Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  VOLTOOIING  EERSTE  FASE  HERZIENING  RECHTERLIJKE  ORGANISATIE

(Tevens Tweede tranche Awb en herziene Beroepswet)

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING

 
Kamerstukken II 1991-1992, 22 495

Wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Algemene wet bestuursrecht, de Wet op de Raad van State, de Beroepswet, de Ambtenarenwet 1929 en andere wetten, alsmede intrekking van de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (voltooiing eerste fase herziening rechterlijke organisatie)

1. Redactie: de wet is gepubliceerd in Stb. 1993, 650, en is in werking getreden met ingang van 1 januari 1994 (Stb. 1993, 693).

 

 

Nr.r1 KONINKLIJKE  BOODSCHAP

 

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

 

     Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van Wet houdende wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Algemene wet bestuursrecht, de Wet op de Raad van State, de Beroepswet, de Ambtenarenwet 1929 en andere wetten, alsmede intrekking van de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (voltooiing eerste fase herziening rechterlijke organisatie)
     De toelichtende memorie (en bijlagen) die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.
     En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

 

's-Gravenhage, 23 januari 1992

 

BEATRIX

 

 

 

Nr.r2 VOORSTEL  VAN  WET

 

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is ter voltooiing van de eerste fase van de herziening van de rechterlijke organisatie bij de arrondissementsrechtbanken enkelvoudige en meervoudige kamers voor het behandelen en beslissen van bestuursrechtelijke zaken in eerste aanleg in te stellen, bestuursrechtspraak in twee instanties in te voeren voor een groot aantal bestuursrechtelijke zaken die thans nog in n instantie worden behandeld en beslist, definitieve voorzieningen in kroongeschillen te treffen, een algemene regeling van het bestuursprocesrecht in de Algemene wet bestuursrecht op te nemen, en dat het wenselijk is met het oog op de invoering van de eerste tranche van de Algemene wet bestuursrecht een aantal wetten daaraan aan te passen, en dat het derhalve nodig is een groot aantal wetten te wijzigen en de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen in te trekken;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

1

Rechterlijke organisatie

 

[Bevat wijzigingen in andere regelgeving, red.]

 

 

2

Algemene wet bestuursrecht

 

Art. I.  [MvT]
Indien het bij koninklijke boodschap van 17 juli 1989 ingediende voorstel voor een Algemene wet bestuursrecht (Kamerstukken 21 221) tot wet wordt verheven, wordt die wet als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 1.1 [1:1], derde lid, komt te luiden:
-3. Een ingevolge het tweede lid uitgezonderd orgaan, persoon of college wordt wel als bestuursorgaan aangemerkt voor zover het orgaan, de persoon of het college besluiten neemt of handelingen verricht ten aanzien van een ambtenaar als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet, zijn nagelaten betrekkingen of zijn rechtverkrijgenden.
B.
[MvT]
Artikel 1.4 [1:4], tweede lid, komt te luiden:
-2. Een tot de rechterlijke macht behorend gerecht wordt als administratieve rechter aangemerkt voor zover hoofdstuk 8, de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken (Stb. 1956, 323) of de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Stb. 1990, 435) van toepassing is.
C.
[MvT]
In artikel 2.1.2 [2:2], derde lid, vervalt "en procureurs".
D.
[MvT]
Artikel 3.5.5 [3:45] komt te luiden:
Art. 3.5.5.
-1. Indien tegen een besluit bezwaar kan worden gemaakt of beroep kan worden ingesteld, wordt daarvan bij de bekendmaking en bij de mededeling van het besluit melding gemaakt.
-2. Hierbij wordt vermeld door wie, binnen welke termijn en bij welk orgaan bezwaar kan worden gemaakt of beroep kan worden ingesteld.
E.
[MvT]
Artikel 6.2.2 [6:8] wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding
"-1." geplaatst.
2. Een tweede en derde lid worden toegevoegd, luidende:
-2. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift tegen een besluit waartegen alleen door n of meer bepaalde belanghebbenden administratief beroep kon worden ingesteld, vangt aan met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn ongebruikt is verstreken.
-3. De termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen een besluit dat aan goedkeuring is onderworpen, vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit, inhoudende de goedkeuring van dat besluit, op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
F.
[MvT]
In artikel 6.2.5 [6:11] wordt
"indien de indiener redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden in verzuim te zijn geweest" vervangen door: indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
G.
[MvT]
Na artikel 6.2.6 [6:12] wordt een artikel 6.2.6a [6:13] ingevoegd, luidende:
Art. 6.2.6a
[6:13].
Geen beroep kan worden ingesteld tegen een op bezwaar of in administratief beroep genomen besluit door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten geen bezwaar te hebben gemaakt of administratief beroep te hebben ingesteld tegen het oorspronkelijke besluit.
H.
[MvT]
In artikel 6.2.16 [6:24], eerste lid, wordt na
"de mogelijkheid van" ingevoegd: het doen van verzet of.
I.
[MvT]
Artikel 6.3.9 [7:4] wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde tot en met zevende lid worden vernummerd tot vierde tot en met achtste lid.
2. Het eerste tot en met derde lid komen te luiden:
-1. Tot tien dagen vr het horen kunnen belanghebbenden nadere stukken indienen.
-2. Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste n week voor belanghebbenden ter inzage.
-3. Bij de oproeping voor het horen worden belanghebbenden gewezen op het eerste lid en wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen.
J.
[MvT]
In artikel 6.3.18 [7:13], vierde lid, wordt
"artikel 6.3.9 [7:4], vijfde lid," vervangen door: artikel 6.3.9 [7:4], zesde lid,.
K.
[MvT]
Artikel 6.4.9 [7:18] wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde tot en met zevende lid worden vernummerd tot vierde tot en met achtste lid.
2. Het eerste tot en met derde lid komen te luiden:
-1. Tot tien dagen vr het horen kunnen belanghebbenden nadere stukken indienen.
-2. Het beroepsorgaan legt het beroepschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste n week voor belanghebbenden ter inzage.
-3. Bij de oproeping voor het horen worden belanghebbenden gewezen op het eerste lid en wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen.
L.
[MvT]
In artikel 6.4.15 [7:24], tweede lid, wordt
"hetzelfde rechtspersoonlijkheid bezittende lichaam" vervangen door: dezelfde rechtspersoon.
M.
[MvT]
Artikel 6.4.20 [7:29] vervalt.
N.
[MvT]
Na hoofdstuk 7 wordt een hoofdstuk 8 ingevoegd, luidende:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Awb | MvT | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x