Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  FINANCIERING  LOOPBAANONDERBREKING

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 1996-1997, 25 477

Bepalingen inzake de financiering van de loopbaanonderbreking (Wet financiering loopbaanonderbreking)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Hoofdlijnen
2 Verlof en vervanging, een afbakening
2.1 Inleiding
2.2 Verlof
2.3 Vervanging
3 De loopbaanonderbrekingsfinanciering en de doelgroepen
3.1 De hoogte en de status van de loopbaanonderbrekingsfinanciering
3.2 De verlofganger
3.3 De werkgever
3.4 De vervanger
4 De organisatie van de uitvoering
4.1 De uitvoeringsinstantie
4.2 Financieringsstructuur / toezicht
5 De wet op de loopbaanonderbrekingsfinanciering in relatie tot andere wettelijke regelingen
5.1 Loopbaanonderbrekingsfinanciering in relatie tot de Algemene bijstandswet
5.2 Samenloop met andere vormen van gesubsidieerde arbeid
6 Loopbaanonderbrekingsfinancieringsregelingen in het buitenland
7 Budgettaire gevolgen en macro-economische effecten
7.1 Budgettaire effecten voor de collectieve sector
7.2 Bedrijfseffecten
7.3 Macro-economische (werkgelegenheids)effecten
8 Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid
xArtikelsgewijs
xxx Artikelen 1 t/m 17
 

 

 

Algemeen  deel

 

1. Hoofdlijnen


     Het kabinet constateert dat werknemers in toenemende mate behoefte hebben aan mogelijkheden om hun loopbaan voor een kortere of langere periode te onderbreken. Naarmate mannen en vrouwen in gelijkere mate deelnemen aan de arbeidsmarkt groeit de behoefte aan arrangementen om de tijd voor arbeid en die voor andere verantwoordelijkheden flexibeler en op maat in te delen. De strikte scheiding tussen betaalde arbeid en onbetaalde activiteiten, die bovendien grotendeels parallel liep met het onderscheid tussen mannen en vrouwen, is aan het verdwijnen. Een betere verdeling van betaalde en onbetaalde activiteiten zal, zo is eerder ook door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) vastgesteld, de potentiŽle arbeid doen groeien, een beter gebruik van het menselijk kapitaal bevorderen, de seksegelijkheid vergroten en de kwaliteit van het leven verbeteren. Sociale en economische doelstellingen gaan zo hand in hand.Ļ
     In het regeerakkoord van dit kabinet is een aantal kabinetsdoelstellingen geformuleerd die in dit verband van belang zijn. Dit zijn:
* de verruiming van de arbeidsdeelname;
* het stimuleren van meer flexibiliteit en variatie in arbeidspatronen gedurende de hele levensfase;
* de activering van de werking van het sociale stelsel;
* het scheppen van ruimte voor geŽmancipeerde en economisch zelfstandige burgers.

1. "Shaping structural change; the role of women, Report by a high level group of experts to the secretary-general", OESO 1991.

     In de nota "Om de kwaliteit van Arbeid en Zorg, investeren in verlof" van 5 september 1995 (Kamerstukken II 1994-1995 24 332, nrs. 1-2) heeft het kabinet aangegeven langs drie lijnen verlof te willen stimuleren en daarmee een bijdrage te willen leveren aan een organisatie van de arbeid die werknemers meer mogelijkheden biedt in verschillende levensfasen volwaardig te participeren en waarin sprake is van een hoogwaardig en flexibel arbeidsbestel. Het kabinet heeft een aantal belangrijke voornemens uit deze nota bij brief van 21 mei 1996 voor advies voorgelegd aan de Stichting van de Arbeid en de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid. (Kamerstukken II 1995-1996, 24 332, nr. 10). De rblz.|2| primaire verantwoordelijkheid voor het inrichten van de (nieuwe) organisatie van de arbeid ligt bij sociale partners. Waar de nieuwe vormgeving van de organisatie van de arbeid raakt aan belangen die niet exclusief in deze sfeer liggen (educatief verlof, zorgtaken gericht op kinderen en ouderen, herverdeling van betaalde en onbetaalde arbeid), kan er ook reden zijn voor de overheid in ondersteunende zin een bijdrage te leveren. In de adviesaanvrage is onder meer aangegeven onder welke voorwaarden het kabinet bereid is door middel van een financiŽle bijdrage te bevorderen dat werknemers en werkgevers verlofafspraken maken. Vanuit het gegeven dat werkloosheid mede veroorzaakt wordt door een vanwege meerdere redenen te groot geworden afstand tot de arbeidsmarkt, is die bijdrage te overwegen naarmate hiermee de arbeidsinpasbaarheid van werkzoekenden kan worden bevorderd zonder dat een opwaartse druk op de collectieve lasten ontstaat. GeÔnspireerd door de Belgische Wet op de loopbaanonderbreking zijn bij de adviesaanvrage de contouren van een mogelijke Nederlands invulling van een financiŽle bijdrage aangereikt. Een model dat verlof zal stimuleren en tegelijkertijd aanzienlijke kansen kan bieden aan degenen die nu nog ongewenst buiten het arbeidsproces staan. Een model ook dat kan bijdragen aan een hoogwaardig en flexibel arbeidsbestel en waarmee tevens kan worden bijgedragen aan kabinetsdoelstellingen op het terrein van werkgelegenheid en emancipatie.

     Op 18 maart 1997 heeft de Stichting van de Arbeid over de voorstellen advies uitgebracht. De Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid adviseerde op 18 december 1996. Van groot gewicht is dat sociale partners unanimiteit hebben kunnen bereiken. Die unanimiteit beperkt zich niet tot de visie op die nieuwe organisatie van de arbeid, die meer ruimte biedt voor differentiatie en flexibiliteit en maatwerk, meer ruimte ook om de arbeidssituatie af te stemmen op de wensen van werkgever en werknemer. Eveneens is unanimiteit bereikt in de concrete adviezen op onderdelen. Voor het kabinet was dit een belangrijk gegeven waaraan hij niet voorbij heeft willen gaan. In de brief van 29 april 1997 heeft het kabinet de Stichting van de Arbeid, de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid en de Tweede Kamer geÔnformeerd over de besluitvorming betreffende het advies van de Stichting van de Arbeid en de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid. Daarin is onder meer aangegeven dat het kabinet het advies van de Stichting van de Arbeid zal volgen en een regeling voor loopbaanonderbreking zal introduceren.

     Het voorliggende wetsvoorstel regelt de uitwerking van de financiering van loopbaanonderbreking. Ter ondersteuning van afspraken die een werknemer met zijn werkgever maakt over langerdurend voltijd- of deeltijdverlof om reden van zorg of educatie, wordt in het voorliggende wetsvoorstel geregeld onder welke voorwaarden aan de verlofganger die tijdens deze loopbaanonderbreking wordt vervangen door een uitkeringsgerechtigde werkloze of herintredende werknemer een financiŽle tegemoetkoming zal worden verleend: de loopbaanonderbrekingsfinanciering.

     Verlof en vervanging zijn de kernvoorwaarden waaraan moet zijn voldaan alvorens een loopbaanonderbrekingsfinanciering zal worden verstrekt. Verlofafspraken kunnen, conform het geldende recht waarin het onderhavige wetsvoorstel geen verandering brengt, gebaseerd zijn op een wettelijk recht (ouderschapsverlof), een afspraak in een collectieve arbeidsovereenkomst of kunnen zijn overeengekomen in het overleg tussen

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Finlo | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x