Abw
praktijk

 

               

 

 
vorige

 

HOOFDSTUK  5
Van aanvraag tot beroep



§ 6.  Beroep en hoger beroep

 

 

 

 

    
    Beroep bij de rechter:
x

      Zie eerst de vorige paragraaf over bezwaar.
 
Zoals al blijkt uit de titel van hoofdstuk 6 Awb, komen de algemene procedurevoorschriften voor beroep bij de administratieve rechter, maar ook die voor hoger beroep en beroep in cassatie (artikel 6:24 Awb), sterk overeen met die van de bezwaarschriftprocedure. De behandeling van de zaak is echter veel formeler. In de bezwaarschriftprocedure zitten de partijen tijdens de hoorzitting doorgaans aan één tafel en kunnen vaak onder het genot van een kopje koffie de zaken worden besproken, maar aan de orde van de openbare terechtzitting in een beroepszaak wordt strak de hand gehouden en worden de door partijen aangevoerde gronden alleen juridisch beschouwd.
 
Omdat zeker in een beroepszaak de inschakeling van een advocaat gewenst is, wordt in deze paragraaf de procedure verder niet behandeld. Belangstellenden kunnen de hele rechtsgang nalezen in hoofdstuk 8 Awb. Nogmaals zij gewezen op het recht op bijzondere bijstand voor de kosten van eigen bijdrage advocaat en de kosten van griffierecht (zie vorige paragraaf).
 
Afhankelijk van de sector Bestuursrecht van de arrondissementsrechtbank waarbij het beroep aanhangig is, zal de duur van de behandeling van de zaak tot aan de uitspraak gemiddeld tussen de twaalf en achttien maanden belopen. Een verzoek om voorlopige voorziening (niet te verwarren met de voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 6, onderdeel c, Abw) zal afhankelijk van de vereiste spoed binnen enkele dagen tot enkele maanden zijn afgehandeld.
 
 
 
 
    Hoger beroep en beroep in cassatie:
x
      Tegen een uitspraak van de rechtbank ("de rechter in eerste aanleg") kan binnen zes weken na de dag van verzending van die uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep ("de rechter in tweede aanleg") te Utrecht. Voor hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep gelden de bepalingen van de Awb en hetgeen is neergelegd in de Beroepswet (Bw). Bij de Centrale Raad van Beroep kan alleen tegen een uitspraak inzake een besluit dat is genomen op grond van een wettelijk voorschrift (veelal een wet) dat is opgenomen in de bijlage bij de Beroepswet hoger beroep worden ingesteld. Net als in beroep vindt ook in hoger beroep een volledig nieuw feitenonderzoek plaats.
 
De werking van een uitspraak met betrekking tot een besluit, genomen op grond van een wettelijk voorschrift dat is opgenomen in onderdeel C, onder 1 tot en met 24, van de bijlage bij de Beroepswet, wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken of, indien hoger beroep is ingesteld, op het hoger beroep is beslist (artikel 19 Bw). De Abw, Wik en Wiw vallen daar niet onder.
 
De behandeling van het hoger beroep kan meerdere jaren in beslag nemen. Tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep kan bij hem binnen zes weken na de dag van verzending van die uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld. Het beroep wordt vervolgens behandeld door de Hoge Raad der Nederlanden te Den Haag. Omdat de Hoge Raad toezicht houdt op de eenheid in rechtspraak en daarom slechts over rechtsvragen beslist, kan beroep in cassatie alleen worden ingesteld op grond van schending van het recht of op grond van bepaalde vorm- of procedurefouten. Anders dan in beroep en hoger beroep vindt in cassatie geen nieuw feitenonderzoek plaats. De Hoge Raad gaat uit van de feiten zoals deze door de lagere rechters zijn vastgesteld.
 
 
   

 

 

xx

x

 

home | index | register | afkortingen | inhoud Abw | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x