Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Algemene nabestaandenwet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 30 april 2008

 

MAATREGELBESLUIT  ANW

Vervallen
m.i.v. 1 mei 2008
(art. 2 MS08)

 
 

26 april 1996, Stcrt. 1996, 141
Inwerkingtreding: 1 augustus 1996
(T.a.v. art. 38:6 Anw)

 

 

 

 
     Het bestuur van de Sociale Verzekeringsbank;
     Gelet op artikel 38, vijfde lid, van de Algemene nabestaandenwet;

     Besluit:

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemene bepalingen

 

Art. 1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de Anw: de Algemene nabestaandenwet;
b. de Bank: de Sociale Verzekeringsbank;
c. uitkering: een nabestaandenuitkering, halfwezenuitkering of wezenuitkering als bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling I, van de Anw;
d. nabestaande: degene die een nabestaandenuitkering of een halfwezenuitkering ontvangt dan wel voor een zodanige uitkering in aanmerking wenst te komen;
e. wees: degene aan wie een wezenuitkering is toegekend, die een zodanige uitkering heeft aangevraagd dan wel voor wie een zodanige uitkering is aangevraagd.

 

Art. 2.
-1. Dit besluit is van toepassing op:
a. de nabestaande;
b. de wees;
c. de wettelijke vertegenwoordiger van de nabestaande of de wees.
-2. Dit besluit is ook van toepassing als de in het eerste lid bedoelde personen in het buitenland wonen.

 

 

HOOFDSTUK  2

Maatregelen

 

Art. 3.
-1. Indien degene op wie dit besluit van toepassing is de verplichting om op verzoek informatie te verstrekken als bedoeld in artikel 35 Anw niet binnen de door de Bank daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen of een verplichting, genoemd in de artikelen 3 tot en met 11 van de Controlevoorschriften Anw, niet of niet behoorlijk is nagekomen, wordt de uitkering tijdelijk gedeeltelijk geweigerd.
-2. De weigering, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats door een bedrag dat met inachtneming van artikel 4 dan wel artikel 6 is vastgesteld, in mindering te brengen op de eerstvolgende uit te betalen termijn of termijnen van de uitkering.
-3. In afwijking van het eerste lid vindt geen weigering plaats maar wordt een schriftelijke waarschuwing gegeven indien het niet tijdig nakomen van de verplichting om op verzoek informatie te verstrekken als bedoeld in artikel 35 Anw niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, tenzij:
a. door de Bank ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting reeds een schorsingsbeslissing is genomen; of
b. het niet nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar, te rekenen vanaf de datum waarop aan de mededelingsplichtige reeds eerder een zodanige waarschuwing is gegeven.

 

Art. 4.
-1. Bij het na een schriftelijk rappel of een schriftelijke waarschuwing niet binnen twee weken, dan wel op een door de Bank nader vast te stellen tijdstip, nakomen van een verplichting als bedoeld in artikel 37 Anw of in de artikelen 3 en 5 tot en met 11 van de Controlevoorschriften Anw, wordt eenmalig een bedrag van €|22,00 in mindering gebracht op de uitkering.
-2. Bij het niet nakomen van een verplichting als bedoeld in artikel 4 van de Controlevoorschriften Anw wordt eenmalig een bedrag van €|22,00 in mindering gebracht op de uitkering.
-3. Indien binnen één kalendermaand twee of meer verplichtingen, genoemd in de artikelen 3 tot en met 11 van de Controlevoorschriften Anw, niet worden nagekomen, wordt eenmaal het in het eerste lid genoemde bedrag op de uitkering in mindering gebracht.
-4. Indien binnen twee jaren na de dag waarop een weigering als gevolg van het niet nakomen van één of meer verplichtingen is bekendgemaakt, opnieuw één of meer verplichtingen niet worden nagekomen, wordt eenmalig een bedrag van €|34,00 in mindering gebracht op de uitkering.

 

Art. 5.
Indien ten genoegen van de Bank aannemelijk wordt gemaakt dat het niet nakomen van een verplichting zoals opgelegd in de Controlevoorschriften Anw niet kan worden verweten aan degene aan wie de verplichting is opgelegd, worden de artikelen 3 en 4 niet toegepast.

 

Art. 6.
Indien ten genoegen van de Bank aannemelijk wordt gemaakt dat het niet nakomen van een verplichting zoals opgelegd in de Controlevoorschriften Anw aan degene aan wie de verplichting is opgelegd in verminderde mate kan worden verweten, wordt het bedrag dat is vastgesteld met toepassing van artikel 4 gehalveerd.

 

 

HOOFDSTUK  3

Slotbepalingen

 

Art. 7.
Deze regeling treedt in werking op de dag waarop de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid in werking treedt, doch niet eerder dan met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

 

Art. 8.
Deze regeling wordt aangehaald als: Maatregelbesluit Anw.

 

 

     Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Amstelveen, 26 april 1996.
B. de Vries,
P.A. Schaafsma.

 

 

 

TOELICHTING
[26 april 1996]

 

Algemene  toelichting

 

1. Inleiding


     Met ingang van 1 juli 1996 is de Anw in werking getreden. Artikel 38 Anw verplicht de Bank ertoe bij overtreding van de Controlevoorschriften Anw of bij het niet binnen de door de Bank gestelde termijn voldoen aan een verzoek om informatie, het ouderdomspensioen geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend te weigeren. In artikel 38, vijfde lid [zesde lid, red.], Anw is bepaald dat de Bank nadere regels stelt met betrekking tot de weigering. Deze regels zijn in dit besluit vastgelegd.
     De verplichting om de uitkering geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend te weigeren geldt bij overtreding van de Controlevoorschriften Anw, bij het niet binnen de door de Bank gestelde termijn verstrekken van inlichtingen op verzoek van de Bank, bij het weigeren zich op verzoek van de Bank aan een geneeskundig onderzoek te onderwerpen en wanneer de verplichting tot overlegging van een geldig identificatiebewijs niet wordt nagekomen. Deze laatste verplichting is behalve in de Controlevoorschriften AOW ook neergelegd in artikel 91, vierde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen. In de citeertitel van het besluit en in deze toelichting gebruikt de Bank de term "een maatregel opleggen" in plaats van "het weigeren van een uitkering". Hiermee wordt aangesloten bij de terminologie in de memorie van toelichting op de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid.

 

2. Verhouding tussen maatregelen en boetes


     De Bank kan slechts correcte uitkeringen toekennen en uitbetalen als zij beschikt over de juiste en volledige gegevens. Om dit te bereiken, verplicht artikel 35 Anw de nabestaande, het ouderloos kind en zijn wettelijke vertegenwoordiger, alsmede de instelling waaraan de uitkering zonder machtiging van de uitkeringsgerechtigde wordt uitbetaald, de Bank onverwijld, spontaan of op verzoek mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden die van invloed kunnen zijn op het recht op of de hoogte van de uitkering of op het bedrag van de uitkering dat wordt uitbetaald.
     Daarnaast heeft de Bank in artikel 36, eerste lid, Anw de bevoegdheid gekregen om controlevoorschriften vast te stellen. In deze voorschriften is vastgelegd op welke manieren de belanghebbende moet meewerken aan algemene of op het individuele geval gerichte controles door de Bank. De nabestaande, het ouderloos kind, zijn wettelijke vertegenwoordiger of de instelling waaraan de uitkering op grond van de artikelen 49 of 57 Anw wordt uitbetaald, zijn op grond van artikel 36, tweede lid, Anw verplicht deze voorschriften op te volgen.
     Als de belanghebbende niet aan de mededelingsplicht van artikel 35 Anw voldoet, legt de Bank hem een boete op. Een boete komt met name aan de orde als de belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens aan de Bank verstrekt, van belang zijnde feiten of omstandigheden niet of niet tijdig meldt, vragen van de Bank niet beantwoordt of misleidend bewijsmateriaal verschaft.
     Een maatregel wordt opgelegd wanneer de belanghebbende de Controlevoorschriften Anw heeft overtreden. Dit is onder meer het geval als hij niet binnen de door de Bank gestelde termijn een door de Bank toegestuurd formulier invult en terugzendt. Van overtreding is bijvoorbeeld ook sprake als de belanghebbende weigert inzage te verlenen in bescheiden waarom de Bank heeft gevraagd of als hij niet binnen de door de Bank gestelde termijn bewijsstukken inzendt.
     Een maatregel wordt bij overtreding van de Controlevoorschriften Anw slechts opgelegd als geen relevante wijziging van de omstandigheden heeft plaatsgevonden. Is dit wel het geval en heeft betrokkene verzuimd de wijziging te melden, dan wordt een boete opgelegd. Het opleggen van een maatregel blijft dan op grond van artikel 38, vierde lid, Anw achterwege.

 

3. Verhouding tussen het opleggen van een maatregel en opschorting of schorsing van de betaling of de beëindiging van de uitkering


     De verplichting om bij niet-naleving van de Controlevoorschriften Anw een maatregel op te leggen, laat onverlet de verplichting van de Bank de uitbetaling van de uitkering op te schorten of te schorsen wanneer zij op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft dat de uitkering moet worden ingetrokken of verminderd of dat de mededelingsverplichting of de controlevoorschriften niet zijn nageleefd. Deze verplichting is neergelegd in artikel 46, derde lid, Anw.
     Schorsing van de uitbetaling vindt bijvoorbeeld plaats als de betrokkene zijn officiële levensbewijs niet inzendt of, als het gaat om een nabestaandenuitkering, een inkomensopgaveformulier niet invult. Voldoet de betrokkene op een later moment alsnog aan zijn verplichting, dan herleeft de uitbetaling van de uitkering. Hierop wordt dan de opgelegde maatregel ten uitvoer gelegd. Het kan ook voorkomen dat de belanghebbende zo lang niet aan bepaalde verplichtingen voldoet dat de Bank niet kan vaststellen of er nog recht op uitkering bestaat. De Bank is dan op grond van artikel 34, eerste lid, onderdeel c, Anw verplicht de uitkering in te trekken. Als de burger alsnog aan zijn verplichtingen voldoet nadat de intrekkingsbeslissing rechtens onaantastbaar is geworden, zal de Bank terugkomen op de beëindigingsbeslissing. In het algemeen zal echter aan de beslissing om terug te komen op de intrekkingsbeslissing geen terugwerkende kracht worden verleend.

 

4. De zwaarte van de maatregel


     Het besluit kent twee standaardmaatregelen, te weten een maatregel bij een eerste overtreding en een maatregel bij recidive. Voor beide maatregelen geldt dat zij voor één termijn worden opgelegd.
     Het feit dat slechts twee standaardmaatregelen worden onderscheiden, is gebaseerd op de volgende overwegingen.
     In de eerste plaats zijn de controlevoorschriften van onderling gelijk gewicht. Dit betekent dat de overtreding van het ene voorschrift tot eenzelfde maatregel dient te leiden als overtreding van het andere voorschrift.
     In de tweede plaats kan in de praktijk de enkele overtreding van de controlevoorschriften nimmer tot ten onrechte betaalde bedragen leiden. Van een teveelbetaling kan slechts sprake zijn als de belanghebbende naast de controlevoorschriften ook zijn mededelingsverplichting van artikel 35 Anw heeft geschonden. In dat geval moet een boete worden opgelegd. Dat betekent dat er geen samenhang behoeft te worden gecreëerd tussen de door de Bank geleden of potentieel te lijden schade en de zwaarte van de maatregel. Kan de overtreding in het geheel niet aan de betrokkene worden verweten, dan ziet de Bank af van het opleggen van een maatregel. Is de gedraging wel verwijtbaar maar zijn er zodanige verzachtende omstandigheden dat de overtreding slechts in beperkte mate aan de betrokkene kan worden verweten, dan wordt het op de uitkering in mindering te brengen bedrag gehalveerd.

 

 

Artikelsgewijze  toelichting

 

Artikel 1

     In dit artikel wordt een omschrijving gegeven van een aantal begrippen die in de voorschriften worden gebruikt. Onder "nabestaande" wordt verstaan degene die een nabestaandenuitkering of een halfwezenuitkering ontvangt of voor een zodanige uitkering in aanmerking wenst te komen. Als nabestaande wordt niet aangemerkt degene aan wie een uitkering is toegekend, maar die niet werkelijk een uitkering ontvangt in verband met de hoogte van zijn inkomen. Op dergelijke personen is dit besluit niet van toepassing.

 

Artikel 2

     Het besluit is van toepassing op de nabestaande, de wees en de wettelijke vertegenwoordiger van de nabestaande of van de wees. Komt één van deze personen de Controlevoorschriften Anw niet na, dan wordt de nabestaandenuitkering en/of de halfwezenuitkering van de nabestaande, dan wel de wezenuitkering van de wees, tijdelijk gedeeltelijk geweigerd.

 

Artikel 3

     In verband met het door de wetgever gewenste lik-op-stukbeleid wordt de maatregel zo snel mogelijk ten uitvoer gelegd.
     Wordt de maatregel opgelegd aan een nabestaande die zowel nabestaandenuitkering als halfwezenuitkering ontvangt, dan wordt de maatregel zo spoedig mogelijk op het totaalbedrag van beide uitkeringen ten uitvoer gelegd. Dit geldt ook als de schending van de controlevoorschriften slechts één van de beide uitkeringen betreft.

 

Artikel 4, eerste lid

     Aan vrijwel alle verplichtingen genoemd in de Controlevoorschriften Anw gaat een verzoek van de Bank vooraf om binnen een bepaalde termijn op een bepaalde manier medewerking te verlenen. Als deze medewerking tegen het einde van de gestelde termijn niet is verleend, verzendt de Bank een rappel waarbij aan de betrokkene nog een korte aanvullende termijn wordt gegund, dan wel een nieuw tijdstip wordt genoemd waarop de betrokkene zijn medewerking moet verlenen. Voldoet de betrokkene daaraan niet, dan wordt een maatregel opgelegd.

 

Artikel 4, tweede lid

     Als een wijziging van het adres of het sociaal-fiscaal nummer van de uitkeringsgerechtigde niet binnen vier weken aan de Bank wordt gemeld, wordt een maatregel van ƒ50,- opgelegd. Omdat het hier om een spontane meldingsplicht gaat, is een voorafgaand rappel of een voorafgaande waarschuwing niet aan de orde.

 

Artikel 4, derde lid

     Als de belanghebbende binnen één uitkeringstijdvak (dat wil zeggen één maand) meerdere verplichtingen niet nakomt, wordt slechts één maatregel opgelegd.

 

Artikel 4, vierde lid

     Als de betrokkene binnen twee jaar nadat hem een maatregel is opgelegd op grond van artikel 38, eerste lid, Anw wederom de Controlevoorschriften Anw overtreedt, wordt de hem op te leggen maatregel met 50% verhoogd. Het op de uitkering in mindering te brengen bedrag is dan ƒ75,-.

 

Artikelen 5 en 6

     Als de betrokkene in de feitelijke onmogelijkheid heeft verkeerd om de controlevoorschriften na te leven of als een verzoek om medewerking hem niet heeft bereikt om redenen die hem niet kunnen worden aangerekend, is de overtreding van de controlevoorschriften niet verwijtbaar. Oplegging van een maatregel blijft dan achterwege.
     Het kan ook voorkomen dat het niet naleven van de controlevoorschriften wel enigszins, maar niet ten volle aan de betrokkene kan worden verweten. In dat geval wordt de op te leggen maatregel gehalveerd.
     De Bank gaat er bij de oplegging van de maatregel van uit dat er geen sprake is van verzachtende omstandigheden, tenzij de betrokkene zelf - naar aanleiding van het rappel van de Bank als bedoeld in artikel 4 - al melding heeft gemaakt van dergelijke omstandigheden.
     De belanghebbende die meent dat hem ten onrechte een maatregel is opgelegd zonder toepassing van artikel 5 of artikel 6, kan bezwaar aantekenen tegen het besluit waarbij de maatregel is opgelegd. Blijkt tijdens de bezwaarschriftprocedure van verzachtende omstandigheden, dan wordt hiermee in de beslissing op bezwaar alsnog rekening gehouden.

 

Amstelveen, 26 april 1996.
B. de Vries,
P.A. Schaafsma.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Anw | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x