Vrouwe Justitia

 

 

 

 

Gegevens uitspraak
LJN: LJN AZ0787
ECLI: ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0787
Instantie: Centrale Raad van Beroep
Soort procedure: hoger beroep
Zaaknummer: 05/4533 WWB
Datum uitspraak: 24-10-2006
Wetsartikelen: artt. 35 en 53a Wwb
Essentie: Weigering bijzondere bijstand voor de kosten van vervanging van een bankstel en eettafel omdat geen sprake is van noodzakelijke kosten van het bestaan. Met het college is de Raad van oordeel dat, gelet op de bevindingen tijdens het huisbezoek, de noodzaak tot vervanging van de eettafel en het bankstel niet aannemelijk is geworden.

 

 

Uitspraak enkelvoudige kamer 05/4533 WWB




U I T S P R A A K




op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 21 juni 2005, 04/2522 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal (hierna: College).

Datum uitspraak: 24 oktober 2006.




I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. P.P.M. Heeren, advocaat te Roosendaal, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 september 2006. Appellant is niet verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door P.L.W.G. van de Molengraaf, werkzaam bij de gemeente Roosendaal.




II. OVERWEGINGEN


De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Op 25 maart 2004 heeft appellant een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand in de kosten van onder meer een bankstel en een eettafel. Bij besluit van 6 mei 2004 heeft het College deze aanvraag voor zover betrekking hebbende op de kosten van een bankstel en een eettafel afgewezen op de grond dat voor de vervanging hiervan geen noodzaak bestaat.

Bij besluit van 4 november 2004 heeft gedaagde het bezwaar tegen het besluit van 6 mei 2004 ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 4 november 2004 ongegrond verklaard.

Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

In artikel 35, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB) is bepaald dat, onverminderd paragraaf 2.2, de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand voor zover deze niet beschikt over middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover deze meer bedraagt dan de bijstandsnorm.

Bij aanvragen om bijzondere bijstand bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de WWB dient allereerst te worden vastgesteld of sprake is van noodzakelijke kosten. Indien hiervan geen sprake is, dient de aanvraag te worden afgewezen.

Met het College is de Raad van oordeel dat, gelet op de bevindingen tijdens het huisbezoek, de noodzaak tot vervanging van de eettafel en het bankstel niet aannemelijk is geworden. De Raad ziet geen reden te twijfelen aan de deskundigheid en betrouwbaarheid van de medewerkers van het College belast met het huisbezoek en aan de rapportage van de door hen bij dit huisbezoek aangetroffen situatie. Het College heeft de aanvraag om bijzondere bijstand voor de aanschaf van een bankstel en een eettafel dan ook terecht afgewezen.

De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.




III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Th.C. van Sloten. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S.W.H. Peeters als griffier, uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2006.

(get.) Th.C. van Sloten.

(get.) S.W.H. Peeters.