Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Coördinatiewet Sociale Verzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2003

 

UITVOERINGSREGELING  KETENAANSPRAKELIJKHEID  PREMIE  WERKNEMERSVERZEKERINGEN

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2004
(art. 12:1 Uiko04)

 
 

29 juni 1998, Stcrt. 1998, 122
Inwerkingtreding: 1 juli 1998
(T.a.v. art. 16b:5 en 16b:8 CSV)

 

 

 

 
29 juni 1998/nr. SV/AVF/98/2822
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 16b, vijfde en achtste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Coördinatiewet Sociale Verzekering;
b. de Invorderingswet: de Invorderingswet 1990;
c. rekeninghouder: de houder van een g-rekening;
d. kredietinstelling: een kredietinstelling als bedoeld in artikel 16b, vijfde lid, van de wet;
e. de ontvanger: de ontvanger der rijksbelastingen die bevoegd is met betrekking tot de invordering van door de rekeninghouder verschuldigde loonbelasting en omzetbelasting;
f. premie: de premie en voorschotpremie, bedoeld in artikel 16b, eerste lid, van de wet; ¹
h. g-rekening: een geblokkeerde rekening, zijnde een rekening als bedoeld in artikel 16b, vijfde lid, van de wet en artikel 35, vijfde lid, van de Invorderingswet, welke door een onderaannemer bij een kredietinstelling wordt gehouden en waarvan de saldi uitsluitend bestemd zijn te dienen tot voldoening van door de onderaannemer verschuldigde premie en op grond van genoemd artikel van de Invorderingswet verschuldigde of nog verschuldigd wordende loonbelasting, in verband waarmee op die saldi ten behoeve van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de ontvanger gezamenlijk een pandrecht is gevestigd;
i. g-rekeningovereenkomst: een conform de bijlage bij deze regeling gesloten overeenkomst met betrekking tot het openen van een g-rekening en het vestigen van een pandrecht op die rekening als bedoeld in onderdeel h, tussen de onderaannemer, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de ontvanger en een kredietinstelling;
j. administratie: de administratie, bedoeld in artikel 16b, achtste lid, van de wet.

1. Volgens de redactie dient na onderdeel f een onderdeel te worden ingevoegd, luidende: g. vervallen;

 

Art. 2. Voorwaarden medewerking totstandkoming g-rekeningovereenkomst
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verleent zijn medewerking aan het tot stand komen van een g-rekeningovereenkomst slechts op schriftelijk verzoek van de ondernemer die:
a. zijn bedrijf maakt van het verrichten van werk in onderaanneming dan wel op korte termijn die hoedanigheid zal verwerven; en
b. werkgever is in de zin van artikel 3 van de wet dan wel dit op korte termijn zal worden.

 

Art. 3. Weigering medewerking
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen weigert zijn medewerking aan het tot stand komen van een g-rekeningovereenkomst, indien:
a. met de ondernemer reeds een g-rekeningovereenkomst is gesloten, tenzij deze aannemelijk maakt dat het gebruik maken van meer dan één grekening voor zijn bedrijfsvoering noodzakelijk is;
b. gegronde vrees bestaat dat onjuist gebruik van de g-rekening zal worden gemaakt.

 

Art. 4. Bewaren g-rekeningovereenkomst
Het oorspronkelijk, door alle in artikel 1, onderdeel i, bedoelde partijen getekende exemplaar van de g-rekeningovereenkomst wordt door de in dat onderdeel bedoelde kredietinstelling bewaard zolang de g-rekening in stand blijft, doch in ieder geval gedurende zeven jaren. De kredietinstelling verschaft de andere partijen een kopie daarvan.

 

Art. 5. Vereisten betaling op g-rekening
-1. Een betaling die wordt verricht op een g-rekening wordt voor de toepassing van artikel 16b, vijfde lid, van de wet slechts in aanmerking genomen voor zover:
a. de factuur welke de onderaannemer ter zake van het door hem aangenomen werk aan de aannemer heeft doen toekomen de vermelding bevat van de benaming van het werk waarop de betaling betrekking heeft, voor zover aanwezig van nummer of kenmerk van de aannemingsovereenkomst en van het tijdvak of de tijdvakken waarin het werk is verricht;
b. de betaling vergezeld gaat van de vermelding van het nummer van de desbetreffende factuur, voor zover toepasselijk tevens van een ander onderscheidend op die factuur vermeld kenmerk, welk nummer, of welk nummer en aanvullend kenmerk tezamen, een uniek identificatiegegeven vormt waarmee die factuur terstond of vrijwel terstond kan worden teruggevonden in de administratie van de aannemer;
c. de administratie van de aannemer voldoet aan de vereisten van het tweede lid.
-2. De administratie van de aannemer wordt zodanig ingericht en gevoerd dat daarin terstond of vrijwel terstond kan worden teruggevonden:
a. de aannemingsovereenkomst of de inhoud daarvan ingevolge welke de onderaannemer het werk verricht;
b. gegevens inzake de nakoming van de overeenkomst met inbegrip van de omschrijving van de in het kader van het werk te leveren prestatie, de plaats van uitvoering van het werk, het bedrag van het voor de uitvoering van het werk te betalen prijs dat bestemd is voor loon, het bedrag aan loon dat deel uitmaakt van het werk voor zover het is verricht, alsmede de periode waarin (een gedeelte van) het werk is verricht;
c. de betalingen die in verband met de nakoming van de aannemingsovereenkomst zijn gedaan.

 

Art. 6. Betaling ten laste van g-rekening
-1. Voor de betaling aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten laste van de g-rekening vermeldt de onderaannemer het nummer van de voorschot- en/of premienota alsmede het jaar waarop de desbetreffende nota betrekking heeft.
-2. Een opdracht tot betaling ten laste van de g-rekening heeft slechts op één premienota betrekking.

 

Art. 7. Deblokkeringsverzoek
-1. Op schriftelijk verzoek van de g-rekeninghouder verlenen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de ontvanger, onder door hen te stellen voorwaarden, toestemming het saldo van de g-rekening geheel dan wel tot een bepaald bedrag voor andere doeleinden aan te wenden dan voor de voldoening van premie, loonbelasting en - voor zover toepasselijk - van omzetbelasting, voor zover aannemelijk is dat het saldo van de g-rekening uitgaat boven hetgeen door de rekeninghouder aan premie alsmede aan loon- en omzetbelasting vermoedelijk nog verschuldigd is of binnenkort verschuldigd zal worden.
-2. De rekeninghouder richt het verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de ontvanger.
-3. Op het verzoek wordt beslist, handelend in onderlinge overeenstemming, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dan wel door de ontvanger, al naargelang aan welke van beide het verzoek is gericht.
-4. De g-rekeninghouder verstrekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de ontvanger op de door deze aangegeven wijze alle gegevens en inlichtingen die van belang zijn voor een juiste beoordeling van het verzoek; het verzoek wordt afgewezen indien hieraan niet of onvoldoende wordt voldaan.
-5. De beslissing op het verzoek wordt schriftelijk aan de g-rekeninghouder bekendgemaakt.

 

Art. 8. Opzegging
-1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan een g-rekeningovereenkomst eenzijdig en zonder rechterlijke tussenkomst opzeggen, indien:
a. de rekeninghouder geen of op onjuiste wijze gebruik maakt van de grekening;
b. de rekeninghouder niet of niet meer de hoedanigheid blijkt te bezitten van onderaannemer als bedoeld in artikel 2;
c. de rekeninghouder geen werkgever meer is in de zin van artikel 3 van de wet;
d. met de rekeninghouder meer dan één g-rekening is gesloten en de rekeninghouder niet aannemelijk kan maken dat het aanhouden van meer dan één g-rekening voor zijn bedrijfsvoering noodzakelijk is;
e. de rekeninghouder in staat van faillissement is verklaard;
f. aan de rekeninghouder surseance van betaling is verleend.
-2. De rekeninghouder en de betrokken kredietinstelling zijn, onverminderd het vierde lid, bevoegd de g-rekeningovereenkomst eenzijdig, zonder rechterlijke tussenkomst en zonder opgaaf van reden op te zeggen.
-3. De opzegging geschiedt schriftelijk. Zij wordt niet eerder van kracht dan nadat zij aan de overige partijen bij de g-rekeningovereenkomst is bekendgemaakt. De opzegging wordt voorts niet van kracht zolang en voor zover die opzegging een belemmering zou vormen voor de toepassing van het vierde lid.
-4. Na opzegging van de g-rekeningovereenkomst blijft die overeenkomst niettemin van toepassing op het saldo van de g-rekening ten tijde van de opzegging, alsmede op hetgeen nadien op die rekening wordt gestort, één en ander voor zover daardoor geen strijdigheid ontstaat met de gevolgen die rechtens zijn verbonden aan het in staat van faillissement verklaren van de rekeninghouder of het hem verlenen van surseance van betaling.
-5. Een betaling die wordt verricht op een rekening welke oorspronkelijk is geopend ingevolge een g-rekeningovereenkomst doch met betrekking waartoe een opzegging van die overeenkomst van kracht is geworden, wordt voor de toepassing van artikel 16b, vijfde lid, van de wet niet aangemerkt als betaling, tenzij die betaling deel is gaan uitmaken van het saldo op die rekening of het gedeelte van dat saldo op die rekening waarop ondanks die opzegging ingevolge het vierde lid het in artikel 1, onderdeel i, bedoelde pandrecht is komen te rusten.

 

Art. 9. Intrekking regelingen
-1. Het G-rekeningenbesluit-1991 en de Ministeriële Regeling van 26 mei 1982 (Stcrt. 1982, 109 ¹ ), houdende administratievoorschriften bij onderaanneming, worden ingetrokken.
De bijlage met de G-rekeningovereenkomst behorend bij het G-rekeningenbesluit-1991 wordt aangemerkt als de bijlage behorend bij deze regeling.²

1. Laatstelijk gewijzigd bij Ministeriële Regeling van 25 februari 1997, Stcrt. 1997, 41 (voetnoot van de wetgever, red.).
2. Volgens de redactie dient voor de tweede volzin de aanduiding "-2" te worden geplaatst ter aanduiding van het tweede lid.

 

Art. 10. Overgangsbepaling
Betalingen op de g-rekening die voldoen aan de artikelen 3 en 4 van het G-rekeningenbesluit-1991, zoals dat luidde tot de datum van inwerkingtreding van deze regeling, worden voor de toepassing van artikel 16b, vijfde lid, van de wet in aanmerking genomen.

 

Art. 11. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 1998.

 

Art. 12. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling ketenaansprakelijkheid premie werknemersverzekeringen.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

’s-Gravenhage, 29 juni 1998.
De Staatssecretaris voornoemd,
F.H.G. de Grave.

 

 

 

TOELICHTING
[29 juni 1998]

 

Algemeen

 

     Met de inwerkingtreding van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs per 1 juli 1998 is ook de Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid per die datum van kracht geworden. De herziene regeling van de zogenoemde inlenersaansprakelijkheid, waarbij gebruik wordt gemaakt van de g-rekening, heeft ertoe geleid dat in die uitvoeringsregeling de voorschriften omtrent het gebruik van een g-rekening zijn aangepast en vereenvoudigd. Deze nieuwe bepalingen zijn, voor zover ze niet betrekking hebben op de vrijwarende werking van betaling op de g-rekening, evenzeer toepasbaar voor het gebruik van de g-rekening in het kader van de ketenaansprakelijkheid. In de toelichting op de genoemde uitvoeringsregeling is aangegeven dat de aangepaste voorschriften ook van toepassing kunnen zijn voor het gebruik van de g-rekening bij aanneming, omdat sprake is van een vereenvoudiging. De Belastingdienst zal daar in het uitvoeringsbeleid al naar handelen. Voor de uitvoering van ketenaansprakelijkheid bij de heffing en inning van premie werknemersverzekeringen is dit dan ook gewenst. Daarin voorziet deze regeling.
     Het betreft een aantal technische wijzigingen die naast vereenvoudiging van de huidige voorschriften onder meer ten doel hebben zoveel als thans mogelijk is aan te sluiten bij de (nieuwe) Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid. Voor een uitgebreide toelichting op deze laatste regeling wordt verwezen naar Stcrt. 1998, 113. Hetgeen in die toelichting wordt overwogen ten aanzien van de vereenvoudiging en modernisering van de voorschriften voor het gebruik van een g-rekening is ook hier van belang.
     De uitvoeringsvoorschriften met betrekking tot het gebruik van een g-rekening in het kader van de ketenaansprakelijkheid waren tot nu toe opgenomen in het G-rekeningenbesluit-1991 en in de Ministeriële Regeling van 26 mei 1982 (Stcrt. 1982, 109), houdende administratievoorschriften bij onderaanneming. Deze worden bij inwerkingtreding van deze Uitvoeringsregeling ketenaansprakelijkheid premie werknemersverzekeringen ingetrokken.
     Het ligt in de bedoeling om, zodra het wetsvoorstel 25 035 (wijziging van de Coördinatiewet Sociale Verzekering en de Invorderingswet 1990 in verband met de invoering van opdrachtgevers- en kopersaansprakelijkheid in de confectiesector en invoering van een vrijwaringsregeling in de ketenaansprakelijkheid) in werking treedt, de Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid formeel uit te breiden tot de ketenaansprakelijkheid en de opdrachtgeversaansprakelijkheid in de confectiesector. Dan zullen alle voorschriften omtrent het gebruik van een g-rekening in een gezamenlijke ministeriële regeling van Financiën en Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn neergelegd.

 

 

Artikelsgewijze  toelichting

 

Artikel 1. begripsbepalingen

     In dit artikel zijn - gelet op de reikwijdte van deze regeling - de omschrijvingen van de g-rekening en de g-rekeningovereenkomst beperkt tot de betekenis die zij hebben in verband met de ketenaansprakelijkheid voor premie werknemersverzekeringen bij aanneming en onderaanneming.
     Het model van de g-rekeningovereenkomst waarnaar in onderdeel i wordt verwezen, is niet gewijzigd ten opzichte van het bij het G-rekeningenbesluit-1991 gevoegde model. De voorwaarden waaronder de g-rekeningovereenkomst worden aangegaan veranderen immers niet. Het is ook niet de bedoeling van deze regeling in de bestaande g-rekeningovereenkomst wijzigingen aan te brengen. Het model van de g-rekeningovereenkomst dat bij de Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid is gevoegd, wijkt dan ook in essentie niet af van de bestaande g-rekeningovereenkomst. De kern is immers dat de saldi alleen gebruikt mogen worden voor betaling aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] en de ontvanger en dat in verband daarmee de saldi op die rekening worden verpand aan het Lisv en de ontvanger gezamenlijk. De g-rekeningen die voldoen aan deze kenmerken die in onderdeel h (en artikel 1, onderdeel l, van de Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid) worden genoemd, zijn dan ook g-rekeningen als bedoeld in desbetreffende bepalingen (artikelen 16a en 16b) van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV).

 

Artikel 2. Voorwaarden medewerking totstandkoming g-rekeningovereenkomst

     Inhoudelijk zijn de voorwaarden ten opzichte van het G-rekeningenbesluit-1991 niet gewijzigd. De formulering is aangepast aan de vergelijkbare bepaling in de Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid. Een g-rekeningovereenkomst kan dus alleen worden aangegaan met een ondernemer die zijn bedrijf maakt van het verrichten van werk in onderaanneming en daarbij ook nog werkgever is, omdat hij werknemers in dienst heeft en daarom premie werknemersverzekeringen verschuldigd is.

 

Artikel 3. Weigering medewerking

     Deze bepaling is aangepast aan die in de Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid. Daarom is ook hier ervan uitgegaan dat het aannemelijk kan zijn dat een onderneming meerdere g-rekeningen heeft, bijvoorbeeld in geval van splitsing van de onderneming in zelfstandig opererende bedrijfsonderdelen.

 

Artikel 4. Bewaren g-rekeningovereenkomst

     De bewaartermijn van zeven jaar - was tien jaar - is aangepast aan de gewijzigde termijnen in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De termijn geldt ook indien gedurende de zeven jaar de g-rekening wordt opgeheven. De kredietinstelling kan de op schrift gestelde overeenkomst bewaren of het document vastleggen op een elektronische gegevensdrager. In het laatste geval moet de controle wel binnen redelijke termijn mogelijk zijn.

 

Artikel 5. Vereisten betaling op g-rekening

     Dit artikel betreft de betaling van de aannemer op de g-rekening van de onderaannemer die voor de aannemer een vermoeden van betaling van de premie kan opleveren waarvoor hij aansprakelijk kan worden gesteld indien de onderaannemer in gebreke blijft de verschuldigde premie te betalen. Dit artikel bevat de grootste vereenvoudiging. Het vereiste van een aparte overmakingsovereenkomst is komen te vervallen. Dat gebruik gemaakt wordt van de g-rekening van de onderaannemer is onderdeel van de aannemingsovereenkomst. Dit maakt de aannemer minder afhankelijk van de gedragingen van de onderaannemer. De relevante gegevens moeten aanwezig zijn bij de aansprakelijke, dat wil zeggen de aannemer. Hij moet erop toezien dat de factuur van de onderaannemer de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde gegevens bevat. Hij is verantwoordelijk voor de betaling op de g-rekening en uit zijn administratie moet blijken dat op basis van welke factuur en voor welke bedragen betalingen op de g-rekening van de onderaannemer hebben plaatsgevonden. De vereenvoudiging bestaat ook hierin dat de verschillende voorschriften die zich tot de aannemer richten niet langer meer verdeeld zijn over twee regelingen. De samenhang tussen de administratievoorschriften en de voorschriften voor het gebruik van de g-rekening wordt duidelijker. Voor de aannemer kan storting op de g-rekening van de onderaannemer slechts een vermoeden van betaling opleveren als uit zijn administratie ook is af te leiden dat de betaling heeft plaatsgevonden en op de uitvoering van welk werk deze betrekking heeft. De genoemde gegevens wijken overigens niet af van de gegevens die nu al zijn voorgeschreven.

 

Artikel 6. Betaling ten laste van g-rekening

     Als het Lisv betalingen van premie ten laste van de g-rekening van de onderaannemer ontvangt, moet duidelijk zijn op welke premienota die betrekking hebben. In het tweede lid is overeenkomstig het model van de g-rekeningovereenkomst, dat bij de Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid is gevoegd (punt 9 van die overeenkomst), ook nog bepaald dat betalingen ten laste van de g-rekening slechts op één premienota betrekking kunnen hebben.

 

Artikel 7. Deblokkeringsverzoek

     De mogelijkheid van deblokkeren was nog niet in ministeriële regelingen geregeld. Dit artikel is niet meer dan een codificatie van de huidige uitvoeringspraktijk. De in dit artikel geregelde procedure is conform die in artikel 10 van de Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid.

 

Artikel 8. Opzegging

     De bepalingen over de opzegging waren tot nu toe in de g-rekeningovereenkomst opgenomen. Daaraan is toegevoegd de mogelijkheid van opzegging bij surseance van betaling. Dit artikel is overigens gelijk aan artikel 11 van de Uitvoeringsregeling inlenersaansprakelijkheid.

 

Artikel 9. Intrekking regelingen

     Deze regeling komt in de plaats van de in het eerste lid genoemde regelingen, die dus kunnen worden ingetrokken. Om geen verwarring te laten bestaan over de betekenis van de reeds afgesloten g-rekeningovereenkomsten en ook om te voorkomen dat in de overgangssituatie tot de inwerkingtreding van het hiervoor onder "Algemeen" genoemde wetsvoorstel naast het model van g-rekeningovereenkomst voor inleners en het bestaande document nog weer een ander model kan worden gehanteerd, terwijl zoals hiervoor bij artikel 1 is opgemerkt in essentie geen andere bepalingen worden opgenomen, is bij deze regeling geen nieuw model gevoegd. Het oude model blijft op grond van het tweede lid gelden. Het gevolg hiervan is dat op het punt van de opzegging nu zowel in de overeenkomst als in de regeling iets is bepaald. Deze bepalingen liggen in elkaars verlengde. De regeling in artikel 8 moet als aanvulling op hetgeen in de overeenkomst is opgenomen worden gezien.

 

Artikel 10. Overgangsbepaling

     Deze regeling beoogt geen inhoudelijke wijzigingen, maar een vereenvoudiging van de administratieve voorschriften. Indien een aannemer bij gebruikmaking van de g-rekening van zijn onderaannemer na 1 juli 1998 (de datum van inwerkingtreding van deze regeling) nog aan de administratieve voorschriften op grond van het G-rekeningenbesluit-1991 voldoet, dan zal het Lisv deze betaling ook moeten beschouwen als een betaling die een vermoeden van betaling kan opleveren, zoals in artikel 16b, vijfde lid, van de CSV wordt bepaald. Om daarover geen onduidelijkheid te laten bestaan, is dit artikel in deze regeling opgenomen.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x