Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Co÷rdinatiewet Sociale Verzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2004

 

FOOIENBESLUIT  2002

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2005
(art. I, onderdeel J, Walvis)

 
 

21 november 2001, Stcrt. 2001, 249
Inwerkingtreding: 1 januari 2002
(T.a.v. art. 7 CSV)

 

 

 

 
17 december 2001/nr. SV/AVF/2001/83222
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
     Gelet op artikel 7 van de Co÷rdinatiewet Sociale Verzekering;

     Besluit:

 

 

Goed te keuren het Besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen van 21 november 2001 inzake de tot het loon te rekenen fooien en dergelijke prestaties van derden.
Dit besluit wordt, tezamen met het goedgekeurde besluit en de toelichting daarop, geplaatst in de Staatscourant.

 

 

Ĺs-Gravenhage, 17 december 2001.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.

 

 

 

FOOIENBESLUIT  2002

 

     Het bestuur van het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op artikel 7 van de Co÷rdinatiewet Sociale Verzekering;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Fooien en dergelijke prestaties van derden worden, indien in dit besluit niet anders is bepaald, niet tot het loon gerekend, voor zover bij het bepalen van het voor de werknemer rechtens geldende loon met het ontvangen van deze fooien of dergelijke prestaties van derden geen rekening is gehouden.

 

Art. 2.
Het bedrag van de fooien genoten door het civiele personeel aan boord van schepen, uitoefenende de zeescheepvaart en de kustvaart, wordt geacht het verschil te bedragen tussen het dagloon zoals dit door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor de sector Koopvaardij op grond van artikel 34, vierde lid, van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid is vastgesteld, en het rechtstreeks van de werkgever ontvangen loon.

 

Art. 3.
-1. De werknemer werkzaam bij een onderneming waarin (tevens) horeca-activiteiten verricht worden en behorende tot het bedienend personeel, die van zijn werkgever niet ten minste het voor hem rechtens geldende loon ontvangt, wordt geacht fooien en dergelijke prestaties van derden te genieten tot een bedrag ter grootte van dat rechtens geldende loon verminderd met het rechtstreeks van de werkgever ontvangen loon.
-2. In afwijking van het eerste lid worden de fooien en dergelijke prestaties van derden, indien de werkgever deze in overeenstemming met de werknemer schat op een hoger bedrag dan ingevolge dat lid in aanmerking zou moeten worden genomen, gesteld op dat geschatte bedrag.

 

Art. 4.
Het Besluit van de Sociale Verzekeringsraad van 21 december 1989, nr. 8920774 (Stcrt. 1989, 252), op grond van artikel 7 van de Co÷rdinatiewet Sociale Verzekering, wordt per 1 januari 2002 ingetrokken doch blijft van toepassing voor premiebetalingstijdvakken welke zijn gelegen vˇˇr 1 januari 2002.

 

Art. 5.
Indien het bij koninklijke boodschap van 6 april 2001 ingediende voorstel van wet, houdende vaststelling van regels voor de invoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, Kamerstukken II 2000-2001, 27 665), tot wet is verheven en in werking is getreden, wordt in dit besluit "Landelijk instituut sociale verzekeringen" vervangen door: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

 

Art. 6.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002. Indien de Staatscourant waarin dit besluit tezamen met het besluit tot goedkeuring ervan wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na 31 december 2001, treedt het in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt het terug tot en met 1 januari 2002.

 

Art. 7.
Dit besluit wordt aangehaald als: Fooienbesluit 2002.

 

 

Amsterdam, 21 november 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

TOELICHTING
[21 november 2001]

 

Algemeen

 

     Met het Besluit van 21 december 1989, nr. 8920774, heeft de toenmalige Sociale Verzekeringsraad (SVr) regels gesteld met betrekking tot de behandeling van fooien genoten door het civiele personeel aan boord van schepen, uitoefenende de zeescheepvaart en de kustvaart, en de werknemer in de zin van de collectieve arbeidsovereenkomst voor het horeca- en aanverwante bedrijf. Het besluit van de SVr dient te worden gewijzigd omdat het alleen van toepassing is op de werknemer in de zin van de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) voor het horeca- en aanverwante bedrijf, terwijl het besluit omwille van een gelijke behandeling van toepassing dient te zijn op al het bedienend personeel in horecaondernemingen. Het Fooienbesluit 2002 is van toepassing op al het bedienend personeel van ondernemingen waarin (tevens) horeca-activiteiten worden verricht. In ondernemingen waarin de horeca-activiteiten een onderdeel van het bedrijf vormen, geldt het besluit voor het bedienend personeel dat in dat bedrijfsonderdeel werkzaam is.
     Daarnaast is van de gelegenheid gebruik gemaakt het besluit te actualiseren.

 

 

Artikelsgewijze  toelichting

 

Artikel 2

     Artikel 2 is gewijzigd omdat artikel 34, vijfde lid, van de Werkloosheidswet is vernummerd tot vierde lid. Tevens is dit artikel aangepast aan de gewijzigde uitvoeringsstructuur van de sociale zekerheid.

 

Artikel 3

     Met de wijziging van artikel 3, eerste lid, is het besluit niet alleen van toepassing op werknemers in de zin van de CAO voor het horeca- en aanverwante bedrijf, maar op al het bedienend personeel van ondernemingen waarin horeca-activiteiten worden verricht. Deze wijziging is aangebracht vanuit het oogpunt van handhaving met betrekking tot de aan te houden grondslag voor de premieheffing ingeval een werknemer in de horecabranche een lager loon heeft ontvangen dan het voor hem rechtens geldende loon.
     De Hoge Raad heeft in het arrest van 2 maart 2001 (C99/180HR) aangegeven dat fooien in beginsel geen deel uitmaken van het civiele loonbegrip. De werkgever dient de werknemer het loon te betalen dat partijen zijn overeengekomen of dat volgt uit de tussen partijen geldende CAO.
     Ingeval dat niet gebeurt, wordt de werknemer die van zijn werkgever niet ten minste het voor hem rechtens geldende loon ontvangt, geacht fooien en dergelijke prestaties van derden te genieten tot een bedrag ter grootte van het rechtens geldende loon verminderd met het rechtstreeks van de werkgever ontvangen loon.
     Het Fooienbesluit 2002 is, net als het ingetrokken Fooienbesluit van de toenmalige Sociale Verzekeringsraad, alleen van toepassing op het bedienend personeel. Administratief personeel, dat in de regel geen fooien geniet, wordt hiermee uitgezonderd van de werking van het besluit.

 

Amsterdam, 21 november 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | CSV | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x