is ook in de opzet van de artikelen tot uitdrukking gebracht door deze telkens op beide lichamen betrekking te doen hebben.
     In het tweede ontwerp is een bepaling opgenomen welke de wetgever de mogelijkheid biedt het actief en passief kiesrecht voor de gemeenteraad ook toe te kennen aan niet-Nederlandse ingezetenen.
     Het derde ontwerp
bevat een artikel betreffende andere territoriale openbare lichamen die in plaats van provincies of gemeenten kunnen worden ingesteld [zie artikel 128 Grondwet, red.].
     Het vierde ontwerp betreft de waterschappen. Deze lichamen hebben een bijzondere taak die vanouds en ook thans nog van zodanig gewicht is dat een speciale grondwettelijke grondslag voor deze lichamen behouden dient
rblz.|6| te blijven. Met deze positie van de waterschappen is eveneens in overeenstemming dat, in afwijking van het voorstel van de

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Grondwet | OvW 1e lezing | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x