Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-01-2005   Intrekking Stb. 2004, 311 Stb. 2004, 548
01-01-2004   Wijziging Stcrt. 2003, 250 Stcrt. 2003, 250
01-01-2002   Wijziging Stcrt. 2001, 249 Stcrt. 2001, 249
  Wijziging Stcrt. 2001, 214,
supplement
Stcrt. 2001, 214,
supplement
01-01-2000   Wijziging Stcrt. 1999, 234 Stcrt. 1999, 234
01-01-1999   Wijziging Stcrt. 1998, 246 Stcrt. 1998, 246
  Wijziging Stcrt. 1998, 233 Stcrt. 1998, 233
30-04-1998 01-01-1998 Wijziging Stcrt. 1998, 80 Stcrt. 1998, 80
01-01-1996   Wijziging Stcrt. 1995, 250 Stcrt. 1995, 250
01-01-1993   Wijziging Stcrt. 1992, 251 Stcrt. 1992, 251
01-01-1990   Wijziging Stcrt. 1989, 185 Stcrt. 1989, 185
01-01-1988   Wijziging Stcrt. 1987, 241 Stcrt. 1987, 241
01-01-1985   Nieuwe regeling Stcrt. 1984, 172 Stcrt. 1984, 172

 

 

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L. de Graaf;
     Gelet op artikel 6, tiende lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering;
     Gehoord de Sociale Verzekeringsraad;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
De vergoeding die de werknemer ontvangt ter zake van werkzaamheden die hij niet bij wijze van beroep in dienstbetrekking verricht voor doorgaans één privaatrechtelijk of publiekrechtelijk lichaam dat niet aan de heffing van de vennootschapsbelasting is onderworpen, dan wel voor doorgaans één sportvereniging of -stichting die op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 aan de vennootschapsbelasting is onderworpen, wordt geacht te strekken tot bestrijding van kosten ter behoorlijke vervulling van dienstbetrekking indien de waarde of het bedrag van die vergoeding doorgaans niet meer bedraagt dan €|21,00 per week, doch ten hoogste €|735,00 per jaar.

 

Art. 2.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1985.

 

 

's-Gravenhage, 28 augustus 1984.
De Staatssecretaris voornoemd,
L. de Graaf
.