Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Beroepswet
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

BEROEPSREGLEMENT
 
 

1 augustus 1956, Stb. 1956, 423
Inwerkingtreding: 1 januari 1957
(T.a.v. art. 5 Bw)

 

 

 

 
BESLUIT van 1 augustus 1956 ter uitvoering van de beroepswet

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 20 juni 1956, Afdeling Wetgeving, nº. 241/656;
     Gelet op de artikelen 10, 24, 28-30, 54, 55, 104-106, 130, 132 en 144 der Beroepswet (Stb. 1955, 47);
     De Raad van State gehoord (advies van 3 juli 1956, nº. 19);
     Gezien het nader rapport van Onze voornoemde minister van 31 juli 1956, Afdeling Wetgeving, nº. 285/656;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

HOOFDSTUK  I

Raden van Beroep

 

Art. 1. Vervallen.

 

Art. 2. Vervallen.

 

Art. 3. Vervallen.

 

Art. 3a. Vervallen.

 

Art. 4. Vervallen.

 

Art. 5. Vervallen.

 

Art. 6. Vervallen.

 

Art. 7. Vervallen.

 

Art. 8. Vervallen.

 

Art. 9. Vervallen.

 

Art. 10. Vervallen.

 

Art. 11. Vervallen.

 

Art. 12. Vervallen.

 

Art. 13. Vervallen.

 

Art. 14. Vervallen.

 

Art. 15. Vervallen.

 

Art. 16. Vervallen.

 

Art. 17. Vervallen.

 

Art. 18. Vervallen.

 

Art. 19. Vervallen.

 

Art. 20. Vervallen.

 

Art. 21. Vervallen.

 

Art. 22. Vervallen.

 

Art. 23. Vervallen.

 

Art. 24. Vervallen.

 

Art. 25. Vervallen.

 

Art. 26. Vervallen.

 

Art. 27. Vervallen.

 

 

HOOFDSTUK  II

De Centrale Raad van Beroep

 

§ 1.  Algemene bepalingen

 

Art. 28. Vervallen.

 

Art. 28a.
-1. De rang van ouderdom van dienst tussen hen die eenzelfde ambt bekleden, wordt geregeld naar de dagtekening en zo nodig naar het nummer van de besluiten van benoeming.
-2. Zijn verscheidene personen tot éénzelfde ambt benoemd bij één besluit, dan wordt de rang van ouderdom geregeld naar de volgorde waarin zij in het besluit worden genoemd.

 

Art. 28b. Vervallen.

 

Art. 28c. Vervallen.

 

Art. 29. Vervallen.

 

Art. 30.
Zij die de Centrale Raad van Beroep als griffier bijstaan, dragen hetzelfde costuum als de overeenkomstige ambtenaren van een gerechtshof.

 

Art. 31.
De president roept, zo dikwijls hij zulks nodig acht, de Centrale Raad van Beroep in algemene vergadering bijeen. Zoveel mogelijk wonen alle senior raadsheren en raadsheren de vergadering bij.

 

Art. 31a. Vervallen.

 

Art. 32.
In de gevallen waarin van Onzentwege bij de Centrale Raad van Beroep bericht of advies wordt ingewonnen, zal het antwoord worden vastgesteld in een algemene vergadering.

 

Art. 33. Vervallen.

 

Art. 34. Vervallen.

 

Art. 35. Vervallen.

 

Art. 36. Vervallen.

 

Art. 37. Vervallen.

 

 

§ 2.  De griffie

 

Art. 38.
De griffier is hoofd van

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Beroepswet | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x