Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  UITVOERINGSORGANEN  VOLKSGEZONDHEID

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 1997-1998, 26 011

Wijziging van de Ziekenfondswet, de Wet tarieven gezondheidszorg en de Wet ziekenhuisvoorzieningen in verband met wijzigingen in de taak, samenstelling en werkwijze van de in die wetten geregelde bestuursorganen, alsmede wijziging van andere wetten in verband daarmee (uitvoeringsorganen volksgezondheid)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Beleidsmatige context
3 Parlementaire voorgeschiedenis
4 Besturingsmodel
4.1 Inleiding
4.2 Taken van uitvoerende aard
4.3 Bestuur door onafhankelijke deskundigen
4.4 Sturings- en toezichtsinstrumenten voor de minister
4.5 Inrichting en werkwijze
5 Uitwerking per orgaan
5.1 College voor zorgverzekeringen / Ziekenfondsraad
5.2 College tarieven gezondheidszorg / Centraal orgaan tarieven gezondheidszorg
5.3 College bouw ziekenhuisvoorzieningen / College voor ziekenhuisvoorzieningen
5.4 College sanering ziekenhuisvoorzieningen / Commissie sanering ziekenhuisvoorzieningen
6 Invoeringstraject
7 FinanciŽle aspecten
xArtikelsgewijs
Hoofdstuk I.  Wijziging van de Ziekenfondswet
x Artikel I
Hoofdstuk II.  Wijziging van de Wet tarieven gezondheidszorg
x Artikel II
Hoofdstuk III.  Wijziging van de Wet ziekenhuisvoorzieningen
x Artikel III
Hoofdstuk IV.  Wijziging van andere wetten
xxx Artikelen V t/m XIII
Hoofdstuk V.  Overgangsbepalingen
xxx Artikelen XIV t/m XXI
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


     Dit wetsvoorstel strekt tot aanpassing van de taak, de samenstelling en de werkwijze van de Ziekenfondsraad (ZFR), het Centraal orgaan tarieven gezondheidszorg (COTG), het College voor ziekenhuisvoorzieningen (CvZ) en de Commissie sanering ziekenhuisvoorzieningen (CSZ). Het vloeit voort uit de voornemens die zijn neergelegd in de brief van 11 juli 1996 aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II 1995-1996, 21 427, nr. 155) over uitvoeringsorganen op het terrein van volksgezondheid en zorggerelateerde dienstverlening. Het wetsvoorstel is het sluitstuk van de herziening van de advies- en uitvoeringsstructuur op dit terrein van overheidsbeleid.

     De herziening van de adviesstructuur kreeg haar beslag in een tweetal wetten: de Wet op de Raad voor de volksgezondheid en zorg (RVZ) en de Wet van 30 januari 1997 tot wijziging van de Gezondheidswet in verband met de continuering van de Gezondheidsraad (Stb. 1997, 104).

     Het voorliggende wetsvoorstel betreft de zelfstandige bestuursorganen (ZBO's) aan de top van de uitvoeringsstructuur van de wetgeving inzake de sociale ziektekostenverzekeringen, de tariefwetgeving en de planning- en bouwwetgeving: de ZFR, het COTG, het CvZ en de CSZ.
     Centraal staan de wijziging van de samenstelling van deze organen, de (nieuwe) regeling van taken en werkwijze alsmede het aanpassen van de regelgeving aan de Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar) op het onderdeel zelfstandige bestuursorganen.

rblz.|2| 

2. Beleidsmatige context


     De herziening van de advies- en uitvoeringsstructuur is ingebed in een beleidsmatige context waarin twee uitgangspunten centraal staan: scheiding van de functies advies, overleg en uitvoering en herstel van het primaat van de politiek.
     Nadere uitwerking hiervan is eerder vastgelegd in de notitie aan de Tweede Kamer van 12 juni 1995 over de toekomstige advies- en uitvoeringsstructuur volksgezondheid en zorggerelateerde dienstverlening (Kamerstukken II 1994-1995, 24 218, nr. 1) en de hiervoor genoemde brief van 11 juli 1996 over uitvoeringsorganen op het terrein van volksgezondheid en zorggerelateerde dienstverlening.

     De advies- en uitvoeringsstructuur op dit terrein van overheidsbeleid was op het moment waarop de herzieningsoperatie werd ingezet een ingewikkeld geheel van verantwoordelijkheden, posities en belangen dat, hoewel in formele zin behorende tot de overheid, materieel gepositioneerd was tussen overheid en veld. Het is, tegen de achtergrond van de gewenste scheiding van functies, van belang die verschillende verantwoordelijkheden, posities en belangen te onderscheiden (ontvlechten) en (opnieuw) te definiŽren.
     Ontvlechting van verantwoordelijkheden, posities en belangen leidt ertoe dat elk der partijen op grond van een duidelijke, vooraf omschreven verantwoordelijkheid deelneemt aan het besluitvormingsproces. In een dergelijke transparante opzet krijgen bewindslieden en parlement de gelegenheid het primaat van de politiek invulling te geven. Het adagium "herstel van het primaat van de politiek" verwijst naar de situatie waarin de ministeriŽle verantwoordelijkheid door middel van sturing en toezicht kan worden waargemaakt.


Advisering

     Tegen deze achtergrond is een nieuwe adviesstructuur voor de rijksoverheid vormgegeven, neergelegd in de Kaderwet adviescolleges. Daarin is bepaald dat advisering over beleidsvraagstukken wordt gelegd in handen van onafhankelijke deskundigen. Daarbij wordt een stelsel voorgestaan met slechts een beperkt aantal adviesraden. De beleidsadviesfunctie is komen te vervallen bij organen die niet vallen onder de Kaderwet adviescolleges. Wel kunnen aan die organen over de

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | de wet | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x