Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Coφrdinatiewet Sociale Verzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2004

 

REGELING  WAARDERING  LOON  IN  NATURA  2000

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2005
(art. I, onderdeel J, Walvis)

 
 

21 december 1999, Stcrt. 1999, 248
Inwerkingtreding: 1 januari 2000
(T.a.v. art. 8:2 CSV)
(Zie art. 37:3 en 37:4 Rvgkwlnvv02)

 

 

 

 
21 december 1999/nr. SV/AVF/99/80475
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
     Gelet op artikel 8, tweede lid, van de Coφrdinatiewet Sociale Verzekering;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
-1. De waarde van kost en inwoning en van maaltijden wordt gesteld op het bedrag aangegeven in de navolgende tabel:

Waarde van Per maand Per week Per dag
1Ί. kost en inwoning: 529,00xxx 122,00xxx 24,40xxx
2Ί. volle kost: 261,00xxx 60,00xxx 12,00xxx
3Ί. warme maaltijd: 130,50xxx 30,00xxx 6,00xxx
4Ί. koffiemaaltijd: 65,25xxx 15,00xxx 3,00xxx
5Ί.fontbijt:xxxxxxxxxx 65,25xxx 15,00xxx 3,00xxx

-2. In afwijking van het eerste lid wordt de waarde van kost aan boord van schepen en baggermaterieel en op boorplatforms gesteld op ƒ8,55 per dag.
-3. In afwijking van het eerste lid wordt ten aanzien van militairen de waarde van voeding en van huisvesting - uitgezonderd het genot van een woning - gesteld op het bedrag dat ter zake aan de werknemer in rekening wordt gebracht.
-4. In afwijking van het eerste lid wordt de waarde van het in werktijd mee-eten van werknemers in de geestelijke en lichamelijke gezondheids- of welzijnszorg met de hen toevertrouwde patiλnten, pupillen of bewoners gesteld op nihil indien zij dit verplicht zijn op basis van de arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijk aanstelling op grond van opvoedkundige of therapeutische overwegingen of overwegingen van resocialiserende aard.
-5. De waarde van het genot van een woning wordt gesteld op de waarde welke daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend. Indien de inspecteur der directe belastingen op grond van artikel 11, vijfde lid, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 bij beschikking de waarde van het genot van een woning op een geringer bedrag heeft vastgesteld, wordt de waarde gesteld op het door de inspecteur vastgestelde bedrag.
-6. De waarde van huisvesting aan boord van schepen en baggermaterieel, op boorplatforms en in pakwagens van kermisexploitanten wordt gesteld op het bedrag aangegeven in de navolgende tabel:

Huisvesting Per maand Per week Per dag
a. Aan boord van binnenschepen - andere dan vissersschepen - en baggermaterieel: xxxxxxxxxx    
1Ί. Voor de werknemer die met zijn gezin aan boord woont:   xxxxxxxx xxxxxxx
- van een schip van meer dan 2000 ton: ƒ245,00x ƒ57,00x ƒ11,40x
- van een schip van meer dan 500, doch niet meer dan 2000 ton: ƒ183,75x ƒ42,75x ƒ  8,55x
- van een ander schip of van baggermaterieel: ƒ122,50x ƒ28,50x ƒ  5,70x
2Ί. Voor de werknemer die aan boord woont en geen gezin heeft: ƒ100,00x ƒ23,00x ƒ  4,60x
b. Aan boord van zeeschepen - andere dan vissersschepen - en op boorplatforms:      
1Ί. Voor de werknemer die met zijn gezin aan boord woont:     ƒ17,15x
2Ί. Voor de werknemer die aan boord woont en geen gezin heeft:      
- voor een kapitein en voor een officier:     ƒ  8,10x
- voor een andere werknemer:     ƒ  4,05x
c. Aan boord van vissersschepen: voor de werknemer die aan boord woont en geen gezin heeft:     ƒ  5,55x
d. In pakwagens van kermisexploitanten: voor de werknemer die in een pakwagen woont en geen gezin heeft: ƒ100,00x ƒ23,00x ƒ  4,60x
e. Voor de werknemer die niet is aangeduid in de onderdelen a, b, c en d: nihilx nihilx nihilx

-7. De waarde van bewassing, energie en water wordt gesteld:
a. voor bewassing: op ƒ29,00 per maand (ƒ6,75 per week, ƒ1,35 per dag);
b. voor energie ten behoeve van verwarmingsdoeleinden: op ƒ54,50 per maand (ƒ12,50 per week, ƒ2,50 per dag);
c. voor energie ten behoeve van kookdoeleinden: op ƒ30,25 per maand (ƒ7,00 per week, ƒ1,40 per dag);
d. voor energie ten behoeve van andere dan verwarmings- en kookdoeleinden: op ƒ19,50 per maand (ƒ4,50 per week, ƒ0,90 per dag);
e. voor water: op ƒ12,00 per maand (ƒ2,75 per week, ƒ0,55 per dag).
-8. In de waarde van huisvesting - uitgezonderd het genot van een woning - dan wel in de waarde van kost en inwoning wordt geacht te zijn begrepen de waarde van bewassing, energie en water.
-9. De waarde van kleding wordt voor een kind dat werkzaam is in de onderneming van zijn ouder gesteld op ƒ65,50 per maand (ƒ15,00 per week, ƒ3,00 per dag).
-10. Ingeval aan de werknemer in zijn woning een telefoon ter beschikking wordt gesteld, wordt, indien de waarde in het economische verkeer van het gebruik van die telefoon anders dan ten behoeve van de dienstbetrekking niet meer bedraagt dan ƒ660,00 op jaarbasis, de waarde van dat gebruik gesteld op ƒ41,00 per maand (ƒ9,50 per week, ƒ1,90 per dag). In afwijking in zoverre van de eerste volzin wordt de waarde van een aan de werknemer ter beschikking gestelde tweede telefoon die geheel of nagenoeg geheel ten behoeve van de dienstbetrekking wordt gebruikt, op nihil gesteld.

 

Art. 2.
Indien de verstrekkingen, bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, tevens door de gezinsleden van de werknemer worden genoten, worden de aldaar aangegeven bedragen verhoogd:
a. voor ieder gezinslid dat bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt: met 80%;
b. voor ieder gezinslid dat bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar niet heeft bereikt doch de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt: met 50%;
c. voor ieder gezinslid dat bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 12 jaar niet heeft bereikt: met 30%.

 

Art. 3.
-1. De waarde van kinderopvang wordt gesteld op het bedrag per dag, aangegeven in de navolgende tabel, nadat op het bedrag in de tabel in mindering zijn gebracht de voor rekening van de werknemer blijvende kosten:

 
Loon in geld (voor niet-genoemde bedragen treedt het naast lagere in de plaats
 
 
Als loon in aanmerking te nemen bedrag ter zake van kinderopvang gedurende meer dan vijf uur per dag, niet zijnde buitenschoolse of naschoolse opvang
 
voor het eerste kind voor elk volgend kind
per maand per week per dag per maand per week per dag per maand per week per dag
ƒ0,00 ƒ0,00 ƒ0,00 ƒ77,25 ƒ17,75 ƒ3,55 ƒ77,25 ƒ17,75 ƒ3,55
ƒ2670,00 ƒ616,25 ƒ123,25 ƒ151,15 ƒ35,00 ƒ7,00 ƒ90,00 ƒ20,75 ƒ4,15
ƒ3205,00 ƒ739,50 ƒ147,90 ƒ218,90 ƒ50,50 ƒ10,10 ƒ90,00 ƒ20,75 ƒ4,15
ƒ4275,00 ƒ986,50 ƒ197,30 ƒ354,40 ƒ81,75 ƒ16,35 ƒ105,15 ƒ24,25 ƒ4,85
ƒ5345,00 ƒ1233,50 ƒ246,70 ƒ477,85 ƒ110,25 ƒ22,05 ƒ142,65 ƒ33,00 ƒ6,60
ƒ6415,00 ƒ1480,50 ƒ296,10 ƒ595,25 ƒ137,25 ƒ27,45 ƒ178,40 ƒ41,25 ƒ8,25
ƒ7485,00 ƒ1727,25 ƒ345,45 ƒ718,75 ƒ165,75 ƒ33,15 ƒ216,00 ƒ49,75 ƒ9,95
ƒ8555,00 ƒ1974,25 ƒ394,85 ƒ841,15 ƒ194,00 ƒ38,80 ƒ253,25 ƒ58,50 ƒ11,70
ƒ9625,00 ƒ2221,25 ƒ444,25 ƒ849,75 ƒ196,00 ƒ39,20 ƒ255,75 ƒ59,00 ƒ11,80

 

 
Loon in geld (voor niet-genoemde bedragen treedt het naast lagere in de plaats
 
 
Als loon in aanmerking te nemen bedrag ter zake van kinderopvang gedurende vijf uur per dag of minder, niet zijnde naschoolse opvang, alsmede buitenschoolse opvang
 
voor het eerste kind voor elk volgend kind
per maand per week per dag per maand per week per dag per maand per week per dag
ƒ0,00 ƒ0,00 ƒ0,00 ƒ51,50 ƒ12,00 ƒ2,40 ƒ51,50 ƒ12,00 ƒ2,40
ƒ2670,00 ƒ616,25 ƒ123,25 ƒ100,80 ƒ23,25 ƒ4,65 ƒ60,00 ƒ13,75 ƒ2,75
ƒ3205,00 ƒ739,50 ƒ147,90 ƒ145,95 ƒ33,75 ƒ6,75 ƒ60,00 ƒ13,75 ƒ2,75
ƒ4275,00 ƒ986,50 ƒ197,30 ƒ236,30 ƒ54,50 ƒ10,90 ƒ70,10 ƒ16,25 ƒ3,25
ƒ5345,00 ƒ1233,50 ƒ246,70 ƒ318,55 ƒ73,50 ƒ14,70 ƒ95,10 ƒ22,00 ƒ4,40
ƒ6415,00 ƒ1480,50 ƒ296,10 ƒ396,85 ƒ91,50 ƒ18,30 ƒ118,95 ƒ27,50 ƒ5,50
ƒ7485,00 ƒ1727,25 ƒ345,45 ƒ479,15 ƒ110,50 ƒ22,10 ƒ144,00 ƒ33,25 ƒ6,65
ƒ8555,00 ƒ1974,25 ƒ394,85 ƒ560,80 ƒ129,50 ƒ25,90 ƒ168,85 ƒ39,00 ƒ7,80
ƒ9625,00 ƒ2221,25 ƒ444,25 ƒ566,50 ƒ130,75 ƒ26,15 ƒ170,50 ƒ39,25 ƒ7,85

 

 
Loon in geld (voor niet-genoemde bedragen treedt het naast lagere in de plaats
 
 
Als loon in aanmerking te nemen bedrag ter zake van naschoolse opvang
 
voor het eerste kind voor elk volgend kind
per maand per week per dag per maand per week per dag per maand per week per dag
ƒ0,00 ƒ0,00 ƒ0,00 ƒ38,65 ƒ9,00 ƒ1,80 ƒ38,65 ƒ9,00 ƒ1,80
ƒ2670,00 ƒ616,25 ƒ123,25 ƒ75,60 ƒ17,50 ƒ3,50 ƒ45,00 ƒ10,50 ƒ2,10
ƒ3205,00 ƒ739,50 ƒ147,90 ƒ109,45 ƒ25,25 ƒ5,05 ƒ45,00 ƒ10,50 ƒ2,10
ƒ4275,00 ƒ986,50 ƒ197,30 ƒ177,20 ƒ41,00 ƒ8,20 ƒ52,60 ƒ12,25 ƒ2,45
ƒ5345,00 ƒ1233,50 ƒ246,70 ƒ238,90 ƒ55,25 ƒ11,05 ƒ71,35 ƒ16,50 ƒ3,30
ƒ6415,00 ƒ1480,50 ƒ296,10 ƒ297,65 ƒ68,75 ƒ13,75 ƒ89,20 ƒ20,50 ƒ4,10
ƒ7485,00 ƒ1727,25 ƒ345,45 ƒ359,40 ƒ83,00 ƒ16,60 ƒ108,00 ƒ25,00 ƒ5,00
ƒ8555,00 ƒ1974,25 ƒ394,85 ƒ420,60 ƒ97,00 ƒ19,40 ƒ126,65 ƒ29,25 ƒ5,85
ƒ9625,00 ƒ2221,25 ƒ444,25 ƒ424,90 ƒ98,00 ƒ19,60 ƒ127,90 ƒ29,50 ƒ5,90

Onder buitenschoolse opvang wordt verstaan kinderopvang die zowel vσσr als na schooltijden en tijdens de schoolvakanties plaatsvindt. Onder naschoolse opvang wordt verstaan kinderopvang die zowel na schooltijd als tijdens de schoolvakanties plaatsvindt. De waarde van kinderopvang op vier dagen, op drie dagen, op twee dagen of op ιιn dag per week wordt gesteld op onderscheidenlijk vier vijfde, drie vijfde, twee vijfde en een vijfde van de bedragen die in de tabel zijn aangegeven.
-2. Bij kinderopvang voor meer dan ιιn kind wordt als eerste kind aangemerkt het kind, dan wel ιιn van de kinderen, voor wie de werknemer in het desbetreffende loonbetalingstijdvak het grootste aantal uren kinderopvang pleegt te genieten.
-3. Voor de toepassing van het eerste lid dient de werknemer gedagtekende facturen aan de werkgever te overhandigen waarbij een afschrift is gevoegd van de vergunning of de verklaring die door de gemeente aan de instelling of de natuurlijke persoon die de kinderopvang verricht is afgegeven, inhoudende dat de instelling of de natuurlijke persoon voldoet aan de door de gemeente gestelde regels met betrekking tot de kwaliteit, en in welke facturen op duidelijke en overzichtelijke wijze is vermeld:
a. de instelling jegens welke of de natuurlijke persoon jegens wie de uitgaven worden gedaan;
b. de instelling of de natuurlijke persoon die de kinderopvang verricht indien deze een andere is dan bedoeld in onderdeel a;
c. naam en leeftijd van de kinderen voor wie kinderopvang pleegt te worden genoten;
d. de perioden waarin en de dagen waarop gedurende meer dan vijf uur dan wel vijf uur of minder, dan wel in de vorm van buitenschoolse opvang onderscheidenlijk naschoolse opvang, kinderopvang pleegt te worden genoten;
e. het adres waar de kinderopvang pleegt plaats te vinden.
Voorts dient de werknemer een afschrift van de overeenkomst met de instelling of de natuurlijke persoon die de kinderopvang verzorgt aan de werkgever te overhandigen, in welke overeenkomst is opgenomen het adres waar de kinderopvang pleegt plaats te vinden.
-4. De werkgever bewaart de in het derde lid bedoelde facturen en het aldaar bedoelde afschrift bij de loonadministratie.
-5. Voor het geval de kinderopvang bij de werknemer thuis plaats vindt, wordt het niet als loon in aanmerking te nemen bedrag ter zake van kinderopvang gesteld op maximaal ƒ19 050,00 per jaar, ƒ1587,50 per maand, ƒ366,25 per week en ƒ73,25 per dag.

 

Art. 4.
-1. De waarde van een aan alle of alle onder een zelfde categorie vallende werknemers van de werkgever ter beschikking gesteld recht op vrij reizen met Nederlands openbaar vervoer dat niet is beperkt tot reizen over een vast traject ten behoeve van woon-werkverkeer wordt per persoon die van dat recht gebruik kan maken, minderjarige kinderen en pleegkinderen van de werknemer daaronder niet begrepen, gesteld op ƒ120,00 per jaar, dan wel, indien recht bestaat op reizen per 1e klas, op ƒ180,00 per jaar.
-2. De waarde van het recht op vermindering tot maximaal 50% van de prijs van vervoersbewijzen voor het reizen per Nederlands openbaar vervoer in hoofdzaak buiten de ochtendspits (voordeelurenkaart) wordt gesteld op nihil indien niet aannemelijk is dat de voordeelurenkaart niet mede dient tot verwerving van het loon of voor woon-werkverkeer.

 

Art. 5.
De waarde van een niet ter beurze genoteerd aandelenoptierecht wordt gesteld overeenkomstig artikel 15 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990.

 

Art. 6.
-1. De waarde van een voor woon-werkverkeer verstrekte of ter beschikking gestelde fiets wordt gesteld op ƒ150,00 onderscheidenlijk nihil, mits:
a. de catalogusprijs niet hoger is dan ƒ1650,00 inclusief omzetbelasting; en
b. in de drie voorafgaande jaren aan de werknemer geen fiets is verstrekt of ter beschikking gesteld.
-2. De waarde van met een fiets samenhangende zaken die dienstbaar zijn aan het woon-werkverkeer, voor zover de waarde van deze zaken niet meer bedraagt dan ƒ550,00 per drie kalenderjaren, alsmede de waarde van een daarmee samenhangende verzekering wordt op nihil gesteld.

 

Art. 7.
De waarde van een aan de werknemer verstrekt branche-eigen product van het bedrijf van de werkgever dan wel van een met de werkgever verbonden vennootschap als bedoeld in artikel 32, derde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt indien zulks leidt tot een lagere waarde, in afwijking van artikel 8, eerste lid, van de Coφrdinatiewet Sociale Verzekering, gesteld op de integrale kostprijs van dat product, voor zover de hoeveelheid ervan niet uitgaat boven hetgeen in een gezin als dat van de werknemer pleegt te worden gebruikt of verbruikt.

 

Art. 8.
De waarde in het economische verkeer van aan de werknemer verstrekte personeelsreizen, personeelsfestiviteiten en dergelijke incidentele personeelsvoorzieningen wordt, indien zulks tot een lagere waarde leidt, in afwijking van artikel 8, eerste lid, van de Coφrdinatiewet Sociale Verzekering, op nihil gesteld voor zover de kosten die rechtstreeks verband houden met die verstrekkingen ƒ750,00 per kalenderjaar niet overtreffen. Ingeval een personeelsvoorziening wordt verstrekt in verband met een jubileum van de werkgever, wordt het bedrag van ƒ750,00 verhoogd tot ƒ1000,00.

 

Art. 9.
De waarde van aan de werknemer verstrekte outplacement wordt op nihil gesteld.

 

Art. 10.
De waarde van deelneming aan bedrijfsfitness, geheel of nagenoeg geheel gedurende de werktijd en waaraan de deelneming openstaat voor alle werknemers, wordt gesteld op nihil. Onder bedrijfsfitness wordt verstaan: conditie- of krachttraining van werknemers die plaatsvindt onder deskundig toezicht en welke georganiseerd of geοnitieerd wordt door de werkgever.

 

Art. 11.
De waarde in het economisch verkeer van verstrekkingen van ten hoogste ƒ600,00 per jaar en ten hoogste ƒ50,00 per verstrekking, bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdeel e, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990, wordt op nihil gesteld.

 

Art. 12.
De waarde van aan de werknemer verstrekte achtergestelde vliegvervoerbewijzen door luchtvaartmaatschappijen en aanverwante bedrijven als bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdeel g, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 wordt op nihil gesteld.

 

Art. 13.
De op de voet van deze regeling in aanmerking te nemen waarde wordt verminderd met het bedrag dat de werknemer ter zake in rekening wordt gebracht, met dien verstande dat de aldus berekende waarde ten minste op nihil wordt gesteld.

 

Art. 14.
De Regeling waardering loon in natura 1999 wordt ingetrokken. De bepalingen van die regeling blijven van kracht ten aanzien van premiebetalingstijdvakken die zijn gelegen tussen 31 december 1998 en 1 januari 2000.

 

Art. 15.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2000.

 

Art. 16.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling waardering loon in natura 2000.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

's-Gravenhage, 21 december 1999.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst

 

 

 

TOELICHTING
[21 decemner 1999]

 

     De Regeling waardering loon in natura 2000 vervangt de voor het jaar 1999 geldende Regeling waardering loon in natura 1999. In de nieuwe regeling is een aantal vastgestelde geldbedragen ter zake van loon in natura in overeenstemming gebracht met de prijsontwikkeling. Met name betreft dit de bedragen voor kost, inwoning en maaltijden, huisvesting, bewassing, energie en water en kinderopvang.
     Voorts is in artikel 1, vierde lid, een redactionele wijziging doorgevoerd in de omschrijving van het therapeutisch mee-eten. De formulering blijft daardoor in overeenstemming met artikel 11, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990, zoals die komt te luiden per 1 januari 2000.
     Artikel 4, tweede lid, strekt ertoe de door de werkgever verstrekte voordeelurenkaarten op nihil te waarderen indien deze, afgezien van woon-werkverkeer, mede ten behoeve van het werk worden gebruikt. De nihilwaardering van de verstrekte voordeelurenkaart is niet van toepassing indien de kaart uitsluitend is verstrekt ten behoeve van privιgebruik door de werknemer en ten behoeve van het woon-werkverkeer. Dit waarderingsvoorschrift stemt overeen met artikel 14, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990, zoals dat inwerking treedt per 1 januari 2000.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x