Vrouwe Justitia

 

 

 

 

Gegevens uitspraak
LJN: LJN BD9370
ECLI: ECLI:NL:CRVB:2008:BD9370
Instantie: Centrale Raad van Beroep
Soort procedure: hoger beroep
Zaaknummer: 06/3785 WAO
Datum uitspraak: 01-08-2008
Essentie: Niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens het ontbreken van procesbelang. Het UWV is appellante in hoger beroep alsnog tegemoetgekomen in het geschil en heeft haar ongewijzigd 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid verklaard.

 

 

Uitspraak enkelvoudige kamer 06/3785 WAO




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 24 mei 2006, 05/470 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 1 augustus 2008.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellante heeft mr. R. van Asperen, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.




II. OVERWEGINGEN


1.1. Bij besluit van 8 oktober 2004 heeft het Uwv aan appellante meegedeeld dat haar uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 6 december 2004 wordt ingetrokken, onder de overweging dat de mate van haar arbeidsongeschiktheid met ingang van laatstgenoemde datum minder dan 15% is.

1.2. Appellante heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

1.3. Bij besluit van 10 maart 2005 (het bestreden besluit) heeft het Uwv dit bezwaar ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3.1. Nadat namens appellante hoger beroep was ingesteld heeft het Uwv op 14 mei 2008 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarbij het bezwaar van appellante alsnog gegrond is verklaard en appellante met ingang van 6 december 2004 ongewijzigd 80 tot 100% arbeidsongeschikt wordt beschouwd.

3.2. Het Uwv heeft bij brief van 22 mei 2008 laten weten het griffierecht en de proceskosten die appellante in beroep en hoger beroep heeft moeten maken te vergoeden na de uitspraak en met betrekking tot de wettelijke rente een primair besluit te zullen afgeven.

4.1. De Raad stelt vast dat tussen partijen geen geschil meer bestaat over het geschil dat appellante in hoger beroep aan de Raad ter beoordeling heeft voorgelegd, namelijk de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid per 6 december 2004.

4.2. De Raad is van oordeel dat appellante geen procesbelang meer heeft bij een beslissing van de Raad op het hoger beroep, zodat dit niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

5. De Raad ziet aanleiding om het Uwv met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de kosten van appellante.
Deze kosten worden begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 966,-.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellante in beroep en in hoger beroep tot een bedrag groot € 966,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut aan appellante het betaalde griffierecht van € 142,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos. De beslissing is, in tegenwoordigheid van H.T. van de Erve als griffier, uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2008.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) H.T. van de Erve.