Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  WIJZIGING  ONDER  MEER  AWBZ  IN  VERBAND  MET  AFSCHAFFING  VERZEKERAARSBUDGETTERING  KOSTEN  AWBZ-VERSTREKKINGEN

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 1995-1996, 24 429

Wijziging van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en enige andere wetten in verband met afschaffing van verzekeraarsbudgettering ten aanzien van de kosten van AWBZ-verstrekkingen

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
xArtikelsgewijs
x Artikelen I t/m XII
 

 

 

Algemeen

 

     In het regeerakkoord is opgenomen dat de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) weer zal worden teruggebracht tot de vorm die zij vóór 1989 had: een voorziening voor onverzekerbare ziektekostenrisico’s. De regering heeft in dat kader besloten met ingang van 1 januari 1996 een aantal zorgaanspraken van de AWBZ over te brengen naar de verzekering ingevolge de Ziekenfondswet (Zfw), de particuliere en de publiekrechtelijke verzekeringen. Het betreft de aanspraken hulpmiddelen, farmaceutische hulp, revalidatie, audiologische hulp en erfelijkheidsonderzoek.
     Juist ten aanzien van de hier genoemde verstrekkingen worden de uitvoeringsorganen van de AWBZ sedert 1992 gebudgetteerd. Doordat met ingang van 1 januari 1996 de genoemde zorgaanspraken geen deel meer zullen uitmaken van het AWBZ-pakket, zal de verzekeraarsbudgettering in het kader van de AWBZ daarmee feitelijk komen te vervallen. Er zal geen wijziging komen in de wijze van financiering van de in de AWBZ blijvende zorgaanspraken, die in het verkeer tussen het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten en de AWBZ-uitvoeringsorganen op declaratiebasis worden afgerekend.
     Eén en ander heeft enkele consequenties, die regelgeving per genoemde datum noodzakelijk maken.
     Over de hier bedoelde consequenties is advies gevraagd aan de Ziekenfondsraad en aan de Verzekeringskamer, die respectievelijk op 27 april 1995 (kenmerk SGZ/17006/95) en op 12 mei 1995 (kenmerk 2.116/95-2214) advies uitbrachten.

     In de eerste plaats heeft de beëindiging van de AWBZ-verstrekkingenbudgettering gevolgen op het gebied van de nominale premie, die in het kader van de AWBZ is verschuldigd door alle verzekerden die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt. Deze nominale premie wordt door de verzekerden betaald aan de verzekeraar bij wie zij als AWBZ-verzekerde staan ingeschreven. Voor deze verzekeraars (uitvoeringsorganen) vormen de inkomsten uit de nominale premies tezamen met het verstrekkingenbudget dat zij uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten ontvangen de middelen ter dekking van de door verzekerden gemaakte kosten. Aangezien de nominale premie in de budgetteringssystematiek een ventielfunctie vervult - het deel van de kosten dat niet door het budget rblz.|2| wordt gedekt, moet worden voldaan uit de opbrengst van de nominale premie - hebben verzekeraars de wettelijke bevoegdheid zelf de hoogte van die nominale premie vast te stellen.
     Met het feitelijk vervallen van de verstrekkingenbudgettering in de AWBZ per 1 januari 1996 komt ook een einde aan de "ventielfunctie" van de nominale AWBZ-premie. Om die reden mag de bevoegdheid tot het zelfstandig vaststellen van de hoogte van de

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | de wet | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x