blz. 1  

Kamerstukken II 1996-1997, 25 342

Wijziging van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 en enige andere wetten in verband met het integreren van het middelenbeheer van de sociale fondsen (geïntegreerd middelenbeheer)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Redenen voor geïntegreerd middelenbeheer
3 Vormgeving van het geïntegreerd middelenbeheer
3.1 Betrokken fondsen
3.2 Oplossingsrichtingen
3.3 Geïntegreerd middelenbeheer
4 Effecten van geïntegreerd middelenbeheer
4.1 Efficiëntievoordelen
4.2 Normvermogens
4.3 EMU-schuld
5 Geïntegreerd middelenbeheer in relatie tot het karakter van de wettelijke sociale verzekeringen
xArtikelsgewijs
xxx| Artikelen I t/m VI
xBijlage
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


     In de Miljoenennota 1997 (Kamerstukken II 1996-1997, 25 000, nr. 1, blz. 62) en de memorie van toelichting op de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Kamerstukken II 1996-1997, 25 000 XV, nr. 2, blz. 9) heeft de regering aangegeven het beheer van de middelen van de volksverzekeringsfondsen en de werknemersverzekeringsfondsen te willen integreren met het middelenbeheer van het Rijk door die fondsen een rekening-courantverhouding met het Rijk te laten aangaan. Het onderhavige wetsvoorstel regelt deze integratie van het middelenbeheer. Deze memorie van toelichting is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt aangegeven waarom de regering tot integratie van het middelenbeheer wenst over te gaan. In hoofdstuk 3 worden mogelijke varianten besproken en beschreven voor welke vormgeving de regering heeft gekozen. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de financiële effecten van geïntegreerd middelenbeheer. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 kort ingegaan op de relatie tussen sociale verzekeringen en het geïntegreerd middelenbeheer.

 

2. Redenen voor geïntegreerd middelenbeheer


     Hoewel de sociale verzekeringen op basis van een omslagstelsel worden gefinancierd, vindt toch fondsvorming plaats. Dit is noodzakelijk omdat een zuiver omslagstelsel waarbij ontvangsten en uitgaven compleet synchroon verlopen in de praktijk niet mogelijk is. Er wordt gestreefd naar een per fonds zo efficiënt mogelijke besteding en beheer van de gelden die met de sociale verzekeringen gemoeid zijn. Ook de vormgeving van het middelenbeheer en de geldstromen van de gelden bij de sociale fondsen dient zo efficiënt mogelijk te zijn. De laatste keer dat aan het verbeteren van die efficiëntie uitvoerig aandacht is besteed, was in het SER-rapport [SER: Sociaal-Economische Raad, red.] Informatiestromen en reservevorming in de sociale verzekeringen, 1979, nr. 10 (Comed-rapport). De voorstellen tot efficiëntieverbetering uit dat rapport werden in de praktijk gebracht en vormen de basis voor de wijze waarop momenteel het middelenbeheer wordt vormgegeven. In dat rapport werd het toen al staande beleid dat fondsen uitsluitend via het eigen vermogen in hun liquiditeitsbehoeften mogen  blz. 2  voorzien als uitgangspunt genomen. In 1990 is met de Liquiditeitsregeling Centrale Sociale Verzekeringsfondsen het op dat rapport gebaseerde huidige institutionele kader voor geldstromen en middelenbeheer van de sociale fondsen

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.