Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

GRONDWET  van  1983

Eerste lezing
 
 

28. Kiesrecht vreemdelingen

 

 

ONTWERP VAN WET (eerste lezing)

rblz.|3| 

Kamerstukken II 1975-1976, 13 991 (eerste lezing)
Kamerstukken II 1980-1981, 16 932 (tweede lezing)
Inwerkingtreding: 28 januari 1983 (Stb. 1983, 45)

Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet strekkende tot opneming van een bepaling inzake de mogelijkheid kiesrecht voor de gemeenteraad te verlenen aan ingezetenen die geen Nederlander zijn

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING  (eerste lezing)

 

 

     1. Het onderhavige voorstel strekt ertoe de grondwettelijke belemmeringen weg te nemen die eraan in de weg staan bij de wet het actief en passief kiesrecht voor de gemeenteraad aan niet-Nederlandse ingezetenen te verlenen. De voorgestelde bepaling geeft de wetgever de vrijheid te eniger tijd te beslissen of, en zo ja, onder welke voorwaarden het kiesrecht aan buitenlanders zal worden verleend.
     De hier aan de orde zijnde problematiek is onder meer in de Staten-Generaal aan de orde gesteld bij de schriftelijke voorbereiding van de wet betreffende de positie van Molukkers (bijlage Handelingen II 1973-1974, 12 839, nr. 5, en bijlage Handelingen II 1974-1975, 12 839, nr. 6) en bij de behandeling van de Nota buitenlandse werknemers (bijlage Handelingen II 1970-1971, 10 504, nr. 5; bijlage Handelingen II 1973-1974, 10 504, nr. 11; bijlage Handelingen II 1974-1975, 10 504, nr. 12; Handelingen II 1974-1975, blz. 538, 554, 567, 584, 642, 757).
     Alvorens dit voorstel toe te lichten, schenken wij aandacht aan de ter zake uitgebrachte adviezen van de staatscommissie-Cals/Donner en van de Kiesraad.

     2. Met dit voorstel volgen wij de meerderheid van de staatscommissie-Cals/Donner (artikel 95, tweede lid, van het ontwerp van de commissie).
     Aan deze aangelegenheid wijdt de commissie de volgende beschouwingen (Eindrapport, blz. 299-300).
     Wat in verkozen organen wordt behandeld, raakt veel vaker alle ingezetenen dan uitsluitend alle Nederlanders. Het is dan niet meer verantwoord de eis te stellen dat alleen zij die zich, door naturalisatie, voorgoed aan het land hebben verbonden recht van meespreken hebben. Vooral nu de vrijheid van vestiging en de vrijheid van arbeid erkend zijn in de Europese Gemeenschappen, en op den duur wellicht in nog ruimer verband, moet de consequentie uit die vrijheden worden getrokken.
     De commissie is van oordeel dat aan de wetgever op dit punt een zekere vrijheid moet worden gegeven. Zij stelt voor de wetgever de mogelijkheid te geven aan ingezetenen-niet-Nederlanders actief kiesrecht voor de gemeenteraad te verlenen.
     Vervolgens is de commissie van oordeel dat de wetgever ook

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Grondwet | OvW 1e lezing | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x