Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Algemene nabestaandenwet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2013

 

REGELING  OP  GROND  VAN  BESLUIT  EX  ARTIKEL  66a  ANW

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2014
(art. 2 Rba66aA14)

 
 

13 juli 1998, Stcrt. 1998, 133
Inwerkingtreding: 1 januari 1999
(T.a.v. artt. 4:2 en 7:2 Ba66aA)

 

 

 

 
13 juli 1998/nr. SV/VP/98/2888
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 4, tweede lid, en 7, tweede lid, van het Besluit ex artikel 66a Anw;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Hoogte van de bijdrage
De hoogte van de door de persoon of de echtgenoot aan de Bank verschuldigde bijdrage, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, van het Besluit ex artikel 66a Anw, bedraagt met ingang van 1 januari 2013 |58,85 per maand.

 

Art. 2. Vervallen.

 

Art. 3. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling op grond van Besluit ex artikel 66a Anw.

 

Art. 4. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1999.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

s-Gravenhage, 13 juli 1998.
De Staatssecretaris voornoemd,
F.H.G. de Grave.

 

 

 

TOELICHTING
[13 juli 1998]

 

     Op grond van artikel 66a van de Algemene nabestaandenwet (Anw) is in het Besluit ex artikel 66a Anw (hierna te noemen het besluit) een voorziening getroffen voor mensen die onverzekerbaar zijn. Iemand is onverzekerbaar als hij f door een verzekeraar geweigerd wordt voor een overlijdensrisicoverzekering f slechts wordt geaccepteerd tegen een premie die minimaal 2,5-maal zo hoog is als de premie voor iemand zonder gezondheidsrisicos in dezelfde leeftijdscategorie voor dezelfde verzekering. Op grond van het besluit kan een nabestaande die niet aan de eisen genoemd in artikel 14 van de Anw voldoet, toch onder bepaalde voorwaarden aanspraak krijgen op een nabestaandenuitkering op grond van de Anw.
     En van die voorwaarden is dat met ingang van 1 juli 1999 een maandelijkse bijdrage dient te worden betaald aan de Sociale Verzekeringsbank. In deze regeling wordt die bijdrage met ingang van 1 juli 1999 vastgesteld op 100,- per maand (artikel 1).
     De regeling staat open voor personen die geboren zijn tussen 1 januari 1950 en 1 juli 1956 waarvan de echtgenoot volgens bovenstaande definitie onverzekerbaar is. Betrokkenen dienen zich vr 1 april 1999 te melden bij de SVB.
     Om te bepalen of een persoon onverzekerbaar is, kan het noodzakelijk zijn dat een verzekeraar deze persoon aan een medisch onderzoek zal moeten onderwerpen. Op grond van artikel 7 van het besluit ontvangt een verzekeraar van de SVB een vergoeding in de kosten van dat onderzoek. In artikel 2 van deze regeling is vastgelegd dat indien de echtgenoot, om te bepalen of hij onverzekerbaar is, aan een medisch onderzoek is onderworpen, een verzekeraar afhankelijk van de aard en omvang van het medisch onderzoek dat is verricht, een vergoeding per onverzekerbare echtgenoot ontvangt.
     Bij het onderzoek door een huisarts zal in de meeste gevallen een bloedonderzoek behoren. De hoogte van de voorgestelde vergoeding is daarop afgestemd. Bij het vragen van aanvullende inlichtingen wordt gedacht aan aanvullende inlichtingen bij de arts die de persoon eerder heeft onderzocht. Ten aanzien van de genoemde maximumbedragen wordt opgemerkt dat de in artikel 2 genoemde bedragen vaste standaardbedragen, inclusief eventuele belastingen, zullen zijn. In de praktijk betekent dit dat aan een verzekeraar slechts een vergoeding wordt verstrekt voor n onderzoek door een huisarts, n gericht medisch onderzoek en eenmaal voor aanvullende inlichtingen. Deze onderdelen kunnen wel naast elkaar voorkomen. Welk onderzoek of welke onderzoeken door een verzekeraar zijn verricht, zal moeten blijken uit de door een verzekeraar ingediende declaratie bij de SVB.
     Aan de vergoeding aan verzekeraars die de echtgenoot aan een medisch onderzoek heeft onderworpen, bestaat alleen behoefte in het jaar 1999; het jaar waarin bepaald dient te worden of de echtgenoot onverzekerbaar is. Artikel 4, tweede lid, voorziet in verband hiermee alvast in een aantal wijzigingen van deze regeling per 1 januari 2000.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Anw | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x