Vrouwe Justitia

 

 

 

 

Gegevens uitspraak
LJN: LJN CA2364
ECLI: ECLI:NL:CRVB:2013:CA2364
Instantie: Centrale Raad van Beroep
Soort procedure: hoger beroep
Zaaknummer: 12/249 WWB
Datum uitspraak: 05-06-2013
Wetsartikelen: artt. 43, 44 en 47a Wwb
Essentie: Ingangsdatum aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO). Appellant heeft niet met bewijsstukken aan de SVB aannemelijk gemaakt dat hij door het auto-ongeluk vóór de datum in geding buiten staat was zich te melden om een AIO-aanvulling aan te vragen. Onbekendheid met wettelijke regelingen kan geen reden zijn om tot toekenning met terugwerkende kracht over te gaan. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden.

 

 

Uitspraak enkelvoudige kamer 12/249 WWB




U I T S P R A A K




op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 29 november 2011, 11/2163 (aangevallen uitspraak).

Partijen:

[appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb).

Datum uitspraak 5 juni 2013.




PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. A.C. Mens, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 april 2013. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Mens. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J. Oudenes.




OVERWEGINGEN


1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.Appellant ontvangt een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). Hij heeft zich op 14 april 2009 bij de Svb gemeld om een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) aan te vragen.

1.2. Bij besluit van 8 maart 2011 heeft de Svb met ingang van 14 april 2009 aan appellant een AIO-aanvulling op het AOW-pensioen op grond van artikel 47a van de Wet werk en bijstand (WWB) toegekend.

1.3. Bij besluit van 26 mei 2011 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar tegen het besluit van 8 maart 2011 ongegrond verklaard. Daaraan is ten grondslag gelegd dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden om de AIO-aanvulling met terugwerkende kracht tot 3 januari 2008, de dag waarop appellant 65 jaar werd, toe te kennen.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Appellant betoogt dat sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de Svb met terugwerkende kracht tot 3 januari 2008 de AIO-aanvulling had moeten toekennen. Appellant voert in dat verband aan dat hij in 2007 bij een auto-ongeluk in Turkije is betrokken is geweest en dat zijn echtgenote daarbij is overleden en hijzelf ernstig gewond is geraakt. Daardoor is hij niet eerder dan in 2009 in staat geweest om naar Nederland terug te keren en een aanvraag om een AIO-aanvulling in te dienen. Voorts heeft appellant aangevoerd dat hij niet goed van de wettelijke regelingen op de hoogte is.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling, waarbij hij voor een overzicht van de relevante wettelijke bepalingen en zijn vaste rechtspraak inzake de toepassing van artikel 43 en 44 van de WWB naar de aangevallen uitspraak verwijst.

4.1. Appellant heeft niet met bewijsstukken aannemelijk gemaakt dat hij door het auto-ongeluk vóór 14 april 2009 buiten staat was zich te melden om een AIO-aanvulling aan te vragen. Zo er al belemmeringen waren voor appellant om zich te melden om een AIO-aanvulling aan te vragen, zou hij bovendien een derde daarvoor hebben kunnen inschakelen. Opmerking verdient in dit verband dat appellant kennelijk wel in staat is geweest om al dan niet met hulp van een derde op een eerder moment een AOW-pensioen aan te vragen.

4.2. De rechtbank heeft voorts terecht overwogen dat onbekendheid met wettelijke regelingen geen reden kan zijn om tot toekenning met terugwerkende kracht over te gaan.

4.3. Gelet op het hiervoor overwogene slaagt het betoog dat sprake is van bijzondere omstandigheden om de AIO-aanvulling met terugwerkende kracht toe te kennen, niet. Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. Er bestaat geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.




BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.J.A. Kooijman, in tegenwoordigheid van A.C. Oomkens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2013.

(getekend) J.J.A. Kooijman

(getekend) A.C. Oomkens