MEDEDELING van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 november 2018, 2018-0000186071, over per 1 januari 2019 gewijzigde bedragen in enkele wetten, besluiten en regelingen

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 2:8, tweede lid, van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten, artikel 2, tweede lid, van de Algemene nabestaandenwet, artikel 9, zevende lid, van de Algemene Ouderdomswet, artikel 2.1:1, vierde lid, van het Arbeidstijdenbesluit, artikel 60, eerste en derde lid, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004, artikel 2, tweede en derde lid, van het Besluit inkomensondersteuning AOW-ers, artikel 2, tweede en derde lid, van het Besluit tegemoetkoming Anw-ers, de artikelen 3, tweede lid, 4, tweede lid, 5, tweede lid, en 6, tweede lid, van het Besluit uitvoering kinderbijslag, de artikelen 1d, vierde lid, en 1i, derde lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen, de artikelen 37, vierde lid, 38, eerste tot en met derde en vijfde en zesde lid, en 39, eerste en derde lid, van de Participatiewet, artikel 5, derde lid, van de Regeling financiering en verantwoording Ioaw, Ioaz en Bbz 2004, artikel 19 van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014, artikel 2, vijfde lid, van de Regeling tegemoetkoming Wajong-ers, artikel 5, derde lid, van de Regeling vermogenswaardering Ioaz, artikel 15, vijfde lid, van het Re├»ntegratiebesluit, de artikelen 3, zesde lid, en 8, vierde lid, van de Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW, artikel 9, tweede lid, van de Toeslagenwet, artikel 1b, zevende en achtste lid, van de Werkloosheidswet, artikel 67i, derde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, artikel 3:75, derde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de artikelen 5, vierde tot en met zesde en negende lid, en 8, vijfde, achtste, tiende en twaalfde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de artikelen 5, derde, vierde, zevende en tiende lid, en 8, vierde, zesde en achtste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de artikelen 15, eerste en tweede lid, en 65l, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de artikelen 14, eerste en tweede lid, en 63a, derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 16, eerste en tweede lid, van de Ziektewet en artikel 3, eerste lid, van de Wet op het kindgebonden budget;

     Deelt mee dat met ingang van 1 januari 2019 in de hierna genoemde regelgeving de bedragen zijn gewijzigd en als volgt komen te luiden:

 

 

A. Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten
De premie, genoemd in artikel 2:8, eerste lid, onderdeel b, van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten, bedraagt: ÔéČ|2500,00.

 

B. Algemene nabestaandenwet
1. De brutonabestaandenuitkering, bedoeld in artikel 17 van de Algemene nabestaandenwet, bedraagt:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.