Vrouwe Justitia

 

 

 


TIP: zoeken binnen deze pagina kan met Ctrl+F

 

LJN AA8518 - Weigering persoonsgebonden budget omdat de betreffende instelling wordt aangemerkt als een instelling waarin personen duurzaam verblijf en verzorging wordt verschaft, hetgeen op grond van artikel 15 van de Regeling Ziekenfondsraad subsidiëring zorg op maat verpleging en verzorging 1997 aan de toekenning van een persoonsgebonden budget in de weg staat.

LJN AA8522 - Omdat de betreffende particuliere verzorgingshuizen in de gegeven situatie van betrokkenen moeten worden beschouwd als instellingen waarin duurzaam verzorging en verpleging wordt verleend, worden de aan betrokkenen ingevolge de in 1996 terzake geldende regeling toegekende persoonsgebonden budgetten na afloop van de periode waarvoor deze budgetten waren toegekend, op grond van de Regeling Ziekenfondsraad subsidiëring zorg op maat verpleging en verzorging 1997 niet langer verleend.

LJN AA8581 - Weigering om Duratears oogdruppels zonder bijbetaling van een eigen bijdrage te vergoeden. Er is geen ruimte om rekening te houden met individuele omstandigheden in die zin dat een bij de Regeling farmaceutische hulp 1993 als onderling vervangbaar aangemerkt geneesmiddel alsnog zonder betaling van een eigen bijdrage door de verzekerde kan worden verkregen.

LJN AA8592 - Oplegging van een eigen bijdrage wegens verblijf in een verzorgingshuis. Is bij het voor de vaststelling van de eigen bijdrage in beschouwing te nemen bijdrageplichtig inkomen terecht, dat wil zeggen zonder schending van enige in casu van toepassing zijnde rechtsregel, geweigerd de door betrokkene ingevolge artikel 10 van de Wuv genoten uitkering buiten aanmerking te laten voor wat betreft de daarin krachtens het derde lid van die bepaling opgenomen toeslag in verband met niet-meetbare invaliditeitskosten?

LJN AA8618 - Had het toegekende persoonsgebonden budget nog eerder dan op de datum van aanvraag behoren in te gaan en wel in het bijzonder per 1 juli 1995, de datum waarop artikel 6 van de Regeling Ziekenfondsraad subsidiëring zorgvernieuwing verpleging en verzorging 1995 in werking trad? Stelt betrokkene terecht dat zij niet op de hoogte was van de inwerkingtreding van voornoemde regeling en dat zij dit ook niet kon zijn omdat zij daaromtrent van de zijde van het ziekenfonds geen informatie had ontvangen?

LJN AA8648 - Toekenning van een persoonsgebonden budget overeenkomstig budgetcategorie III voor de kosten van begeleiding van de dochter van betrokkenen bij het samenwonen met een aantal andere verstandelijk gehandicapten. Afwijzing van het verzoek om de dochter in te delen in budgetcategorie IV. Is er sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel omdat de dochter, vergeleken met de andere deelnemers aan haar woongroep, een lager budget is toegekend, terwijl zij naar de mening van betrokkenen in haar functioneren meer beperkt is dan een aantal anderen?

LJN AA8684 - Is terecht op grond van artikel 2, tweede lid, van het Besluit ziekenhuisverpleging ziekenfondsverzekering geweigerd om telefoon-, reis- en verblijfkosten van de enige in aanmerking komende beenmergdonor, betrokkenes broer uit Nieuw-Zeeland, te vergoeden omdat krachtens de geldende regelgeving alleen de vervoerskosten van een donor binnen Nederland kunnen worden vergoed?

LJN AA8778 - Weigering door de Ziekenfondsraad om een verklaring af te geven als bedoeld in artikel 23 van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989. Heeft de rechtbank bij haar niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen voornoemde weigering terecht geoordeeld dat deze weigering niet als een (appellabel) besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb kan worden aangemerkt, aangezien aan de afgifte van een dergelijke verklaring geen publiekrechtelijk rechtsgevolg is verbonden?

LJN AA9346 - Zijn de eigen bijdragen voor het verblijf in een verzorgingshuis juist vastgesteld? Terecht is ten aanzien van het bijdrageplichtig inkomen een belastingteruggave in verband met buitengewone lasten (ziektekosten) in aanmerking genomen.

LJN AA9654 - Afwijzing van het verzoek aan het indicatieorgaan om positief te adviseren met betrekking tot zorg in de vorm van duurzaam verblijf en verzorging in een verzorgingshuis. Dient het advies van een indicatieorgaan inzake de indicatie van een verzekerde voor een aanspraak op zorg als bedoeld in de AWBZ te worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste en tweede lid, van de Awb?

LJN AB0505 - Afwijzing van het verzoek om in aanmerking te komen voor zorg in de vorm van hulp bij de gezinsverzorging. Een advies van een indicatieorgaan inzake de indicatie van een verzekerde voor een aanspraak op zorg als bedoeld in de artikelen 9a en 9b van de AWBZ kan niet worden aangemerkt als een (appellabel) besluit in de zin van artikel 1:3, eerste en tweede lid, van de Awb, zodat het bezwaar niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

LJN AD3646 - Is de eigen bijdrage voor betrokkenes verblijf in een verzorgingshuis juist vastgesteld? Is terecht ten aanzien van het bijdrageplichtig inkomen een belastingteruggave in verband met buitengewone lasten (ziektekosten) in aanmerking genomen?

LJN AD3655 - Is terecht en op goede gronden het maandelijkse aflossingsbedrag van een schuld uit geldlening niet in mindering gebracht op de vastgestelde eigen bijdrage ingevolge het Bijdragebesluit zorg?

LJN AD7297 - Wegens uitputting van het voor toekenning van PGB's beschikbare budget, afwijzing van een PGB ten behoeve van de verstandelijk gehandicapte dochter van betrokkenen. Uitgaande van het toepasselijk beleid was er voor toekenning van een PGB aan aanvragers, zoals i.c. betrokkenen, met het urgentiecriterium "gewenst" onvoldoende geld beschikbaar. Hebben betrokkenen terecht aangevoerd dat de afwijzing van hun aanvraag van een PGB in strijd met de wet is, aangezien aan verzekerden ingevolge de AWBZ met een zorgindicatie niet mag worden tegengeworpen dat geen middelen beschikbaar zijn?

LJN AD9257 - Niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens het ontbreken van belang bij het meningsverschil over een declaratie tussen de betreffende tandarts en het ziekenfonds. De door betrokkene gewenste gnathologische behandeling, zijnde een tandheelkundige verstrekking in natura op grond van het bepaalde bij en krachtens de Zfw, heeft zij ondergaan.

LJN AE0471 - Negatief indicatieadvies ten behoeve van de vaststelling van een persoonsgebonden budget verpleging en verzorging. Een advies van een indicatieorgaan inzake de indicatie van een verzekerde voor een aanspraak op zorg op grond van de AWBZ kan niet worden aangemerkt als een (appellabel) besluit in de zin van artikel 1:3, eerste en tweede lid, van de Awb, zodat het bezwaar niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

LJN AE2770 - Weigering vergoeding van de kosten van verpleging en behandeling van betrokkene in een residentie op Lombok, Indonesië. Is de in de residentie verleende zorg redelijkerwijs vergelijkbaar met in Nederland aangeboden zorg?

LJN AE3751 - Is de hoogte van het toegekende persoonsgebonden budget ten behoeve van wonen en dagbesteding juist vastgesteld? Het bestreden besluit is gebaseerd op een onvoldoende uitgewerkte indicatie met betrekking tot de in artikel 11, eerste lid, van de Regeling Ziekenfondsraad subsidiëring persoonsgebonden budget 1998 bedoelde zorgonderdelen.

LJN AE6165 - Moet van betrokkene over de periode in geding een volledige eigen bijdrage worden geheven? Uitvoeringsorganen hebben een controlerende taak jegens zorgaanbieders met betrekking tot de kwaliteit van de door die zorgaanbieders verstrekte zorg.

LJN AE8522 - Weigering tegemoetkoming ingevolge de TOG op de grond dat het kind, dat een aan autisme verwante contactstoornis heeft, niet meervoudig gehandicapt, ernstig lichamelijk gehandicapt of chronisch ziek is. Er is geen combinatie van handicaps zoals bedoeld in de TOG vastgesteld.

LJN AE8525 - Weigering om terug te komen van een eerder genomen, in rechte onaantastbaar geworden besluit ter zake van de weigering van een tegemoetkoming op grond van de TOG. Is betrokkenes zoon ten tijde in geding aan te merken als meervoudig gehandicapt in de zin van artikel 3 van de TOG? Het geschil spitst zich daarbij toe op de vraag of de zoon geestelijk gehandicapt is in de zin van genoemd artikel.

LJN AE8561 - Afwijzing van het verzoek om ingevolge de AWBZ in aanmerking te worden gebracht voor verstrekking van een duwrolstoel. Omdat de elektrische rolstoel van betrokkene, die ernstig gehandicapt is tengevolge van mutiple sclerose, ongeschikt is voor gebruik in niet-aangepaste omgevingen, zoals veel woningen en winkels, heeft zij aanvragen ingediend voor verstrekkingen van een duwrolstoel in het kader van de Wvg en de AWBZ.

LJN AE8567 - Herziening met ingang van de datum in geding van de verschuldigde eigen bijdrage AWBZ ter zake van betrokkenes verblijf in een verpleeginrichting. Is er sprake van een ongerechtvaardigde, en daarom ongeoorloofde, ongelijke behandeling naar status en geslacht?

LJN AE8568 - Toekenning van een persoonsgebonden budget ter hoogte van f 65.000,- op jaarbasis volgens budgetcategorie VII met indicatievereisten D en F van de Regeling Ziekenfondsraad subsidiering zorg op maat verstandelijk gehandicaptenzorg 1997, onder aftrek van D ter hoogte van f 25.000,- op jaarbasis indien betrokkene dagbesteding op een dagverblijf voor ouderen geniet. Dient bij personen met een grote zorgbehoefte de hardheidsclausule te worden toegepast?

LJN AE9404 - Is de eigen bijdrage van f 2289,49 per maand voor betrokkenes verblijf in een verzorgingshuis juist vastgesteld? Mogen de kosten van onderhoud van de verhuurde woning ad f 11.339,- uitsluitend in mindering worden gebracht op de inkomsten uit de woning ad f 906,-, resulterend in een nihilbedrag (standpunt ziekenfonds) dan wel mede ten laste worden gebracht van de renteopbrengst uit vermogen ad f 20.260,- (standpunt appellanten).

LJN AF2650 - Toekenning voor de maand december 1999 van een persoonsgebonden budget ad f 8917,81 ingevolge de Regeling Ziekenfondsraad subsidiëring persoonsgebonden budget 1999. Betrokkenes dochter is ernstig verstandelijk gehandicapt en lijdt onder meer aan ernstige gedrags- en spraakstoornissen en motorische stoornissen. Is het bestreden besluit bevoegdelijk genomen? Zijn de door het ziekenfonds gehanteerde rekensystematiek en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen redelijk?

LJN AF3436 - Vaststelling van de eigen bijdrage die betrokkene verschuldigd is voor thuiszorg in de periode in geding op f 10,- per uur met een maximum van f 115,- per week, zodat van betrokkene voor thuiszorg in deze periode een bedrag van in totaal f 610,- wordt geheven. Heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank het bestreden terecht vernietigd?

LJN AF4642 - Onterechte niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de weigering om een verklaring op grond van artikel 13, tweede lid, aanhef en onder f, van EG-verordening nr. 1408/71 (vrijstelling verplichte verzekering ingevolge de AWBZ) te verstrekken omdat die verordening niet op betrokkene van toepassing is. De brief waarin de weigering is vervat is wél een (appellabel) besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

LJN AF6585 - Maatstaf voor de vaststelling van de onderhoudsbijdrage van een studerend kind bij de berekening van de eigen bijdrage AWBZ. Het bestreden besluit berust op een ondeugdelijke motivering.

LJN AF7684 - Op grond van artikel 14 van het Bijdragebesluit zorg is de eigen bijdrage met ingang van de dag waarop betrokkene wederom werd opgenomen in het tehuis vastgesteld op f 1085,- per maand. De vraag of er sprake is van een samenhangend medisch complex of van een medische fout is voor de beoordeling van de eigen bijdrage in het kader van het te dezen van toepassing zijnde overgangsrecht, in aanmerking genomen de bewoordingen daarvan, niet relevant.

LJN AE8566 - Vaststelling met ingang van 1 januari 1997 van de eigen bijdrage in de kosten van zorg door een verzorgingshuis op f 1728,34 per maand, uitgaande van het refertejaar 1996. Mag bij de vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen van betrokkene worden uitgegaan van 50% van het gezamenlijk inkomen van betrokkene en haar echtgenoot in 1995?

LJN AF9388 - Is terecht een persoonsgebonden budget verpleging en verzorging geweigerd omdat betrokkene in een ADL-woning woont? Het bestreden besluit berust niet op een deugdelijke motivering. Er dient een nieuw besluit op bezwaar te worden genomen.

LJN AI1658 - Kunnen zak- en kleedgeld in mindering worden gebracht op het bijdrageplichtig inkomen?

LJN AJ9994 - Kan de omvang van de aanspraak op vergoeding ter zake van huishoudelijke hulp in het kader van de Regeling Ziekenfondsraad subsidiëring voortzetting vergoedingen voor huishoudelijke hulp 1999, worden aangemerkt als een aanspraak op zorg of een daarmee overeenkomende uitkering ingevolge de AWBZ?

LJN AM0202 - De Regeling Ziekenfondsraad subsidiëring voortzetting vergoedingen voor huishoudelijke hulp 1999 is een beleidsregel. Ter uitvoering van deze regeling genomen besluiten berusten derhalve niet op de AWBZ, zodat artikel 58, eerste lid, van de AWBZ daarop niet van toepassing is. Het regionaal indicatieorgaan komt in beginsel beoordelingsvrijheid toe inzake de indicatiemaatstaven voor huishoudelijke hulp.

LJN AO3583 - Aanvraag van de echtgenoot voor een persoonsgebonden budget met de bedoeling om hiermee zijn echtgenote te betalen voor zijn verpleging en verzorging. Afwijzing van de aanvraag omdat de echtgenote alle zorg kan bieden en er geen sprake is van uitval van de echtgenote.

LJN AO3722 - Persoonsgebonden budget voor verzorging en verpleging. De moeder en de zuster van betrokkene zijn terecht als mantelzorgers beschouwd, waarmee bij de indicering rekening moet worden gehouden.

LJN AO4637 - Niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-verschoonbare niet-tijdige betaling van het griffierecht. Afwijzing van het verzoek om uitstel van betaling.

LJN AO9282 - Mogen de woonkosten van een ter beschikking gestelde verzekerde met dwangverpleging in mindering worden gebracht op het bijdrageplichtig inkomen op grond van de AWBZ?

LJN AO9539 - Afwijzing TOG-aanvraag op de grond dat voor wat betreft de TOG (oud) het kind weliswaar als meervoudig gehandicapt kan worden aangemerkt, maar dat hij niet voldoet aan de aanvullende voorwaarden die de TOG (oud) stelt bij deze categorie. Voor wat betreft de TOG 2000 heeft de SVB het standpunt ingenomen dat het kind niet aanzienlijk meer afhankelijk is van geregelde verzorging of oppassing dan een gezond kind van dezelfde leeftijd.

LJN AO9542 - Afwijzing van het verzoek om vergoeding van de kosten van particuliere thuiszorg omdat het op grond van de toepasselijke wettelijke voorschriften voor een aanspraak op thuiszorg vereiste indicatiebesluit ontbreekt en bovendien niet wordt voldaan aan het in artikel 8, eerste lid, van de AWBZ gestelde vereiste dat een instelling die zorg als bedoeld in artikel 6 van die wet verleent als zodanig moet zijn toegelaten.

LJN AP3702 - Hoogte van de eigen bijdrage AWBZ. Betrokkene is kostwinner met twee studerende kinderen. Er is geen (nader) onderzoek gedaan naar aanwezigheid en omvang van voor aftrek in aanmerking komende onderhoudsbijdragen.

LJN AP5534 - Vergoeding van medische kosten, gemaakt in een andere lidstaat dan het woonland. Voorwaarden voor vergoeding. Bevoegde lidstaat en bevoegd orgaan. Is betrokkene woonachtig in Nederland of in Frankrijk?

LJN AP9661 - De partner is opgenomen in een AWBZ-instelling. Aan beide partners is een AOW-pensioen voor een ongehuwde toegekend. Hernieuwde vaststelling van de eigen bijdrage AWBZ met terugwerkende kracht.

LJN AQ6820 - Is bij de vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen in de zin van het Bijdragebesluit zorg terecht geweigerd ten gunste van betrokkene rekening te houden met schenkingen van haar (in de vorm van lijfrentetermijnen) aan liefdadigheidsinstellingen?

LJN AR2668 - Terechte niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-verschoonbare niet-tijdige betaling van het griffierecht.

LJN AR6847 - Voor (vergoeding van de kosten van) de betreffende, als intramurale zorg te kwalificeren, opnames in Brugge is toestemming vereist. Het toestemmingsvereiste is niet in strijd is met artikel 59 van het EG-verdrag (thans, na wijziging, artikel 49 EG) en artikel 60 van het EG-verdrag (thans artikel 50 EG).

LJN AR7512 - Vastgestelde eigen bijdrage in het kader van de AWBZ in verband met het verblijf van betrokkene in een verpleeghuis.

LJN AS1904 - Is het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar terecht ongegrond verklaard?

LJN AS2297 - Hoogte van de vastgestelde verschuldigde eigen bijdrage AWBZ in verband met verblijf in een verpleeginrichting op basis van artikel 4 van het Bijdragebesluit zorg. Wordt hierbij ingevolge artikel 26 van het IVBPR een verboden onderscheid gemaakt naar burgerlijke status en geslacht?

LJN AS7118 - Zijn bij de indicatiestelling ten onrechte geen uren geïndiceerd voor het koken van de warme maaltijden?

LJN AS7311 - Weigering persoonsgebonden budget voor verpleging en verzorging omdat betrokkene in een instelling verblijft waarin duurzaam verblijf en verzorging wordt verschaft.

LJN AT1861 - Vastgestelde bijdrage ingevolge de AWBZ. Is terecht van het toepasselijke berekeningsjaar de toegekende belastingteruggave meegeteld als door betrokkenen genoten inkomsten?

LJN AT5077 - Aanvraag persoonsgebonden budget. In welke mate is de dochter van betrokkene aangewezen op zorg en verpleging? Is het toegekende bedrag van f 650,- per dag voldoende? Verhouding kosten PGB en naturazorg.

LJN AT5460 - Zijn door de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit tot toekenning van het persoonsgebonden budget voor verstandelijk gehandicapten terecht in stand gelaten?

LJN AT8531 - Afwijzing van de aanvraag voor een indicatie voor huishoudelijke verzorging.

LJN AT9227 - De overschrijding van de bezwaartermijn is niet verschoonbaar.

LJN AU6293 - Toekenning persoonsgebonden budget. Artikel 6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ biedt geen ruimte voor het hanteren van een uitgangspunt dat de aanspraak op ondersteunende begeleiding verengt tot gevallen waarin in onvoldoende mate zelfredzaamheid aanwezig is.

LJN AU9003 - Vaststelling van de eigen bijdrage ingevolge artikel 4, aanhef en onder 1, van het Bijdragebesluit zorg.

LJN AV0057 - Indicatie voor huishoudelijke verzorging, persoonlijke verzorging, “additionele zorg” en verpleging.

LJN AV0212 - Vaststelling van de verschuldigde eigen bijdrage AWBZ voor het verblijf in een verzorgingstehuis.

LJN AV1051 - Het beroep had niet-ontvankelijk verklaard moeten worden omdat het bestreden besluit niet ziet op de vaststelling van de eigen bijdrage over de periode in geding.

LJN AV1322 - Hoge eigen bijdrage AWBZ. De gevolgen van een aanvraag voor AOW-pensioen voor ongehuwden. Gelijkheidsbeginsel. Concrete gevallen? Hoorplicht.

LJN AV1331 - Is terecht de zogenoemde hoge eigen bijdrage ingevolge het bepaalde bij en krachtens de AWBZ opgelegd?

LJN AV1653 - Ingangsdatum van de vaststelling van de eigen bijdrage voor AWBZ-zorg.

LJN AV3133 - Het hoger beroep wordt wegens ontbrekend procesbelang niet-ontvankelijk verklaard.

LJN AV7629 - De eigen bijdrage voor de AWBZ-zorg die betrokkene van zijn WAO-uitkering moet betalen is hoger dan van zijn medebewoners van de AWBZ-instelling die een Wajong-uitkering ontvangen. Er is geen sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel.

LJN AX2469 - Juistheid van de heffing van de eigen bijdrage voor thuiszorg. Openbaarheid. Er is nog een cassatieberoep aanhangig ten aanzien van ambtshalve aanslagen. Inkomstenbelasting.

LJN AX3852 - Overschrijding van de bezwaartermijn.

LJN AX8859 - Termijnstelling voor bezwaar en beroep is van openbare orde. Er is geen verschoonbare reden voor de overschrijding van de bezwaartermijn.

LJN AX9256 - Is betrokkene voor het verblijf in het verpleeghuis terecht de zogeheten hoge eigen bijdrage verschuldigd?

LJN AY4884 - Eigen bijdrage voor verblijf in het verpleeghuis.

LJN AY5938 - Afwijzing van het verzoek om deelname aan de vrijwillige verzekering ingevolge de AWBZ omdat de aanvraag buiten de daarvoor geldende wettelijke termijn is ingediend. Niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens het ontbreken van procesbelang, nu het geschil de beoordeling betreft van deelname aan de (risico)verzekering over een afgesloten periode in het verleden.

LJN AY7904 - Niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar omdat de betreffende brief geen (appellabel) besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

LJN AY8221 - Eigen bijdrage AWBZ in verband met langdurig verblijf in een ziekenhuis na een bedrijfsongeval. Is dit in strijd met de Europese Code?

LJN AY9016 - Afwijzing persoonsgebonden budget voor nachtzorg, onder verwijzing naar het advies van het RIO. Er is niet voldaan aan de criteria voor intensieve thuiszorg. Is de juiste maatstaf aangelegd? Terminale levensfase, indicatie ziekenhuis/verpleeginrichting.

LJN AZ0016 - Hoogte van de vastgestelde eigen bijdrage op grond van de AWBZ.

LJN AZ0414 - Afwijzing van het verzoek om herziening omdat de betreffende feiten en omstandigheden bij (de bewindvoerder van) betrokkene ook vóór de uitspraak bekend waren. Het rechtsmiddel herziening is niet bedoeld om daarmee een hernieuwde behandeling van het hoger beroep te krijgen.

LJN AZ0566 - Met betrekking tot de motivering van het primaire besluit is het gestelde gebrek hersteld in het besluit op bezwaar.

LJN AZ1362 - Afwijzing aanvraag voor een huishoudelijke hulp. Betrokkene lijdt aan het chronisch vermoeidheidssyndroom. Het geheel van beschikbare medische gegevens biedt onvoldoende objectiveerbare aanknopingspunten voor het oordeel dat betrokkene gelet op de voor hem geldende medische beperkingen is aangewezen op huishoudelijke hulp.

LJN AZ7262 - Weigering om betrokkene tot de vrijwillige AWBZ-verzekering toe te laten. Er is geen sprake van inbreuk op het eigendomsrecht. Is er sprake van belemmering van vrij verkeer van EG-burgers? Territorialiteitseis. Jurisprudentie van het HvJEG.

LJN AZ7377 - Is het verzoek om toegelaten te worden tot de vrijwillige verzekering ingevolge de AWBZ terecht afgewezen onder de overweging dat betrokkene op de datum in geding niet verplicht verzekerd was krachtens de AWBZ?

LJN AZ8508 - Is het aantal geïndiceerde uren huishoudelijke hulp toereikend? Extra uren voor administratie en boodschappen. Gebruik van de maaltijddienst.

LJN AZ9293 - Vaststelling van een eigen bijdrage op grond van de AWBZ. Nu de gronden die betrokkene heeft aangevoerd alleen betrekking hebben op de beweerde omstandigheid dat hij ten onrechte is opgenomen, kunnen deze niet slagen.

LJN BA0834 - Beëindiging van de inschrijving in het ziekenfonds met ingang van de datum in geding, op de grond dat betrokkene niet langer werknemer in de zin van de Zfw is.

LJN BA1357 - Betrokkene heeft geen aanspraak op zorg in de vorm huishoudelijke verzorging omdat deze vorm van zorg in de situatie van betrokkene is aan te merken als gebruikelijke zorg, nu haar partner in staat wordt geacht de huishoudelijke taken te verrichten. Wijziging van de regelgeving. Door niet op de zitting te verschijnen en het niet overleggen van stukken beschikt de voorzieningenrechter niet over gegevens omtrent de actuele situatie van betrokkene.

LJN BA6428 - Aanvraag voor een (her)indicatie voor zorg in de vorm van verzorging, verpleging en huishoudelijke verzorging. Protocol "Gebruikelijke zorg door huisgenoten". Onvolledig onderzoek naar de mogelijkheden van het overnemen van huishoudelijke taken door de inwonende zoon.

LJN BA6712 - Verzoek om herindicatie met betrekking tot het persoonsgebonden budget, omdat betrokkenes zorgbehoefte is toegenomen.

LJN BA6895 - Is er sprake van overbelasting van betrokkenes inwonende meerderjarige zoon indien hij de huishoudelijke verzorging op zich zou nemen? De door de voorzieningenrechter van de rechtbank getroffen voorlopige voorziening wordt opgeheven met ingang van de datum in geding.

LJN BA7156 - Vaststelling van de eigen bijdrage AWBZ voor het verblijf in een verzorgingshuis.

LJN BA7173 - Niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens het vervallen van procesbelang, nu partijen elkaar over en weer finale kwijting verlenen met betrekking tot de geschillen in de onderhavige gedingen.

LJN BA7207 - Terechte niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in eerste aanleg wegens niet-verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn.

LJN BA8635 - Is betrokkene voor de periode in geding terecht geïndiceerd voor zes uur huishoudelijke verzorging?

LJN BA8919 - Is het verzoek om restitutie van de eigen bijdrage AWBZ terecht afgewezen op de grond dat het bij de ziekte van Alzheimer niet gaat om een psychiatrische aandoening, maar om het verval van hersenen?

LJN BB0413 - Weigering de aangevraagde zorg te indiceren op de grond dat diagnostiek en behandeling van dyslexie niet in het kader van de AWBZ worden vergoed. Het feit dat een ander indicatieorgaan in een individueel geval het Besluit zorgaanspraken AWBZ onjuist heeft toegepast, kan er niet toe leiden dat appellante op grond van het gelijkheidsbeginsel gehouden is tot een onjuiste toepassing van dat besluit ten gunste van betrokkene.

LJN BB0675 - Weigering toekenning TOG-tegemoetkoming met verdergaande terugwerkende kracht dan één jaar omdat de tegemoetkoming, behoudens een bijzonder geval waarin sprake is van niet te accepteren hardheid, niet eerder kan ingaan dan één jaar voorafgaand aan de eerste dag van het kwartaal waarin de aanvraag is ingediend. Van een bijzonder geval op grond waarvan de tegemoetkoming eerder kan ingaan, is niet gebleken.

LJN BB9311 - Weigering indicatie voor de functie verblijf langdurend in een verzorgingshuis. Appellante heeft betrokkene wel geïndiceerd voor de functies persoonlijke verzorging, verpleging en huishoudelijke verzorging voor de perioden in geding. Betrokkene acht het echter niet mogelijk dat in de thuissituatie aan hem adequaat zorg wordt verleend. Niet is gebleken dat voor de beoordeling van de aanvraag andere expertise in het team van deskundigen vertegenwoordigd had moeten zijn.

LJN BC1097 - Toekenning indicatie voor zorg in de vorm van huishoudelijke verzorging, klasse 3. Weigering huishoudelijke verzorging voor het schoonmaken van het zwembad en de therapieruimte bij appellant thuis omdat een eigen zwembad en een eigen therapieruimte geen onderdeel uitmaken van een standaardwoning en voorts dat er geen medische noodzaak is voor het gebruik van het zwembad en de therapieruimte in de thuissituatie, zodat er geen bijzondere omstandigheden zijn die toekenning van extra uren voor huishoudelijke verzorging (namelijk voor het schoonmaken van het zwembad en de therapieruimte) rechtvaardigen.

LJN BC5658 - Weigering betrokkene aan te merken als gemoedsbezwaarde tegen de Zvw aangezien hij diverse verzekeringen heeft afgesloten. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur waarop appellant zich heeft beroepen, kunnen niet leiden tot een andere interpretatie van het begrip gemoedsbezwaren. De verdragsbepalingen van het EVRM en IVBPR strekken niet zo ver dat het een ieder in het algemeen zou vrijstaan aan een wettelijk voorschrift verbindende kracht te zijnen aanzien te ontzeggen op grond van een daartegen bij hem bestaand bezwaar ontleend aan zijn levensovertuiging.

LJN BC5838 - Vaststelling eigen bijdrage AWBZ voor opname in een zorginstelling. Voor de vaststelling van de eigen bijdrage is terecht uitgegaan van de door de Belastingdienst versterkte informatie over het verzamelinkomen en de verschuldigde belastingen in het peiljaar 2002. Appellant heeft zijn stelling dat Menzis niet van de juiste gegevens is uitgegaan niet concreet onderbouwd en heeft dat ook anderszins op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt.

LJN BC8251 - Weigering indicatie voor huishoudelijke verzorging omdat de beperkingen die appellante ondervindt in de huidige situatie voldoende kunnen worden opgelost. Het bestreden besluit berust op een onzorgvuldige voorbereiding en een ondeugdelijke motivering.

LJN BC8282 - Vaststelling aantal geïndiceerde uren voor huishoudelijke verzorging. Niet gebleken is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan een noodzaak bestaat tot extra toekenning van uren voor huishoudelijke verzorging.

LJN BD3808 - Weigering indicatie voor huishoudelijke verzorging. Daarbij heeft het CIZ zich onder meer op het standpunt gesteld dat huishoudelijke verzorging onder de van een partner te vergen gebruikelijke zorg valt, dat deze een nagenoeg verplichtend karakter heeft en dat, behoudens in een situatie van (dreigende) fysieke of psychische overbelasting van degene op wiens zorg een beroep wordt gedaan, geen aanspraak bestaat op AWBZ-zorg indien de partner gebruikelijke zorg moet geven. Het CIZ stelt zich op het standpunt dat gebleken is dat de echtgenoot, ondanks zijn klachten, in staat moet worden geacht huishoudelijke werkzaamheden te verrichten en dat een geobjectiveerde overbelasting niet is vastgesteld.

LJN BF1169 - Intrekking besluit tot verlening van PGB. Terugvordering van het bij voorschot verleende PGB omdat appellante haar verplichting tot verantwoording van de besteding van haar PGB niet (volledig) is nagekomen. Appellante heeft niet gesteld, noch is gebleken dat zij ten gevolge van de eerst naderhand verkregen duidelijkheid over de reikwijdte van de verantwoordingsplicht in de onmogelijkheid verkeerde om zich over de besteding van het PGB, voor zover nodig, te verantwoorden.

LJN BG8947 - Weigering terugwerkende kracht te verlenen aan de vervolgindicatie omdat de startdatum van zorg in beginsel niet kan liggen vóór de datum van het indicatiebesluit. In het onderhavige geval is echter sprake van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven om van het uitgangspunt dat een indicatiebesluit in beginsel geen terugwerkende kracht heeft af te wijken.

LJN BH7712 - Vaststelling hoge eigen bijdrage. De heffing van de eigen bijdrage is dwingendrechtelijk voorgeschreven. Dit lijdt alleen uitzondering indien de verleende zorg zich niet kan kwalificeren als zorg waarop de verzekerde overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de AWBZ recht heeft. De stelling dat de in het verpleeghuis geboden zorg van onvoldoende kwaliteit is en appellantes zoon een deel van de zorg voor zijn rekening neemt, is onvoldoende onderbouwd.

LJN BH9439 - Het zorgkantoor is geen belanghebbende bij een indicatiebesluit. Besluitvorming over de indicatiestelling is voorbehouden aan het CIZ en de besluitvorming over de realisering - in natura dan wel in de vorm van een PGB - aan het uitvoeringsorgaan, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de AWBZ, onderscheidenlijk aan het zorgkantoor. Door deze scheiding van taken en bevoegdheden oordeelt de Raad dat de aan het zorgkantoor toevertrouwde belangen ter zake van de verlening van PGB’s als zodanig niet rechtstreeks betrokken zijn bij het besluit tot indicatiestelling van de zorg van een verzekerde. Het innemen van een ander standpunt over de aan het zorgkantoor opgedragen taak zou betekenen dat de bevoegdheidsverdeling tussen het indicatieorgaan en het zorgkantoor wordt doorkruist.

LJN BI6875 - Weigering indicatie voor de functie verblijf langdurig. De functie verblijf kan slechts worden geïndiceerd indien persoonlijke verzorging, verpleging, ondersteunende en activerende begeleiding en behandeling noodzakelijkerwijs gepaard gaat met een therapeutisch leefklimaat, een beschermde woonomgeving dan wel permanent toezicht.

LJN BI7424 - Weigering indicatie voor onder meer activerende begeleiding aan de vier betrokkenen met een genderidentiteitsstoornis. De Raad houdt het ervoor dat de aangevraagde zorg feitelijk niet vanwege het ziekenhuis of door medisch specialisten wordt geleverd en ook niet tot de taak van het ziekenhuis in het kader van de op geslachtsaanpassing gerichte behandeling van een genderidentiteitsstoornis wordt gerekend. De weigeringsgrond dat de aangevraagde zorg op grond van een andere wettelijke regeling kan worden bekostigd, houdt geen stand.

LJN BI9105 - Weigering (verlenging) van de indicatie voor huishoudelijke verzorging omdat het inzetten van thuiszorg bij appellante een anti-revaliderend effect kan hebben en de aandoening die de oorzaak vormt voor de huishoudelijke beperkingen nog behandelmogelijkheden biedt. Het bestreden besluit berust op onvolledig onderzoek aangezien de CIZ-arts onvoldoende gewicht heeft toegekend aan het advies van de neuroloog bezien in samenhang met de overige medische gegevens.

LJN BJ4978 - Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening. De gestelde lange duur van de behandeling van het hoger beroep en de gestelde invloed daarvan op de gezondheidssituatie van verzoeker leveren geen zodanig spoedeisend belang op dat de uitspraak in de hoofdzaak niet zou kunnen worden afgewacht.

LJN BK2823 - Weigering indicatie voor huishoudelijke verzorging voor vier uur per week. Er is geen duidelijke grondslag aanwezig die toegang biedt tot AWBZ-zorg. De Raad concludeert voorts in navolging van de aangevallen uitspraak dat het geheel van beschikbare medische gegevens onvoldoende objectiveerbare aanknopingspunten biedt voor het oordeel dat appellante gelet op de voor haar geldende medische beperkingen is aangewezen op huishoudelijke hulp. Het bestreden besluit berust op een juiste beoordeling.

LJN BK4423 - Toewijzing verzoek om voorlopige voorziening. Indicatiestelling zorgzwaartepakket. Gezien de overbelaste gezinssituatie is er sprake van spoedeisend belang. Door de bij de indicatiestelling van verzoekster gevolgde werkwijze kan thans niet worden vastgesteld of de objectieve zorgbehoefte van verzoekster per zorgvorm (functie) groter is dan het totaal van de in ZZP VG05 geïmpliceerde zorgfuncties tezamen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen in die zin dat het CIZ verzoekster met ingang van de datum in geding moet behandelen als ware zij geïndiceerd overeenkomstig de in ZZP VG05 geïmpliceerde zorgvormen (functies). Tevens wordt de voorlopige voorziening getroffen dat het CIZ verzoekster binnen zes weken dient te indiceren per zorgvorm (functie) in plaats van per ZZP.

LJN BK6847 - Vaststelling maximale eigen bijdrage voor de thuiszorg van appellant en zijn partner over het jaar 2005. De Raad kwalificeert de betreffende factuur als invorderingsbesluit. De uitoefening van de bevoegdheid tot invordering mag geen automatisme zijn en moet worden uitgeoefend met inachtneming van het geschreven en ongeschreven recht, daaronder begrepen de in artikel 3:4 van de Awb neergelegde verplichting tot evenredige belangenafweging. De Raad is niet gebleken dat Delta Lloyd bij de beslissing om €1224,50 in te vorderen de rechtstreeks betrokken belangen van appellant op enigerlei wijze in een belangenafweging heeft betrokken, nu van enige belangenafweging niet is gebleken.

LJN BK8147 - Weigering indicatie voor huishoudelijke verzorging, persoonlijke verzorging, activerende begeleiding en behandeling. Er is geen zorg nodig die uitstijgt boven de algemeen gebruikelijke zorg voor een kind van ruim negen maanden. Een kind van deze leeftijd is in alle opzichten, en dus ook voor de voedselbereiding en -toediening en voor de verschoning, gedurende de gehele dag volledig aangewezen op de verzorging van de ouder(s).

LJN BL3215 - Weigering indicatie voor huishoudelijke verzorging omdat onvoldoende gezondheidsproblemen en hieruit voortvloeiende beperkingen zijn vastgesteld. Wanneer de aandoening die de oorzaak vormt voor de huishoudelijke beperkingen naar de mening van de (CIZ-)arts nog behandelmogelijkheden biedt, kan in de regel niet alleen huishoudelijke verzorging worden geïndiceerd. Wel kan huishoudelijke verzorging naast een te volgen behandeling of revalidatie worden geïndiceerd. Hierover is afstemming met de behandelaar nodig. Zo’n indicatie heeft dan in principe een korte geldigheidsduur, afgeleid van de duur van het behandel- of revalidatietraject. Op basis van de medische informatie kan niet worden aangenomen dat er ten tijde in geding geen behandelmogelijkheden meer waren voor de door appellant ondervonden klachten aan zijn linkerhand.

LJN BL7269 - Verlenging indicatie voor verblijf en ondersteunende begeleiding. Appellant is aangewezen op permanent toezicht en een beschermde woonomgeving, zodat het CIZ, gelet op het bepaalde in artikel 9, eerste lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ, ten onrechte niet de functie verblijf langdurig heeft geïndiceerd. Voor zover het CIZ heeft bedoeld dat pas verblijf langdurig is aangewezen indien de zorg noodzakelijkerwijs gepaard gaat met een beschermde woonomgeving én een therapeutisch leefklimaat én permanent toezicht, overweegt de Raad volledigheidshalve dat uit het bepaalde in artikel 9, eerste lid, van dat besluit volgt dat reeds aanleiding bestaat om verblijf langdurig te indiceren indien aan één van de daar genoemde criteria is voldaan.

LJN BL8947 - Mantelzorgcompliment. Het is de taak van de SVB om - mede op basis van gegevens van het CIZ - besluiten te nemen met betrekking tot de toekenning van een mantelzorgcompliment aan een mantelzorger die daarom vraagt en het is de taak van het CIZ om op verzoek van een verzekerde AWBZ-zorg te indiceren, in welk kader het van belang is vast te stellen in hoeverre er feitelijk sprake van is dat in geïndiceerde AWBZ-zorg feitelijk wordt voorzien door mantelzorg. Daarnaast heeft de wetgever het CIZ opgedragen om de voor de beslissing over een mantelzorgcompliment relevante gegevens, die in het kader van het indicatieproces zijn verkregen, te verstrekken aan de SVB. De brief van het CIZ inzake het mantelzorgcompliment is geen (appellabel) besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Appellante heeft niet verzocht om een indicatie van zorg in het kader van de AWBZ. De besluiten van de SVB worden in dit geding niet betrokken.

LJN BL9860 - Weigering verlenging indicatie voor huishoudelijke verzorging. Van een gezonde volwassen huisgenoot wordt verwacht dat hij de huishoudelijke taken van de verzekerde overneemt, tenzij er redenen zijn die daaraan in de weg staan, zoals dreigende overbelasting van die huisgenoot. Niet gebleken is van dreigende overbelasing van de huisgenoot. Het niet aanbieden van een afbouwperiode na de datum in geding is niet disproportioneel dan wel strijdig met de rechtszekerheid.

LJN BM2585 - Mantelzorgcompliment. Betrokkene heeft op eigen naam bezwaar gemaakt tegen het besluit tot indicatie van zorg voor zijn echtgenote en heeft het CIZ daarbij verzocht om in het indicatiebesluit geregistreerd te worden als mantelzorger. Het vastleggen van de aanwezigheid van mantelzorg door het CIZ behoort plaats te vinden in het kader van de indicatiestelling van zorg van een (AWBZ-)verzekerde. Het belang van de mantelzorger is niet rechtstreeks betrokken bij een dergelijk indicatiebesluit. Zijn belang - een erkenning in financiële vorm van zijn mantelzorgactiviteiten - is eerst aan de orde bij het besluit van de SVB over het al dan niet toekennen van een mantelzorgcompliment. Het feit dat daarvoor gegevens ontleend worden aan het indicatiebesluit maakt niet dat de mantelzorger daarmee een actueel rechtstreeks belang heeft bij het indicatiebesluit. Betrokkene kan dan ook niet worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.

LJN BM3507 - Weigering indicatie langdurig verblijf. Blijkens de gedingstukken is betrokkene als gevolg van zijn beperkingen, naast een beschermende woonomgeving, tevens aangewezen op permanent toezicht, verzorging en begeleiding. Het CIZ heeft onvoldoende gemotiveerd waarom bij betrokkene, gelet op zijn zorgbehoefte, ter zake van ondersteunende begeleiding kan worden volstaan met een indicatie voor 4 tot 6,9 uur per week. Het CIZ heeft niet onderbouwd op welke momenten en bij welke activiteiten sprake is van bovengebruikelijke zorg bij betrokkene, terwijl het CIZ evenmin inzichtelijk heeft gemaakt hoeveel tijd hiermee dagelijks is gemoeid. Daar komt bij dat betrokkene gedurende de geïndiceerde periode de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt. Niet gebleken is dat het CIZ bij haar indicatiestelling voor ondersteunende begeleiding met dit feit rekening heeft gehouden. Dit klemt te meer, nu een kind vanaf de leeftijd van 16 jaar blijkens het beleid dag en nacht alleen gelaten kan worden, terwijl dit bij betrokkene - ook - vanaf zijn 16de jaar niet kan.

LJN BM4594 - Weigering toestemming voor opname in de Oberberg Klinik in Duitsland in verband met langdurige psychische problemen en verslavingsproblematiek, omdat deze kliniek geen toegelaten instelling is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder d, van de AWBZ. De Oberberg Klinik verleent geen zorg in het kader van het socialezekerheidsstelsel van Duitsland. De zorgverzekeraar was niet bevoegd om toestemming als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de AWBZ te verlenen voor opname van appellant in de Oberberg Klinik nu deze kliniek zich niet kwalificeert als zorgaanbieder. De aangevraagde zorg betreft immers zorg die slechts door een instelling kan worden verleend. Voorts kwalificeert de aangevraagde zorg zich als zorg in de zin van de AWBZ nu blijkens artikel 6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ uitsluitend verblijf in een instelling tot het pakket van verzekerde aanspraken behoort en niet ook verblijf buiten een instelling. Dit betekent dat geen aanspraak bestond op vergoeding van de kosten van opname in de Oberberg Klinik. Er is geen sprake van een belemmering van het vrije verkeer van diensten, noch is sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel.

LJN BM8935 - Vaststelling PGB op een lager bedrag en terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen. De subsidievaststelling over 2003 en 2004 berust op een juiste berekening. De rechtstreeks betrokken belangen van appellant zijn op de juiste wijze in de belangenafweging betrokken. Er is geen grond voor het oordeel dat het zorgkantoor na afweging van de daarbij rechtstreeks betrokken belangen niet in redelijkheid tot de subsidievaststelling en terugvordering heeft kunnen komen. Daarbij merkt de Raad op dat appellant, nu de zorgindicatie op 31 oktober 2003 reeds vaststond, de mogelijkheid had voor zorg in natura te kiezen dan wel zelf, in afwachting van het besluit van het zorgkantoor, de zorg had kunnen voorfinancieren. Veroordeling van het zorgkantoor tot betaling van schadevergoeding van €1000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6, eerrste lid, van het EVRM.

LJN BN5119 - Het CIZ heeft ten onrechte aan het indicatiebesluit geen terugwerkende kracht verleend. De Raad ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien door te bepalen dat de indicatie terugwerkt tot de datum in geding, waarmee is gegeven dat de aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd voor zover daarbij aan het CIZ is opgedragen een nieuwe beslissing te nemen op het bezwaar van betrokkene.

LJN BO0382 - Vaststelling aantal uren van verleende zorg. Vertegenwoordigers van het CAK hebben appellante en haar echtgenoot thuis bezocht en uitleg gegeven over de facturen. De zorgaanbieder Zorggroep Thuis heeft aan appellante een gespecificeerd overzicht van verleende zorg verstrekt. Niet kan worden gezegd dat de facturen niet begrijpelijk zijn gemotiveerd.

LJN BO3580 - Weigering zorgverzekeraar om de voor appellante vastgestelde zorg tot gelding te brengen omdat appellante niet behoort tot de kring der verzekerden van de AWBZ aangezien op haar het in artikel 5, tweede lid, van de AWBZ neergelegde koppelingsbeginsel van toepassing is. Appellantes aanvraag voor een verblijfsvergunning is afgewezen. Zij heeft geen vaste woon- of verblijfplaats. Er is geen sprake van strijd met artikelen van het IVESCR, het ESH, het IVRK en het EVRM.

LJN BO4296 - Terugvordering PGB-voorschotten. Zo appellante zelf al niet in staat zou zijn geweest tot het doen van een deugdelijke verantwoording in het kader van de haar verleende PGB's, zij in elk geval wel in staat moet worden geacht zich daarvoor te laten bijstaan door al dan niet professionele derden. Uit het psychologisch rapport blijkt weliswaar dat appellante beperkt is bij met name de planning van zaken en dat zij daarbij het overzicht verliest, maar hieruit kan de Raad niet afleiden dat zij niet in staat zou zijn om voor de administratie en de verantwoording aan het zorgkantoor hulp van derden te vragen.

LJN BO8869 - Terugwerkende kracht indicatiebesluit. Er is sprake van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven om van het uitgangspunt dat een indicatiebesluit in beginsel geen terugwerkende kracht heeft af te wijken. Betrokkene kan onder de gegeven omstandigheden geen verwijt worden gemaakt voor het niet tijdig indienen van de aanvraag om een vervolgindicatie. Het CIZ heeft geen gronden aangevoerd om welke reden de gevraagde indicatie niet met terugwerkende kracht zou kunnen worden gerealiseerd. De Raad wijst erop dat in het advies van het CVZ, waarnaar het CIZ heeft verwezen, ten onrechte een limitatieve opsomming wordt gegeven van omstandigheden die zo bijzonder zijn dat ze afwijking van het uitgangspunt rechtvaardigen. Hiermee wordt miskend dat er ook andere omstandigheden kunnen zijn waarin een indicatie met terugwerkende kracht kan - en moet - worden verleend.

LJN BP7736 - Vaststelling eigen bijdragen voor aan appellante geleverde thuiszorg. De Raad is van oordeel dat in het bepaalde bij en krachtens de AWBZ geen wettelijke grondslag wordt gevonden voor het niet opleggen, matigen of kwijtschelden van inkomensafhankelijke eigen bijdragen als de onderhavige.

LJN BP8153 - Terugvordering van te veel betaalde PGB-voorschotten en van PGB-subsidie waarover geen verantwoording is afgelegd, in totaal €8777,01. Naar aanleiding van een eerdere uitspraak van de rechtbank acht het zorgkantoor het redelijk om de terugvordering te beperken tot een bedrag van €2977,50. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten gevonden voor de juistheid van de opvatting van appellante dat het zorgkantoor bij zijn belangenafweging niet alle door de rechtbank vermelde feiten en omstandigheden heeft betrokken. Het zorgkantoor heeft bij afweging van de daarbij betrokken belangen in redelijkheid kunnen komen tot zijn besluit om het terug te vorderen bedrag te matigen als voornoemd.

LJN BP9604 - Weigering indicatie voor ondersteunende en activerende begeleiding omdat er voor appellant nog mogelijkheden zijn voor behandeling in het kader van de Zvw. Nu evenmin de situatie aan de orde is dat ondersteunende of activerende begeleiding is aangewezen in het kader van en ter aanvulling op een behandeling door een psychiater of psycholoog, bestaat geen aanspraak op ondersteunende of activerende begeleiding in het kader van de AWBZ. De rechtbank is bevoegd om een oordeel te geven over de medische onderbouwing van de conclusie van de betrokken medisch adviseurs.

LJN BQ1097 - Vaststelling eigen bijdrage. De Raad ziet geen aanknopingspunten om te oordelen dat, zoals appellante stelt, de wijze waarop op grond van artikel 6, tweede lid, onderdeel b, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ de extra vrijlating moet worden berekend in conflict komt met het doel en het beoogde effect van het Bijdragebesluit zorg.

LJN BQ7231 - Indicatie voor huishoudelijke verzorging in een omvang van 7 uur en 25 minuten per week over de periode in geding. Op verzoek van de Raad heeft het CIZ een nader onderzoek laten verrichten naar de feitelijke mogelijkheden van de zoon van appellante om ten tijde in geding een bijdrage te (kunnen) leveren aan de gebruikelijke zorg. De medisch adviseur komt in zijn rapport tot de conclusie dat de zoon in de periode in geding psychisch overbelast was en daarom niet in staat was om in het kader van de gebruikelijke zorg huishoudelijke werkzaamheden te verrichten.

LJN BQ9006 - Weigering tot gelding brengen geïndiceerde zorg omdat appellant niet verzekerd is voor de AWBZ. Appellant geniet niet rechtmatig verblijf in Nederland als bedoeld in artikel 8, onderdeel a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000. Appellant verkeerde ten tijde hier in geding weliswaar in een moeilijke situatie, maar niet kan worden gezegd dat zijn fysieke toestand substantieel wordt bedreigd wanneer hij verstoken blijft van de verstrekking van de gevraagde zorg. Appellant heeft geen medische verklaringen overgelegd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat ten tijde van belang sprake is geweest van een substantiële bedreiging van zijn fysieke toestand in vorenbedoelde zin. Daar komt bij dat appellant ten tijde van belang niet legaal in Nederland verbleef, terwijl niet is gebleken dat het voor appellant niet mogelijk was terug te keren naar het land van herkomst. Naar het oordeel van de Raad kan in die omstandigheden in redelijkheid niet worden volgehouden dat de weigering van de gevraagde zorg geen blijk geeft van een "fair balance" tussen de publieke belangen betrokken bij de weigering van de geïndiceerde zorg en de particuliere belangen van appellant.

LJN BR3555 - Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening. Verzoekster woont sinds de datum in geding niet meer in Nederland en zij is niet voornemens naar Nederland terug te keren. Nu verzoekster om die reden niet kan worden aangemerkt als verzekerde, heeft zij geen recht op bij of krachtens de AWBZ verzekerde prestaties en mitsdien ook niet op een in artikel 2.6.4 van de Regeling subsidies AWBZ bedoeld PGB. Het zorgkantoor heeft het PGB dan ook op goede gronden beëindigd.

LJN BR5305 - Het CIZ heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding. Appellante, psychiatrisch patiënt, gebruikte Risperdal, maar heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij gedurende de gehele termijn van zes weken daardoor geen bezwaarschrift heeft kunnen indienen of de hulp van derden heeft kunnen inroepen.

LJN BR5313 - Het zorgkantoor heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding. Het door appellant aangevoerde feit dat hij door familieomstandigheden geen volledig overzicht heeft gehad over zijn administratie leidt niet tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is te achten. Het is niet gebleken dat het voor hem volstrekt onmogelijk is geweest om tijdig een bezwaarschrift in te dienen.

LJN BR5381 - Weigering tot gelding brengen geïndiceerde zorg omdat appellant niet behoort tot de kring der verzekerden van de AWBZ; de uitkering van appellant van het COA brengt daarin geen verandering. De Raad is echter van oordeel dat appellant behoort tot de categorie van kwetsbare personen die gezien artikel 8 van het EVRM in het bijzonder recht hebben op bescherming van hun privéleven. De Raad komt tot de conclusie dat het onthouden van de geïndiceerde ondersteunende begeleiding aan appellant tot effect zal hebben dat zijn persoonlijke ontwikkeling wordt bedreigd. Op de zorgverzekeraar rust een positieve verplichting om te voorzien in de voor appellant noodzakelijk geachte zorg. Artikel 5, tweede lid, van de AWBZ dient in dit geval wegens strijd met artikel 8 van het EVRM buiten toepassing te worden gelaten. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

LJN BR7009 - Onterechte onbevoegdverklaring rechtbank. Appellante heeft de verzending per fax van haar aanvraag voor AWBZ-zorg aannemelijk gemaakt met een faxjournaal. Het CIZ heeft geen ontvangstjournaal bijgehouden. Nu het CIZ heeft volstaan met een blote ontkenning, moet het ervoor worden gehouden dat het CIZ de aanvraag van appellante per fax heeft ontvangen. Het CIZ heeft geen besluit op aanvraag genomen binnen de termijn, bedoeld in artikel 4:13 van de Awb. Het CIZ wordt opgedragen om binnen twee weken alsnog een besluit te nemen, onder dwangsomstelling van €100,- voor elke dag waarmee het CIZ voornoemde termijn overschrijdt.

LJN BT1738 - Toewijzing verzoek om voorlopige voorziening. Verzoeker verblijft niet rechtmatig in Nederland en is tot ongewenst vreemdeling verklaard. De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat het onthouden van de effectuering van het geïndiceerde zorgzwaartepakket voor verzoeker levensbedreigend is. In redelijkheid kan niet worden volgehouden dat in de gegeven omstandigheden de weigering van de geïndiceerde zorg blijk geeft van een "fair balance" tussen de publieke belangen die betrokken zijn bij de weigering van die zorg en de particuliere belangen van verzoeker om die zorg te ontvangen, hetgeen in het onderhavige geval meebrengt dat op het zorgkantoor een positieve verplichting rust om te voorzien in de voor verzoeker noodzakelijk geachte zorg.

LJN BT8307 - Tussenuitspraak. Weigering indicatie voor activerende begeleiding algemeen. Appellant lijdt aan autismespectrumstoornis met narcistische en vermijdende kenmerken. Het door het CIZ verrichte onderzoek was onzorgvuldig en heeft geleid tot een onvoldoende gemotiveerd besluit. De Raad draagt het CVZ op het gebrek in het besluit te herstellen.

LJN BU2067 - Vaststelling eigen bijdrage op €1290,28 per maand. Noch de tekst van artikel 6, tweede lid, van de AWBZ, noch de toelichting en geschiedenis van totstandkoming ervan, biedt grondslag voor het standpunt van appellant dat de hoogte van de eigen bijdrage, zoals deze in het Bijdragebesluit zorg is geregeld, in een bepaalde verhouding zou moeten staan tot de kosten van de individuele aanspraak op zorg van de verzekerde.

LJN BU4832 - Indicatie voor de functies persoonlijke verzorging, verpleging, ondersteunende begeleiding en activerende begeleiding. Het bestreden besluit berust op zorgvuldig onderzoek. De beschikbare - voor een belangrijk deel door appellant zelf overgelegde - medische verklaringen van de behandelende sector geven geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de indicaties. De gestelde overbelasting van het sociale netwerk kan niet leiden tot indicatie van meer zorg, omdat het CIZ alle benodigde zorg heeft geïndiceerd en er daarbij niet vanuit is gegaan dat mantelzorgers een deel van de benodigde zorg bieden. Een indicatiebesluit heeft in beginsel geen terugwerkende kracht.

LJN BV9585 - Indicatie voor de functies persoonlijke verzorging, begeleiding individueel en begeleiding groep. Verschillende klasse-indelingen voor verschillende periodes. Het CIZ heeft met inachtneming van het geldende toetsingskader zorgvuldig onderzoek verricht en daarbij de zorgbehoefte van appellante over de in geding zijnde periodes niet onjuist vastgesteld. Over één periode heeft het CIZ aangegeven de oorspronkelijk indicatie niet te handhaven, zodat het betreffende besluit wordt vernietigd. De Raad voorziet zelf door de indicatie voor persoonlijke verzorging vast te stellen op klasse 6.

LJN BW0059 - Weigering compensatie eigen risico voor het jaar 2009. Nu aan betrokkene in het jaar 2007 niet meer dan 180 standaarddagdoseringen van een werkzame stof zijn afgeleverd, voldoet betrokkene niet aan de ingevolge de Zvw geldende voorwaarden om de compensatie eigen risico te ontvangen.

LJN BW6236 - Indicatie voor de functie ondersteunende begeleiding, begeleiding groep en begeleiding individueel. Gelet op de inhoud van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het CIZ zorgvuldig onderzoek heeft verricht en dat daarbij de zorgbehoefte van appellant over de in geding zijnde periode met inachtneming van het geldende toetsingskader niet onjuist is vastgesteld.

LJN BW7707 - Weigering geïndiceerde zorg te realiseren omdat appellant door het ontbreken van een geldige verblijfstitel niet verzekerd is op grond van de AWBZ. Er is geen sprake van schending van artikel 8 van het EVRM. De Raad concludeert dat in redelijkheid niet kan worden volgehouden dat de weigering van het zorgkantoor om appellant op grond van de AWBZ een aanspraak op zorg toe te kennen geen blijk geeft van een "fair balance" tussen de publieke belangen die betrokken zijn bij de weigering van die toegang en de particuliere belangen van appellant om wel tot zorg op grond van de AWBZ te worden toegelaten.

LJN BX0565 - Tussenuitspraak. Onterechte niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellant al langere tijd aan de stoornis van Asperger lijdt en dat van hem in beginsel verwacht mag worden dat hij maatregelen treft om tijdig voor zijn belangen op te komen. Anders dan de rechtbank acht de Raad het te laat indienen van het bezwaarschrift door appellant echter - mede gelet op het verhandelde ter zitting - geen verzuim dat in dit geval voor zijn rekening en risico dient te blijven. Appellant zelf is door zijn stoornis niet goed in staat prioriteiten te stellen, problemen te onderkennen en hulp te vragen. De sociale omgeving van appellant, zijn coach en zijn partner, wordt in beginsel geacht deze beperkingen in het functioneren op te vangen. Doch daartoe zijn betrokkenen redelijkerwijs niet in staat geweest. Het zorgkantoor wordt opgedragen een inhoudelijk besluit op bezwaar te nemen.

LJN BX1183 - Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar omdat het bezwaarschrift in het Engels is geschreven. In artikel 8 van het Zorgindicatiebesluit is geregeld dat het onderzoek wordt verricht door personen dan wel organisaties die over voldoende deskundigheid beschikken om de aanvraag voor een indicatiebesluit te kunnen beoordelen. Uit de toelichting bij dit artikel blijkt dat van beoordelaars van indicatieaanvragen een zekere deskundigheid wordt verwacht. Dit gegeven kan niet leiden tot het oordeel dat van (administratief) medewerkers bezwaar niet verlangd kan worden dat zij een in eenvoudig Engels opgesteld beroepschrift kunnen lezen.

LJN BX4926 - Toekenning, vaststelling en gedeeltelijke terugvordering PGB’s over 2005 en 2006. Paragraaf 2.6 van de Regeling subsidies AWBZ noch afdeling 4.2.7 van de Awb of een andere wettelijke regeling biedt mogelijkheden voor verrekening van bedragen aan terug te vorderen PGB met niet-gerealiseerde AWBZ-aanspraken.

LJN BX8449 - Toewijzing verzoek om voorlopige voorziening. Verzoeker vordert het CIZ op te dragen een voorlopige indicatie te verstrekken, dan wel een voorziening te treffen dat verzoeker wordt behandeld als ware hij in het bezit van de verlangde indicatie. Er is voldoende spoedeisend belang door de lange duur van de procedure, het feit dat verzoeker inmiddels met het vierde jaar van zijn studie is begonnen, dat de woonvorm bedoeld is voor studenten en na het voltooien van de studie verlaten dient te worden en de door het CIZ niet weersproken overbelasting van zijn moeder die nu de begeleiding van verzoeker verzorgt. Verzoeker is aangewezen op een beschermende woonomgeving. Nu, gezien de verklaringen van de psychiaters, bij verzoeker geen sprake is van een lichte psychiatrische aandoening, acht de voorzieningenrechter termen aanwezig om bij wege van voorlopige voorziening te bepalen dat verzoeker wordt geïndiceerd voor ZZP 2C GGZ.

LJN BX9228 - Inhoudingen van de AWBZ-premie. De aan appellant opgelegde buitenlandbijdrage kan niet worden aangemerkt als een premie voor een ziektekostenverzekering als de AWBZ, maar als een wettelijk geregelde sociale bijdrage voor de kosten van een deel van het Nederlandse sociale zorgstelsel.

LJN BY5197 - Tussenuitspraak. Indicatie voor begeleiding. Er kan zich de situatie voordoen dat er een noodzaak is voor indicatie van begeleiding zolang de noodzakelijke behandeling daadwerkelijk nog geen aanvang heeft genomen. Het had op de weg van het CIZ gelegen om te onderzoeken of begeleiding in de omstandigheden van het geval was aangewezen voor appellant, met als doel dat appellant door zijn begeleider zou worden gestimuleerd om op een constructieve manier een aanvang met de behandeling te maken, waarbij het CIZ ook een besluit had moeten nemen over de termijn die zij geëigend had gevonden tegen de achtergrond van dat doel. Door dit na te laten, heeft het CIZ de aanvraag niet voldoende zorgvuldig behandeld. De Raad draagt het CIZ op het gebrek in het bestreden besluit te herstellen.

LJN BY8339 - Tussenuitspraak. Aanvraag voor AWBZ-zorg. Er heeft geen onderzoek als voorgeschreven in artikel 6 van het Zorgindicatiebesluit plaatsgevonden naar de algemene gezondheidstoestand van appellant tijdens een spreekuurbezoek of bij appellant thuis en evenmin is bezien of een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, een verstandelijke, lichamelijk of zintuiglijke handicap aanwezig is als gevolg waarvan appellant beperkingen ondervindt. De Raad wijst er in dit verband op dat in het geval dat het onderzoek onvoldoende duidelijkheid oplevert, het CIZ een gespecialiseerd medicus kan verzoeken om nader onderzoek te verrichten. De Raad draagt het CIZ op om het gebrek te herstellen.

LJN BZ3923 - Weigering indicatie voor persoonlijke verzorging en behandeling. Het CIZ heeft met inachtneming van het geldende toetsingskader zorgvuldig onderzoek verricht. Niet gebleken is van overbelasting bij appellants moeder. Over begeleiding bij zwemmen neemt het CIZ het standpunt in dat dit een activiteit is die niet tot AWBZ-zorg leidt. Als er wordt gezwommen op grond van een medische indicatie, dan vindt dat plaats binnen een revalidatietraject. Voor het overige moeten ouders begeleiden.

LJN BZ4069 - Indicatie voor zorgzwaartepakket LG07. Met de (nadere) regeling van de aard, omvang en inhoud van de aanspraken op AWBZ-zorg is de regelgever niet buiten de grenzen van zijn bevoegdheid getreden. De omstandigheid dat die aanspraken daardoor naar de groep van verzekerden en omvang zijn beperkt, maakt dat, hoe schrijnend dat ook kan zijn voor verzekeren die op objectieve gronden op meer zorg zijn aangewezen maar deze door de inhoud van de Regeling zorgaanspraken AWBZ niet meer kunnen ontvangen, niet anders nu dat binnen de beleidsvrijheid van de regelgever valt. Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel slaagt niet.

LJN BZ7639 - Weigering indicatie voor de functie van persoonlijke verzorging. De Raad is van oordeel dat het CIZ de indicatiestelling van appellante terecht heeft gebaseerd op het medisch advies. Dit advies is volledig en voldoende zorgvuldig tot stand gekomen. Appellante heeft een groot aantal stukken van onder meer huisarts, dermatoloog, longarts en revalidatieartsen overgelegd die blijk geven van diverse medische beperkingen, maar zij heeft daarbij niet onderbouwd welke beperkingen over het hoofd zijn gezien in het medisch advies dat aan het CIZ is uitgebracht. Evenmin heeft appellante onderbouwd tot welke concrete belemmeringen bij de persoonlijke verzorging haar medische beperkingen leiden die zouden moeten leiden tot het afgeven van een indicatie.

LJN BZ9358 - Tussenuitspraak. Indicatie voor verpleging, verblijf tijdelijk, persoonlijke verzorging en begeleiding individueel. Van de zijde van het CIZ is bevestigd dat de aftrekregel een beperking van de aanspraak inhoudt en bedoeld is om een drempel op te werpen. Daarvoor is echter geen wettelijke grondslag in de toepasselijke regelgeving te vinden, zodat dit onderdeel van de Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2010 wegens strijd met artikel 6 van de AWBZ niet had mogen worden toegepast. Overigens zou ook de door appellante genoemde reden voor de aftrekregel niet geldig zijn, omdat uit de beleidsregels blijkt dat bij de vaststelling van de gebruikelijke zorg van de ouder voor het kind al rekening is gehouden met een bandbreedte van het normale ontwikkelingsprofiel van kinderen. Het CIZ wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen overeenkomstig hetgeen in de aangevallen uitspraak en in de tussenuitspraak is overwogen. Zie ook ECLI:NL:CRVB:2014:134.

LJN CA1399 - Terugvordering onverschuldigd betaalde voorschotten. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat appellant niet aan de verplichtingen heeft voldaan als bedoeld in artikel 2.6.9 van de Regeling subsidies AWBZ. Het zorgkantoor heeft terecht vastgesteld dat appellant geen recht had op de aan hem betaalde voorschotten en dat dit bedrag onverschuldigd aan hem is betaald.

LJN CA1425 - Tussenuitspraak. Indicatie voor de functies persoonlijke verzorging, begeleiding individueel en verpleging. Bij de indicatie voor de functie persoonlijke verzorging heeft het CIZ in overeenstemming met de Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2010 van de bovengebruikelijke zorg het eerste uur per dag in mindering gebracht. Het CIZ zal die indicatie echter opnieuw dienen vast te stellen zonder toepassing van de aftrekregel. Verder zal het CIZ nader onderzoek dienen te verrichten naar de pijnklachten en de angst van appellante. Op basis hiervan zal haar objectieve zorgbehoefte moeten worden vastgesteld en vervolgens moeten worden bezien in hoeverre deze zorgbehoefte tot afwijking van de normtijden voor persoonlijke verzorging noodzaakt.

LJN CA1540 - Vaststelling PGB over 2008. Terugvordering van PGB. Door uitsluitend te beoordelen of de ingekochte zorg in de vorm van holistische therapie ziet op betalingen die verband houden met de geïndiceerde zorg, te weten ondersteunende begeleiding, heeft het zorgkantoor een te beperkt criterium gehanteerd. Het bestreden besluit is onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd. De Raad zal zelf in de zaak voorzien. De Raad is van oordeel dat de aan appellante in 2008 daadwerkelijk gegeven zorg zich laat kwalificeren als activerende begeleiding als bedoeld in artikel 7 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ in verbinding met artikel 2.6.1, onderdeel h, van de Regeling subsidies AWBZ. Hierbij is met name van belang dat, zoals ook uit het begeleidingsplan naar voren komt, activerende begeleiding ingrijpt op de aandoening of beperking en deze niet als gegeven aanmerkt, zoals bij ondersteunende begeleiding.

LJN ZB6868 - Weigering om de kosten c.q. een gedeelte van de kosten van de BIBIC-therapie (Britisch Institute for Brain Injured Children) in Engeland, ten behoeve van betrokkene, ten laste van de Zfw dan wel van de AWBZ te brengen, op de grond dat deze therapie geen verstrekking is in de zin van de Zfw en evenmin een zorgaanspraak als bedoeld in de AWBZ en dat niet is voldaan aan het criterium dat de therapie "in de kring van de beroepsgenoten (in Nederland) gebruikelijk is".

LJN ZB8667 - Toekenning van een persoongebonden budget niet hoger dan f 67.160,- onderscheidenlijk f 64.202,- ten behoeve van een kleinschalige woonvorm voor meervoudig gehandicapte kinderen. Is recht gedaan aan het uitgangspunt dat "zorg op maat" moet worden verleend?

LJN ZB8770 - Vaststelling van de maximaal verschuldigde eigen bijdrage als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de AWBZ voor verleende thuiszorg op ten hoogste f 175,- per week. Is betrokkene voor de vaststelling van de eigen bijdrage terecht ingedeeld in de bijdrageplichtige categorie van f 61.000,- tot f 93.000,-?

LJN ZB9028 - Weigering tegemoetkoming op grond van de TOG op de grond dat betrokkenes dochter weliswaar meervoudig gehandicapt is tengevolge van het Down's syndroom, maar dat zij niettemin niet voldoet aan de voorwaarden die de TOG stelt, aangezien de dochter onderwijs volgt dat niet als dagopvang dient en zij niet blijvend is aangewezen op intensieve zorg, behandeling of begeleiding.

ECLI:NL:CRVB:2013:784 - Weigering PGB omdat betrokkene door haar beperkte begrip van de Nederlandse taal en door haar psychische problemen niet in staat is de regie over haar zorg te voeren. De Raad oordeelt dat de persoon die een PGB heeft de organisatie en de administratie van de verleende zorg door een ander mag laten doen. Het zorgkantoor mag daarbij niet eisen dat die ander een wettelijk vertegenwoordiger, een partner of een inwonend kind is.

ECLI:NL:CRVB:2013:814 - Tussenuitspraak. Het CAK heeft de belangenafweging bij de invordering van de eigen bijdrage beperkt tot het hanteren van in richtlijnen neergelegde objectieve criteria en heeft ten onrechte nagelaten om de specifieke omstandigheden van appellante in de belangenafweging te betrekken. Het CAK wordt opgedragen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen met inachtneming van wat is overwogen in deze tussenuitspraak.

ECLI:NL:CRVB:2013:845 - Niet-ontvankelijkverklaring bezwaren. De bezwaren van appellanten zijn door het CIZ terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat appellanten tijdens het mentorschap onbevoegd waren om rechtshandelingen te verrichten in aangelegenheden betreffende hun verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding. De mentor heeft op en voorafgaand aan de datum van de bestreden besluiten geen machtiging gegeven.

ECLI:NL:CRVB:2013:1050 - Weigering indicatie voor ondersteunende en activerende begeleiding in de vorm van seksuele dienstverlening. Betrokkene heeft in zijn aanvraag verzocht om een indicatie voor AWBZ-zorg opdat hij hulp zou kunnen gaan inkopen bij FleksZorg, een organisatie die tegen betaling seksuele diensten aan mensen met een beperking verleent. Daarmee is gegeven dat betrokkene door zijn hulpvraag te beperken tot seksuele dienstverlening als zodanig niet heeft verzocht om hulp die zich kan kwalificeren als AWBZ-zorg. Nu uit het door het CIZ verrichtte onderzoek blijkt dat er geen andere redenen zijn om ondersteunende of activerende begeleiding te indiceren en betrokkene die redenen ook niet heeft aangevoerd, is terecht geweigerd om een indicatie voor ondersteunende en/of activerende begeleiding te stellen.

ECLI:NL:CRVB:2013:1131 - Terugvordering van het niet-bestede PGB. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij ten tijde van de toekenning in zodanige psychische omstandigheden verkeerde dat het Zilveren Kruis daarom had behoren af te zien van het toekennen van een PGB. Appellante heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat zij door haar psychische problemen niet in staat is geweest om het PGB volledig en juist te verantwoorden. Het Zilveren Kruis heeft in overeenstemming met het beleid gehandeld. Er zijn geen bijzondere omstandigheden om van terugvordering af te zien.

ECLI:NL:CRVB:2013:1574 - Bevoegde indicatieorgaan. De rechtbank is op goede gronden tot de conclusie gekomen dat het CIZ zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat bij appellant sprake is van een psychiatrische grondslag en dat gelet hierop niet het CIZ maar bureau jeugdzorg het bevoegde bestuursorgaan is om appellant te indiceren.

ECLI:NL:CRVB:2013:1739 - Herindicatie en uitbreiding van zorg op grond van de AWBZ. Door het verbod van reformatio in peius heeft het CIZ het primaire besluit gehandhaafd omdat dit besluit voor appellante gunstiger is. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het CIZ haar standpunt kon en mocht baseren op de adviezen van de medisch adviseur. Appellante heeft niet betwist dat zij niet is aangewezen op toezicht gedurende 24 uur per dag. De rechtbank heeft dan ook met juistheid overwogen dat het CIZ zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellante ingevolge de AWBZ geen aanspraak heeft op tijdelijk verblijf.

ECLI:NL:CRVB:2013:2093 - Verantwoording PGB-besteding. In geschil is uitsluitend of appellante heeft verantwoord dat zij over 2008 €6000,- heeft besteed aan kosten voor zorg (persoonlijke verzorging) op grond van de AWBZ. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat appellante niet heeft aangetoond dat zij voor €6000,- AWBZ-zorg heeft ingekocht bij haar dochter. Dat bedrag kan niet worden geverifieerd aan de hand van de bankoverschrijvingen aan haar dochter.

ECLI:NL:CRVB:2013:2206 - Toekenning PGB voor de zorgfunctie individuele begeleiding. De kosten voor tuinonderhoud en schoonmaakwerkzaamheden van de kas zijn geen zorg als bedoeld in de AWBZ en het is niet aannemelijk dat appellante deze werkzaamheden zelf onder begeleiding heeft verricht. Niet kan worden geconcludeerd dat de door appellante op het verantwoordingsformulier vermelde kosten zijn besteed aan begeleiding in de zin van artikel 6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ. Veeleer is sprake geweest van voor appellante uitgevoerde werkzaamheden in haar kas en tuin.

ECLI:NL:CRVB:2013:2397 - Eigen bijdrage voor zorg met verblijf voor het jaar 2009 met toepassing van peiljaarverlegging. De Bijdrageregeling zorg AWBZ is voor de heffing van eigen bijdragen imperatief en limitatief. Deze regeling biedt - behoudens de hier toegepaste peiljaarverlegging - geen mogelijkheden de eigen bijdrage in een concreet geval te matigen. Van een zeer bijzondere situatie die noopt tot een verdergaande matiging dan in de wet voorzien, is geen sprake.

ECLI:NL:CRVB:2013:2543 - Weigering PGB voor 25 uur individuele begeleiding. Uit het indicatierapport blijkt dat er nog behandelmogelijkheden waren. Het inzetten van AWBZ-zorg is niet doelmatig zolang er nog behandelmogelijkheden zijn. De medisch adviseur van het CIZ heeft op goede gronden geconcludeerd dat appellant, tegen het advies van de psychiater in, is gestopt met de behandeling met het medicijn Concerta. In de situatie dat iemand geen behandeling wil terwijl deze wel beschikbaar is, medicamenteus of anderszins, ligt behandeling op grond van de Zvw voor op AWBZ-zorg.

ECLI:NL:CRVB:2013:2578 - Vaststelling geïndiceerde zorg. Uit de brieven van de kinderarts en de brief van de revalidatiearts blijkt weliswaar dat toezicht en verzorging voor appellant noodzakelijk zijn, maar niet dat de geïndiceerde uren voor toezicht en verzorging niet voldoende zijn. De kinderarts heeft te kennen gegeven dat op spitsuren in het gezin extra ondersteuning nodig is. Door de revalidatiearts is te kennen gegeven dat appellant veel persoonlijke verzorging nodig heeft. Het namens appellant gevoerde betoog dat het CIZ niet had mogen volstaan met een indicatie voor toezicht binnen de functie begeleiding treft geen doel.

ECLI:NL:CRVB:2013:2686 - Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding. Appellant heeft in verband met zijn verstandelijke handicap een indicatie voor begeleiding op grond van de AWBZ, onder meer omdat hij niet zelfstandig administratieve zaken kan afhandelen. Het valt dan ook niet in te zien waarom appellant niet, met hulp van de hem geboden begeleiding vanuit de AWBZ, had kunnen zorgen voor een tijdige indiening van het bezwaarschrift.

ECLI:NL:CRVB:2013:2941 - Vaststelling teruggevorderde PGB-bedrag. Appellante heeft niet overeenkomstig de regelgeving volledig verantwoording afgelegd over het haar toegekende PGB. Het maandtarief in de zorgovereenkomst is met terugwerkende kracht gewijzigd en de urendeclaraties corresponderen niet met de afspraken in de zorgovereenkomsten. De relatie tussen geleverde zorg en betaling is niet steeds gebleken.

ECLI:NL:CRVB:2013:2988 - Tussenuitspraak. Omvang van de indicatie voor de functies ondersteunende begeleiding en begeleiding. Het behoort, ook als de betrokkene (nog) geen behandelaar heeft en een (definitieve) diagnose (nog) niet is gesteld, tot de onderzoeksplicht van het CIZ om na te gaan of er beperkingen zijn ten gevolge van een aandoening als daarvoor aanwijzingen bestaan. Nu een (volledig) onderzoek naar de medische beperkingen van appellante achterwege is gebleven, is het onderzoek van het CIZ niet volledig geweest en is het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd. De Raad draagt het CIZ op om het gebrek te herstellen.

ECLI:NL:CRVB:2014:119 - Terechte weigering PGB omdat op appellants ouders de Wet schuldsanering natuurlijke personen van toepassing is verklaard. In dat geval bestaat ingevolge het bepaalde in artikel 2.6.4, tweede lid, aanhef en onder f, van de Regeling subsidies AWBZ geen ruimte voor een belangenafweging. Het hoger beroep slaagt daarom niet.

ECLI:NL:CRVB:2014:131 - Vaststelling eigen bijdrage. De berekening van de eigen bijdrage en het daarbij vrij te laten gedeelte voor zak- en kleedgeld berusten op bepalingen die dwingendrechtelijk en limitatief zijn gesteld. Er is geen sprake van strijd met enig hoger algemeen verbindend voorschrift of met enige regel van ongeschreven recht. De aftrekpost "zak- en kleedgeld" heeft betrekking op kosten van levensonderhoud. Anders dan appellant meent, is dat niet beperkt tot uitgaven van kleding, maar heeft dat ook betrekking op de door appellant genoemde kosten van voor eigen rekening komende medicijnen, verzekeringspremies, waskosten, administratiekosten, contributies en cursussen, reiskosten, telefoon- en kabelkosten.

ECLI:NL:CRVB:2014:134 - Tweede tussenuitspraak. Na de eerste tussenuitspraak (LJN BZ9358) heeft appellante een nieuw besluit op bezwaar genomen, waarbij de indicaties zijn gewijzigd. Appellante geeft een onjuiste uitleg van gebruikelijke zorg. Door standaard bij alle kinderen tussen 0 en 18 jaar ten aanzien van de zorgfuncties persoonlijke verzorging, verpleging en begeleiding één uur per etmaal als gebruikelijke zorg op de noodzakelijke zorg in mindering te brengen, gaat appellante geheel voorbij aan de vraag of die zorg tot de normale, dagelijkse zorg behoort die een ouder geacht wordt aan zijn kind te bieden. Ook het nieuwe besluit komt voor vernietiging in aanmerking. De Raad draagt appellante op een nieuw besluit op bezwaar te nemen.

ECLI:NL:CRVB:2014:555 - Weigering indicatie op grond van de AWBZ voor de functie begeleiding groep omdat geen sprake is van een psychiatrische grondslag voor AWBZ-zorg. Voorts is GGZ-behandeling en/of een voorziening op grond van de Wmo voorliggend.

ECLI:NL:CRVB:2014:741 - Weigering PGB omdat het subsidieplafond is bereikt. De wetgever heeft juist expliciet beoogd om te regelen dat geen PGB meer kan worden verleend op grond van beschikkingen vanaf 1 juli 2010. In het geval van appellante betreft het nu juist een dergelijke beschikking.

ECLI:NL:CRVB:2014:1029 - Weigering zorgindicatie. Het CIZ heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat voor de klachten van appellant sprake is van een voorliggende voorziening in de vorm van behandeling op grond van de Zvw. Het beroep op de artikelen 3 en 8 van het EVRM faalt.

ECLI:NL:CRVB:2014:1055 - Indicatie voor de functie begeleiding individueel. De beperkingen van appellant zoals deze door het CIZ zijn vastgesteld, worden niet door appellant betwist. Op basis van deze beperkingen heeft het CIZ een indicatie verstrekt voor de functie begeleiding individueel. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij meer zorg nodig heeft dan het CIZ heeft geïndiceerd. Gesteld noch gebleken is dat appellant verderstrekkende beperkingen heeft dan door het CIZ is aangenomen. AWBZ-zorg is niet bedoeld om appellant te compenseren in zijn woonsituatie.

ECLI:NL:CRVB:2014:1271 - Indicatie voor de functies persoonlijke verzorging en begeleiding. De Raad leidt uit de rapporten af dat appellant ten tijde van de aanvraag al was uitbehandeld. Het bestreden besluit is mitsdien niet goed gemotiveerd. De rechtbank heeft dit niet onderkend. De Raad heeft in de beschikbare medische gegevens en hetgeen door appellant in hoger beroep is aangevoerd geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat de omvang van de geïndiceerde zorg in de periode in geding niet juist is vastgesteld. Vernietiging van de aangevallen uitspraak met instandlating van de rechtsgevolgen.

ECLI:NL:CRVB:2014:1335 - Vaststelling door de SVB dat appellant gedurende de periode in geding verzekerd was voor de AWBZ. Van omstandigheden op grond waarvan appellant ingevolge (Europese) regelgeving van deze verzekering uitgesloten moet worden geacht dan wel in aanmerking zou kunnen komen voor ontheffing van de verzekeringsplicht, is niet gebleken. Evenals de rechtbank heeft overwogen, is voor deze beoordeling niet relevant dat appellant bij een Duitse ziektekostenverzekering was aangesloten. Ook het feit dat de vader van appellant op grond van zijn werkzaamheden in Duitsland en zijn pensioenaanspraken uit dat land niet verzekerd is geacht voor de AWBZ, is voor de situatie van appellant niet van betekenis.

ECLI:NL:CRVB:2014:1374 - Vaststelling PGB 2010 op nihil en terugvordering van €3534,29. De in bezwaar overgelegde zorgovereenkomst is onvolledig omdat hierin niet de gegevens van de zorgverlener staan vermeld. Bovendien gaat het niet om een destijds opgestelde zorgovereenkomst. De overgelegde betalingsbewijzen zijn in het licht van de onvolledige zorgovereenkomst onvoldoende voor het oordeel dat daadwerkelijke betaling aan de gestelde zorgverlener heeft plaatsgevonden. Met de in bezwaar overgelegde stukken heeft appellant niet alsnog een toereikende opgave en verantwoording over het gebruik van het aan hem toegekende voorschot aan PGB afgelegd.

ECLI:NL:CRVB:2014:1537 - Weigering AWBZ-zorg voor de functies begeleiding en persoonlijke verzorging omdat betrokkene geen aanspraak op AWBZ-zorg heeft aangezien behandeling vanuit de Zvw mogelijk en voorliggend op de inzet van AWBZ-zorg is. De Raad kan het CIZ evenals de rechtbank niet volgen in het standpunt dat behandeling vanuit de Zvw door middel van cognitieve gedragstherapie eventueel aangevuld met aanpassing van de medicatie voorliggend op de inzet van AWBZ-zorg is.

ECLI:NL:CRVB:2014:1730 - Vaststelling inkomensafhankelijke bijdrage. De hoogte van de eigen bijdrage voor 2010 en 2011 heeft appellante niet betwist terwijl de vaststelling van de eigen bijdrage heeft plaatsgevonden in overeenstemming met het wettelijk beoordelingskader. De wetgever heeft ervoor gekozen om dit wettelijk beoordelingskader dwingend en limitatief vorm te geven. Dit kader biedt geen ruimte voor matiging van de eigen bijdrage op de grond dat de kwaliteit van de geleverde zorg de eigen bijdrage niet waard is.

ECLI:NL:CRVB:2014:1737 - Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening. Er is geen sprake van een spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorziening. De voorzieningenrechter laat in het bijzonder wegen dat het nu juist de ernst en objectiveerbaarheid van verzoeksters aandoening(en) en de mate waarin zij op AWBZ-zorg aangewezen is die in geding zijn en in de bodemprocedure beoordeeld moeten worden. Concrete medische gegevens die het gestelde acute karakter van verzoeksters situatie aannemelijk maken of althans kunnen dienen als een begin van bewijs dat het voor verzoekster medisch niet verantwoord is de bodemprocedure af te wachten, bevinden zich niet in het dossier.

ECLI:NL:CRVB:2014:1881 - Tussenuitspraak. De geldigheidsduur van het indicatiebesluit is beperkt tot een periode van vijf jaar. Er is sprake van zeer ernstige problematiek, namelijk een combinatie van een verstandelijke handicap, autismespectrumstoornis en complexe/diverse gedragsproblematiek. Niet gebleken is dat het CIZ heeft onderzocht op welke termijn zich ontwikkelingen kunnen voordoen die van invloed kunnen zijn op de indicatie. Het is niet voldoende dat het CIZ uitsluitend op grond van de leeftijd van appellante, los van een individueel onderzoek, de geldigheidsduur van het indicatiebesluit beperkt tot vijf jaar. De Raad draagt het CIZ op het gebrek in het bestreden besluit te herstellen.

ECLI:NL:CRVB:2014:1935 - Invordering eigen bijdrage AWBZ-instelling. Het CAK heeft op grond van een belangenafweging geconcludeerd dat het onbillijk en onevenredig zwaar is om de vastgestelde eigen bijdrage daadwerkelijk geheel in te vorderen. Om die reden heeft het CAK de verschuldigde eigen bijdrage gedeeltelijk kwijtgescholden aan de hand van kwijtscheldingspercentages die samenhangen met het aantal maanden terugwerkende kracht bij de vaststelling eigen bijdrage. De kwijtscheldingspercentages berusten op interne richtlijnen van het CAK. Het CAK heeft deze richtlijnen op consistente wijze toegepast. De keuze van appellanten om van beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap af te zien, ondanks bekendheid met de onderhavige invordering, komt voor rekening van appellanten.

ECLI:NL:CRVB:2014:2173 - Buitenbehandelingstelling TOG-aanvraag omdat appellant en zijn gehandicapte kind niet in Nederland of in de Europese Unie wonen. Het beroep op het discriminatieverbod faalt. Er bestaat voor de uitsluiting van niet-ingezetenen in de TOG een toereikende objectieve rechtvaardiging. De TOG valt niet onder de materiële werkingssfeer van het Algemeen verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko.

ECLI:NL:CRVB:2014:2708 - Weigering heridicatie voor de zorgfunctie begeleiding omdat appellant geen aanspraak heeft op AWBZ-zorg aangezien behandeling vanuit de Zvw mogelijk en voorliggend is. Appellant weigert een psychiatrische behandeling in een klinische setting. Uit het behandelplan van GGZ Altrecht blijkt niet dat de omstandigheid dat appellant niet aan klinische opname mee wil werken, voortvloeit uit zijn ziektebeeld. Evenmin blijkt uit dit behandelplan dat behandeling niet mogelijk is nu in dit plan, als alternatief voor klinische behandeling, een ambulante proefbehandeling voor de duur van zes maanden wordt voorgesteld.

ECLI:NL:CRVB:2014:2720 - Afwijzing van de verantwoording van het PGB van appellanten voor de kosten van Stichting Feuerstein over (een gedeelte van) 2011 omdat de door Feuerstein verleende zorg niet valt onder de functie begeleiding als bedoeld in artikel 6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ. De Raad is van oordeel dat appellanten redelijkerwijs niet konden weten dat Feuerstein met ingang van 1 januari 2011 niet meer met een PGB bekostigd kon worden. Daarbij is van belang dat appellanten ter zitting van de Raad onweersproken hebben gesteld dat zij een brief hebben ontvangen van het zorgkantoor over de gedoogsituatie gedurende het onderzoek naar de Feuersteinmethode door het CVZ. Verder is van belang dat appellanten niet door het zorgkantoor op de hoogte zijn gesteld dat met ingang van 1 januari 2011 een einde zou komen aan de gedoogsituatie. Het beroep van appellanten op het vertrouwensbeginsel slaagt dan ook.

ECLI:NL:CRVB:2014:2741 - Afwijzing van de verantwoording van het PGB voor de kosten van de Stichting Feuerstein over (een gedeelte van) 2011 omdat de door Feuerstein verleende zorg niet valt onder de functie begeleiding als bedoeld in artikel 6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ. De Raad acht van belang dat het doel van de Feuersteinmethode is om het individu, samen met zijn omgeving, te leren hoe hij zich kan ontwikkelen, zodat het cognitieve vermogen kan worden verbeterd. Gelet hierop zijn de activiteiten van de Feuersteinmethode in de kern gericht op het aanleren van vaardigheden of handelingen en/of het aanleren van het aanbrengen van structuur of het voeren van regie en niet op het concreet ondersteunen bij of het oefenen met vaardigheden of handelingen en/of het concreet ondersteunen bij of het oefenen met het aanbrengen van structuur of het voeren van regie. De activiteiten van de Feuersteinmethode zijn derhalve geen activiteiten als bedoeld in artikel 6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ.

ECLI:NL:CRVB:2014:3464 - Verantwoording PGB niet geaccepteerd door het zorgkantoor. Appellante heeft niet aan haar verplichting tot verantwoording van het PGB voldaan door haar zorgverleners contant te betalen en door de vermelding van onjuiste burgerservicenummers van de zorgverleners. Het zorgkantoor heeft appellante bij brief gewezen op de veranderingen in wet- en regelgeving en daarbij uitdrukkelijk verwezen naar het informatiebulletin waarin de verplichting tot giraal betalen staat vermeld. Appellante had dus kunnen en moeten weten dat zij met ingang van 1 januari 2012 op grond van artikel 2.6.9, eerste lid, onderdeel j, van de Regeling subsidies AWBZ verplicht was de zorgverleners giraal te betalen.

ECLI:NL:CRVB:2014:3709 - Tussenuitspraak. Het geschil is beperkt tot de vraag of het CIZ in plaats van een zorgzwaartepakket een indicatie in functies en klassen had moeten stellen. Er is voldaan aan de voorwaarde voor een indicatie in functies en klassen. Het CIZ dient een indicatie in functies en klassen te stellen voor de periode in geding en dient in zijn beoordeling te betrekken of in dit geval is voldaan aan de voorwaarden voor een afwijking van de achttien dagdelen "vrij van zorg" bij jongvolwassenen als bedoeld in de Indicatiewijzer 2012.

ECLI:NL:CRVB:2014:3802 - Vermoeden van fraude door de behandelend psychiater. Bij de indicatie in 2008 is het CIZ uitgegaan van medische informatie van de behandelend psychiater van appellante. Naar aanleiding van een signaal van het zorgkantoor dat deze psychiater wordt verdacht van fraude in verband met het stellen van oneigenlijke en onjuiste diagnoses op grond waarvan het zorgkantoor de betaling van het PGB heeft gestopt, heeft het CIZ een (her)indicatieonderzoek bij appellante uitgevoerd. Het CIZ mocht de besluitvorming baseren op de adviezen van haar medisch adviseurs waaruit kan worden afgeleid dat behandeling op grond van de Zvw voorliggend is. De door appellante overgelegde verklaring van een psychiater uit België is te summier om te twijfelen aan de in de beide procedures uitgebrachte medische adviezen. De verklaring roept verder veel vragen op. De rechtbank is in beide procedures terecht tot het oordeel gekomen dat de Zvw voorliggend is en dat appellante met de indicatie voor BG-i klasse 2 voor de periode in geding niet tekort is gedaan.

ECLI:NL:CRVB:2014:4400 - Wijziging indicatie in ZZP GGZ02C. Het advies berust op een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek. Gelet op dit advies heeft het CIZ zich bij bestreden besluit 2 terecht op het standpunt gesteld dat appellant na afloop van de bij dat besluit gestelde indicatie geen aanspraak maakt op AWBZ-zorg aangezien bij hem geen sprake is van een uitbehandelde situatie en dat door middel van behandeling door een gespecialiseerd behandelcentrum zijn beperkingen zoveel als mogelijk dienen te af te nemen. Appellant heeft onvoldoende onderbouwd dat hij in de periode in geding een intensivering van zorg nodig heeft gehad zodat hij in aanmerking had moeten komen voor ZZP GGZ03C met dagbesteding.

ECLI:NL:CRVB:2015:295 - Terugvordering PGB wegens het niet voldoen aan de in de Regeling subsidies AWBZ neergelegde verplichtingen, zoals het op de voorgeschreven wijze verantwoorden van het PGB en de verantwoorde zorg bewijzen met zorgovereenkomsten en declaraties. Het lager vaststellen van een PGB is een discretionaire bevoegdheid van het zorgkantoor. Appellante heeft geen enkel bewijs aangedragen voor haar stelling dat het zorgkantoor in redelijkheid niet tot een lagere vaststelling heeft kunnen overgaan.

ECLI:NL:CRVB:2015:1585 - Intrekking en terugvordering PGB omdat appellant niet heeft voldaan aan de verplichtingen. Appellant heeft meerdere zorgovereenkomsten over dezelfde periode overgelegd. Deze zorgovereenkomsten verschillen van elkaar. De overeenkomsten zijn onduidelijk en tegenstrijdig over de met de Stichting gemaakte werkafspraken en de daartegenover staande vergoeding. De facturen van de Stichting zijn in het geheel niet gespecificeerd naar de dagen waarop is gewerkt, het aantal uren dat is gewerkt en het uurtarief waartegen deze werkzaamheden zijn verricht. De bedragen die door appellant aan de Stichting zijn overgemaakt, kunnen ook niet worden gerelateerd aan de facturen van de Stichting.

ECLI:NL:CRVB:2015:1875 - Indicatieverlening voor een zorgzwaartepakket VG05 voor een periode van vijf jaren. Naar aanleiding van de gronden in hoger beroep heeft het CIZ nader onderzoek gedaan. Er is een huisbezoek afgelegd bij appellante en schriftelijke informatie opgevraagd bij de neuroloog. Appellante heeft geen toestemming gegeven om informatie over haar gedragsproblematiek in te winnen bij de dagbesteding. De gedragsproblematiek valt niet te objectiveren, zodat er geen aanleiding is om de gestelde indicatie voor begeleiding individueel voor onjuist te houden. Er is geen nadere informatie over het gehoor van appellante; gelet hierop heeft het CIZ cliëntprofiel ZZP2ZG niet passend geacht. Er zijn geen argumenten voor de conclusie dat het CIZ de benodigde tijd voor persoonlijke verzorging en verpleging heeft onderschat.

ECLI:NL:CRVB:2015:2044 - Terugvordering PGB omdat appellant de besteding van het ontvangen PGB niet heeft verantwoord. Vaststaat dat appellant niet heeft voldaan aan de aan het PGB verbonden verplichtingen tot verantwoording als neergelegd in de Regeling subsidies AWBZ. Appellant heeft geen zorgovereenkomsten en girale betalingsbewijzen overgelegd. Dit betekent dat het zorgkantoor op grond van artikel 4:46, tweede lid, aanhef en onder b, van de Awb bevoegd was om het PGB lager vast te stellen. De door appellant aangevoerde omstandigheden maken niet dat geoordeeld moet worden dat het zorgkantoor niet in redelijkheid tot de door hem gemaakte belangenafweging heeft kunnen komen. Dat appellant wegens zijn psychische toestand het PGB niet geheel kon verantwoorden, heeft hij niet met medische stukken onderbouwd.

ECLI:NL:CRVB:2015:2108 - Weigering indicatie voor de functie Persoonlijke Verzorging omdat er volgens de medisch adviseur geen objectieve medische redenen zijn dat er voor bewegen en verplaatsen en persoonlijke verzorging gebruik moet worden gemaakt van zorg op grond van de AWBZ. Van medisch objectiveerbare beperkingen in de ADL-zelfstandigheid is niet gebleken. Appellant heeft geen medische gegevens ingebracht waaruit blijkt dat de door de medisch adviseur genoemde behandeling op grond van de Zvw niet zal kunnen slagen. Appellant is niet aangewezen op zorg vanuit de AWBZ in afwachting van de geplande behandeling bij de SOLK-poli.