blz. 1  

Kamerstukken II 1997-1998, 25 913

Technische verbeteringen in de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, in de Algemene bijstandswet, in de Wet op de ondernemingsraden en in de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
xArtikelsgewijs
xx Artikelen I t/m VII
 

 

 

Algemeen

 

     Het voorliggende voorstel betreft het aanbrengen van een aantal technische verbeteringen in de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (Wik), in de Algemene bijstandswet (Abw), in de Wet op de ondernemingsraden (WOR) en in de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid (IWS).

     De wijzigingen in de Wik worden op uitdrukkelijk verzoek van de Eerste Kamer aangebracht. Bij de kamerbehandeling van het wetsvoorstel Wik is namelijk gebleken dat rondom de begrippen "kunstenaar" en "beginnend kunstenaar", die in artikel 1, onderdeel d en e, van de Wik worden omschreven, misverstanden kunnen ontstaan. In artikel I, onderdeel A, B, E en F, wordt de Wik wordt op dit punt verduidelijkt.

     Voor wat betreft de wijzigingen in de Abw ligt dit anders. In de Wet tot wijziging van de Algemene bijstandswet in verband met de voortgang van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting (Stb. 1997, 791) blijkt een redactionele onjuistheid te zitten.
     Bij deze wet is voor ouderen met onvolledige AOW-rechten, die voor hun bestaan zijn aangewezen op aanvullende bijstand, in artikel 30 van de Abw een aparte bijstandsnormering ingevoerd. Voor de hoogte van deze normbedragen is aangesloten bij de netto-AOW-bedragen. De aansluiting bij het netto-AOW-niveau brengt met zich dat alleenstaanden en alleenstaande ouders van 65 jaar of ouder ingeval zij de kosten niet (volledig) kunnen delen, niet meer in aanmerking komen voor de gemeentelijke toeslag. Hiertoe is artikel 33, eerste lid, van de Abw gewijzigd. De laatstgenoemde wijziging heeft onbedoeld tot gevolg dat alle alleenstaanden jonger dan 65 jaar in beginsel in aanmerking komen voor een toeslag. Daaronder vallen ook de alleenstaanden jonger dan 21 jaar. Dat is niet de bedoeling, zoals blijkt uit de memorie van toelichting bij het betreffende wetsvoorstel (Kamerstukken II 1997-1998, 25 697, nr. 3).
     In artikel II van het thans voorliggende wetsvoorstel wordt dit mankement verholpen. In verband hiermee wordt in artikel VI van het wetsvoorstel tevens een wijziging aangebracht in artikel 475d, eerste lid, onderdeel c, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

      blz. 2  In artikel 46a van de WOR is geregeld dat door de SER [Sociaal-Economische Raad, red.] via een verordening heffingen ter bevordering van de scholing en vorming van ondernemingsraadsleden kunnen worden opgelegd aan

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.