Vrouwe Justitia

 

 

 

 

Gegevens uitspraak
LJN: LJN BN5498
ECLI: ECLI:NL:CRVB:2010:BN5498
Instantie: Centrale Raad van Beroep
Soort procedure: hoger beroep
Zaaknummer: 09/6365 WIA
Datum uitspraak: 27-08-2010
Wetsartikelen: artt. 5 en 6 Wet WIA
Essentie: Weigering WIA-uitkering. Het onderzoek naar de beperkingen van appellant is op een zorgvuldige en juiste manier verricht. Er is geen enkele aanleiding om de onafhankelijkheid en integriteit van de (bezwaar)verzekeringsartsen in twijfel te trekken. De belasting van de aan de schatting ten grondslag liggende functies overschrijdt de belastbaarheid van appellant niet. Factoren als leeftijd en recessie spelen bij een WIA-beoordeling geen rol en dienen dan ook buiten beschouwing gelaten te worden. De wet biedt geen ruimte om met dergelijke factoren rekening te houden.

 

 

Uitspraak enkelvoudige kamer 09/6365 WIA




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 14 oktober 2009, 09/749 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 27 augustus 2010.




I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld en het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 juli 2010. Appellant is niet verschenen. Voor het Uwv is verschenen C. van Nood.




II. OVERWEGINGEN


1. Bij besluit van 8 september 2008 heeft het Uwv geweigerd appellant in aanmerking te brengen voor een WIA-uitkering omdat appellants mate van arbeidsongeschiktheid per 6 augustus 2008 (datum in geding) minder bedraagt dan 35%.

2. Het bezwaar gericht tegen het besluit van 8 september 2008 is bij besluit van 18 december 2008 ongegrond verklaard.

3. De rechtbank ’s-Gravenhage heeft het beroep tegen het besluit van 18 december 2008 ongegrond verklaard.

4. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn inkomen lager is dan het sociaal minimum inkomen en dat er geen rekening is gehouden met zijn leeftijd en de recessie die er nu is. Hij kan niet langer dan 10 minuten staan, zitten of lopen. De arbo-arts heeft gezegd dat de beperkingen de laatste jaren zijn toegenomen. Zowel de verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts hebben aangegeven dat er locotomore beperkingen zijn. Zij zijn echter in dienst van het Uwv en zullen hun werkgever niet afvallen. Voorts begrijpt appellant niet waarom [naam bedrijf] als derdepartij betrokken is. Bij schrijven van 2 juli 2010 heeft appellant een verslag van een radiologisch onderzoek, gedateerd op 21 juni 2010, in geding gebracht.

5. Het Uwv heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

6.1. De Raad overweegt als volgt.

6.2. De Raad is - evenals de rechtbank - van oordeel dat het onderzoek naar de beperkingen van appellant op een zorgvuldige en juiste manier is verricht. De Raad verwijst naar de overwegingen van de rechtbank hieromtrent en maakt deze tot de zijne. Appellant heeft niet aangegeven waarom de overwegingen van de rechtbank - naar zijn mening - niet juist zijn. In hoger beroep zijn geen nieuwe gezichtspunten naar voren gebracht of relevante nieuwe medische informatie in geding gebracht waaruit blijkt dat appellant op de datum in geding meer of anders beperkt was dan door de (bezwaar)verzekeringsartsen is aangenomen. Het verslag van het radiologisch onderzoek van 21 juni 2010 werpt geen ander licht op de zaak. Van belang is de medische situatie van appellant op 16 augustus 2008 terwijl het onderzoek betrekking heeft op de situatie bijna twee jaar later. Die gegevens kunnen dan ook niet meegewogen worden.
De Raad ziet voorts geen enkele aanleiding om de onafhankelijkheid en integriteit van de (bezwaar)verzekeringsartsen in twijfel te trekken.

6.3. De Raad is daarnaast van oordeel dat de rechtbank in de aangevallen uitspraak afdoende heeft uiteengezet waarom de arbeidskundige kant van de schatting juist is te achten. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de belasting van de aan de schatting ten grondslag liggende functies de belastbaarheid van appellant niet overschrijdt. Factoren als leeftijd en recessie spelen bij een WIA-beoordeling geen rol en dienen dan ook buiten beschouwing gelaten te worden. De wet biedt geen ruimte om met dergelijke factoren rekening te houden.

6.4. De Raad merkt tot slot op dat het Uwv in het verweerschrift van 4 februari 2010 op juiste wijze heeft uitgelegd waarom [naam bedrijf] als derdepartij betrokken is geweest. De Raad verwijst dan ook naar het verweerschrift.

7. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet kan slagen. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd.

8. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2010.

(get.) J. Brand.

(get.) D.E.P.M. Bary.