Vrouwe Justitia

 

 

 

 

Gegevens uitspraak
LJN: LJN BK6419
ECLI: ECLI:NL:CRVB:2009:BK6419
Instantie: Centrale Raad van Beroep
Soort procedure: hoger beroep
Zaaknummer: 08/5475 TW
Datum uitspraak: 11-12-2009
Wetsartikelen: art. 2 TW
Essentie: Weigering TW-uitkering omdat het gezinsinkomen boven het voor appellant geldende sociaal minimum ligt. De Raad oordeelt dat voor het recht op TW-uitkering het recht op bruto-uitkering bepalend is en niet het bedrag dat uiteindelijk netto wordt uitbetaald.

 

 

Uitspraak enkelvoudige kamer 08/5475 TW




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 26 augustus 2008, 08/130 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 11 december 2009.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. A.C.S. Grégoire, advocaat te Sittard, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2009. Appellant is, als aangekondigd, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door P.J.L.H. Coenen.




II. OVERWEGINGEN


1.1. Voor een overzicht van de relevante feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hier volstaat de Raad met het volgende.

1.2. Op 27 april 2007 heeft appellant het Uwv verzocht om toekenning van een uitkering krachtens de Toeslagenwet (TW).

1.3. Het Uwv heeft op dit verzoek afwijzend beslist. Het hiertegen aangetekende bezwaar werd bij besluit van 7 januari 2008 ongegrond verklaard.

2. Het hiertegen aangetekende beroep werd eveneens ongegrond verklaard.

3.1. Appellant is van die uitspraak in hoger beroep gekomen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de kernvraag in deze procedure de exacte hoogte van zijn inkomen is. Over de wijze waarop het Uwv een en ander berekend heeft de Raad op 25 juli 2008 met kenmerk 06/2940 tussen partijen uitspraak gedaan. In de visie van appellant heeft deze uitspraak ook gevolgen voor de onderhavige procedure.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. Het Uwv heeft afwijzend beslist op de aanvraag van appellant omdat het gezinsinkomen van appellant boven het voor hem geldende sociaal minimum ligt. Appellant voldoet hierdoor niet aan de in artikel 2 van de TW gestelde voorwaarden om in aanmerking te komen voor een toeslag. In bezwaar en beroep heeft appellant gesteld dat de inkomenstoetsing in de netto-sfeer zou moeten plaatsvinden in plaats van in de bruto-sfeer zoals in de berekening door het Uwv. Daarbij is gewezen op de uitspraak van de Raad van 25 juli 2008.

4.3. Daargelaten dat genoemde uitspraak betrekking heeft op de arbeidsongeschiktheidsuitkering over de maand februari 2005, is er naar het oordeel van de Raad geen relatie tussen de inhouding op die uitkering in het kader van derdenbeslag en/of een interne verrekening en het recht op toeslag op grond van de TW. Voor het recht op toeslag is immers het recht op bruto uitkering bepalend en niet het bedrag dat uiteindelijk netto wordt uitgekeerd.

4.4. Het hoger beroep slaagt niet.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 december 2009.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) T.J. van der Torn.